De Franse oliedienstenspeler CGG(voluit Compagnie Générale de Géophysique) werd in 1931 opgericht door Conrad Schlumberger. In 2006 werd de groep omgedoopt tot CGGVeritas; vorig jaar werd de naam herleid tot CGG. Onlangs zakte het aandeel 60 procent onder het niveau van begin 2011 en 2013. Het bedrijf is nochtans de wereldmarktleider in geofysica. De focus van de activiteiten ligt op het opsporen van ondergrondse delfstoffen, zoals aardolie, aardgas, ertsen en mineralen. Een van de technieken daarvoor is seismiek, tot nog toe de meest betrouwbare manier om in de aarde te kijke...

De Franse oliedienstenspeler CGG(voluit Compagnie Générale de Géophysique) werd in 1931 opgericht door Conrad Schlumberger. In 2006 werd de groep omgedoopt tot CGGVeritas; vorig jaar werd de naam herleid tot CGG. Onlangs zakte het aandeel 60 procent onder het niveau van begin 2011 en 2013. Het bedrijf is nochtans de wereldmarktleider in geofysica. De focus van de activiteiten ligt op het opsporen van ondergrondse delfstoffen, zoals aardolie, aardgas, ertsen en mineralen. Een van de technieken daarvoor is seismiek, tot nog toe de meest betrouwbare manier om in de aarde te kijken. Geofysica zit helemaal aan het begin van de exploratie- en productieketen. De olie-industrie besteedt 3 procent van haar budget voor ontginning en productie aan geofysica. Als marktleider is CGG een volledig geïntegreerde speler, die actief is in alle deeldomeinen van zijn segment. Daarvoor heeft de groep bijna 10.000 personeelsleden in dienst, gespreid over veertig landen. Om te beginnen, is er Equipment (uitrusting; 28 % van de groepsomzet in 2013) met het bedrijf Percel, dat wereldwijd materiaal voor seismiek produceert, naast instrumenten om reserves te monitoren. Daarnaast is er de divisie Acquistion (59 % van de groepsomzet) met een vloot van marineschepen en vliegtuigjes (Airborne) om zelfs in de meest uitdagende omstandigheden onderzoek te doen naar delfstoffen in de bodem. De vloot is uitgerust met de beste technieken om onder meer elektromagnetische velden te detecteren. Ten derde is er de afdeling Geology, Geophysics & Reservoir (GGR; 13 % van de groepsomzet). De dochtermaatschappijen Hampson-Russell, Jason en Robertson voorzien klanten van software, diensten, advies en trainingen om het maximum uit hun data te halen. Vorig jaar steeg de groepsomzet met 10 procent, tot 3,8 miljard dollar. De toename van de bedrijfswinst (ebit) bleef echter beperkt tot 5 procent, van 404 naar 423 miljoen dollar. De ebit-marge zakte dan ook van 12 naar 11,2 procent. Het zorgenkind voor de rendabiliteit is Acquisition, veruit de grootste divisie in omzettermen met een ebit-marge van 3 procent, tegenover 28 procent voor Equipment en 24 procent voor GGR. Vorig jaar werd 800 miljoen dollar afgeschreven op de waarde van Acquisition. Op een investeringscongres werd dan ook een prestatieplan voor 2014-2016 aangekondigd, dat ervoor moet zorgen dat de groepsomzet in 2016 minstens 4 miljard dollar bedraagt. Vooral de rendabiliteit moet worden opgekrikt van een ebit-marge van 11 naar 15 procent. De markt toont zich echter sceptisch, zeker na de erg zwakke cijfers over het eerste kwartaal. Tegen een boekwaarde-omzetverhouding van 0,75 en ruim 4 keer de verwachte ondernemingswaarde (ev) tegenover de bedrijfskasstroom (ebitda) voor 2014 is CGG een ondergewaardeerd aandeel. De koers-winstverhouding van 22 voor 2014 weerspiegelt de moeilijke periode. Tegendraadse beleggers mogen het aandeel kopen. DANNY REWEGHS