Voormalig Trends-redacteur Erik Bruyland geldt als een van de belangrijkste Congo-specialisten van België. Hij werd geboren in het voormalige Katanga, toen in de hoofdstad Kolwezi meer Belgen woonden dan nu in heel Congo. Zijn ouders runden een limonadebedrijf. Na zijn studie in Leuven leidde hij de onderneming, tot de situatie door de welig tierende corruptie onhoudbaar werd. "Op een zeker moment moet je de keuze maken: meedraaien in het maffiose systeem, of er een punt ach...

Voormalig Trends-redacteur Erik Bruyland geldt als een van de belangrijkste Congo-specialisten van België. Hij werd geboren in het voormalige Katanga, toen in de hoofdstad Kolwezi meer Belgen woonden dan nu in heel Congo. Zijn ouders runden een limonadebedrijf. Na zijn studie in Leuven leidde hij de onderneming, tot de situatie door de welig tierende corruptie onhoudbaar werd. "Op een zeker moment moet je de keuze maken: meedraaien in het maffiose systeem, of er een punt achter zetten. Mijn familie koos voor het laatste", zei hij bij het verschijnen van Kobalt Blues. Maar de voormalige kolonie verdween niet uit zijn ruime interesseveld, bewijst dit boek. Daarin ontwart Erik Bruyland het kluwen van de Congolese mijnproblematiek. Hij zoekt ook uit waarom het land te weinig kon genieten van zijn eigen rijkdommen. Bruylands kennis van het onderwerp komt de nuance ten goede. Natuurlijk was president Mobutu corrupt, maar hij was de enige niet. Met zijn opvolgers ging het zo mogelijk nog slechter. De Belgen hebben het land geplunderd, maar bouwden wel scholen en ziekenhuizen. De Chinezen doen dat niet. Maar in Congo is niets zwart-wit. Uiteraard heeft het Westen boter op het hoofd, maar de situatie terugbrengen tot een verhaal van eenzijdige verantwoordelijkheid, zoals vandaag vaak gebeurt, gaat te ver. Dat laatste is interessant voor de latere delen van het werk. Bruyland beperkt zich niet tot de mijnen, maar analyseert ook wat fout liep bij de dekolonisatie. Bruyland bedacht zelf een term om de Belgisch-Congolese relatie te typeren: nokologie. 'Noko' betekent 'oom' in het Lingala. De Congolezen beschouwen België weleens als een oom, als het hun goed uitkomt. Maar de relatie met het neefje is vertroebeld, en alles behalve volwassen te noemen. De auteur koppelt die nokologie aan de verhouding tussen Robinson Crusoë en zijn knecht Vrijdag. De eerste is de baas, de tweede de ondergeschikte, maar nu en dan mort hij. Te vaak hebben Belgische ministers van Buitenlandse Zaken de ex-kolonie lessen willen leren zonder de hand in eigen boezem te steken. Je kunt Congo corruptie verwijten, maar wie heeft het boeltje in gang gezet? Toen Mobutu aan de macht was, kwam de Société Générale met koffers vol geld bij hem over de vloer. Bruyland tilt het Congo-debat naar een hoger niveau.