Parijs (Frankrijk).
...

Parijs (Frankrijk). Met zijn wandtapijten (geweven in Brussel) en trompe-l'oeilplafonds lijkt Café Jacquemart-André op een decor uit een andere tijd. Je kan er nippen aan een earl grey in het gezelschap van de Trojaanse held Achilles of genieten van een groentequiche onder een fresco van de Venetiaanse meester Tiepolo. Intussen knarst en buigt het visgraatparket onder elke stap. Café Jacquemart-André, onderdeel van het museum met dezelfde naam, ligt langs de statige boulevard Haussmann in het achtste arrondissement van Parijs. Het weelderige negentiende-eeuwse herenhuis was de woning van het verzamelaarskoppel EdouardAndré en NélieJacquemart. Vandaag is hun woning een mondaine en hippe rendez-vousplek. "Ik ga er 's zondags vaak naartoe voor de brunch," vertelt de jonge Laure. "Ik hou wel van die plek, het is kitscherig, oubollig en onvermoed. Je komt er in een heel andere tijd terecht." Dat het café gevestigd is in de vroegere eetkamer van de woning, draagt bij tot de unieke sfeer. "Je verwacht dat Proust er elk moment kan binnenstappen, of de keizerlijke garde," grapt een van de habitués. Hoewel het herenhuis al sinds 1913 voor het publiek is opengesteld, deed het theesalon pas zijn intrede in 1996. Het wordt met moderne managementmethoden gerund door de groep CulturesEspace. Zo heeft het museum Jacquemart-André een mooie boetiek - men is niet vies van merchandising - en zijn er gratis interactieve radiogidsen in zes talen. Het museum is, in tegenstelling tot de meeste musea in Parijs, ook alle dagen open. En ook de opening van het Café Jacquemart-André past in die moderne aanpak. Een bezoek aan het café is trouwens voor velen een doel op zich, ook al serveren ze er alleen maar snacks. Wie wil genieten van de ouderwetse geneugten van de teatime hoeft overigens geen museumticket te kopen, het café beschikt over een aparte toegang. Het café, dat elke dag tussen 280 en 400 couverts draait, fungeert zelfs als magneet voor de collecties. Edouard André, nakomeling van een illustere protestantse bankiersfamilie, stond aan de wieg van het museum. In 1868 begon deze officier en estheet met de bouw van een indrukwekkende woning van 1000 vierkante meter aan de boulevard Haussmann. In 1872 ontmoette hij Nélie Jacquemart, de quasi-officiële portrettiste van het regime, met wie hij in 1881 in het huwelijk trad. De zeventien kamers van hun herenhuis werden door het koppel ingericht voor en rond hun fabelachtige verzameling meubels en kunstvoorwerpen. Daarbij kunstwerken van grote namen zoals Rembrandt, PieroDellaFrancesca, Ucello (van wie er een versie hangt van het befaamde 'Sint-Joris verslaat de draak'), Fragonard, Bellini en Mantegna. Alles bij elkaar gaat het om 5000 werken, waarvan een groot deel nog ligt te rusten in de reserve. Honderd jaar later kan hun kunstverzameling nog steeds de estheten verrukken. Antoine Moreno