Mijn allereerste leservaring voor hogere ambtenaren zal ik nooit vergeten. Ik was 26 en mocht hen uitleggen wat de rol van cognitieve functies bij het management was. Ik was zo emotioneel intelligent uit te leggen dat ons brein degenereert vanaf ongeveer 25 à 30 jaar. Een mooie dalende kromme illustreerde hoe steil bergaf het wel gaat met ons brein vanaf ongeveer 45 jaar. Met andere woorden, ik ontsnapte er nog aan, maar mijn toehoorders, allen ver boven de veertig, moesten zich vooral geen illusies maken. Hun verval was niet meer te stoppen.
...

Mijn allereerste leservaring voor hogere ambtenaren zal ik nooit vergeten. Ik was 26 en mocht hen uitleggen wat de rol van cognitieve functies bij het management was. Ik was zo emotioneel intelligent uit te leggen dat ons brein degenereert vanaf ongeveer 25 à 30 jaar. Een mooie dalende kromme illustreerde hoe steil bergaf het wel gaat met ons brein vanaf ongeveer 45 jaar. Met andere woorden, ik ontsnapte er nog aan, maar mijn toehoorders, allen ver boven de veertig, moesten zich vooral geen illusies maken. Hun verval was niet meer te stoppen. Ik was verbaasd over hun reactie. "Weerstand", zeggen psychologen dan. De oudjes takelen af, maar ze willen het niet aanvaarden. Toch was de reactie er vooral eentje van ongeloof. Zij ervoeren helemaal niet dat ze dommer werden met de jaren. Ze gebruikten misschien wel wat verouderde woorden zoals 'ervoeren', maar voor de rest... Nu sta ik zelf aan de andere kant van de leeftijdskromme en ik heb ook niet bepaald het gevoel 'dommer' te zijn geworden. Hoe zit dat nu? Deze vraag is uiteraard geen louter academische kwestie. De regering vraagt dat we langer werken. Gaan we dan dommere werknemers krijgen? Zelfredzaamheid is het sleutelwoord voor een vergrijzende samenleving. Zorgen voor alle oudjes is gewoonweg niet te betalen. Maar is dat geen illusie, als we met zijn allen niet alleen ouder, maar ook dommer worden? Gelukkig heb je nog (vrij jonge) professoren van Harvard die dat probleem in kaart hebben gebracht. Het brein van een kind is plastischer dan dat van een volwassene. Kinderen leren spelenderwijs een nieuwe taal. Volwassenen moeten die studeren. Maar minder plastisch betekent niet: helemaal niet meer plastisch. Het oudere brein is veel plastischer dan men vroeger dacht. Ideeën en optimisme veranderen wel degelijk de structuren van je brein. Je kan je dus gezond en jong denken. Helaas binnen de limieten. Als de overheid ons langer doet werken, zou ze ons dus ook moeten leren jong te blijven. Snelheid bereikt in onze levensloop vlug een piek. Probeer niet te winnen van een 15-jarige bij videospelletjes. En ik zou in hoofdrekenen zeker verliezen van de vijftig jaar jongere Marc Buelens. Het brein vertraagt langzaam na onze twintigste verjaardag. Maar daar staat dan weer tegenover dat er andere breinvaardigheden zijn die verbeteren naarmate we ouder worden. Zoals taalvaardigheid. Als we jonger zijn, is alles 'cool' of onnozel. Als we ouder zijn, kunnen de dingen boeiend, leuk, onderhoudend, fijn, gezellig, interessant zijn. Sommige vaardigheden pieken rond onze 25ste verjaardag, andere rond onze 45ste en weer andere rond onze 65ste. Het is alsof Moeder Natuur geen brein vertrouwt dat in alles te goed is. Er is blijkbaar een tijd voor alles. Neem nu sociale intelligentie. Een essentiële vaardigheid is het inschatten van andere mensen. Dat is echt moeilijk als je nog geen veertig bent, en bereikt zijn toppunt pas rond je zestigste. In vele culturen vertrouwt men het leidinggeven enkel toe aan oudere mensen. Zou daar geen grond van waarheid en wijsheid in schuilen? Omgekeerd, als je niet te veel medelijden mag hebben met mensen, als je er met de grove borstel moet doorgaan, dan benoem je misschien best vrij jonge mensen. Zij voelen het leed van de verliezers minder scherp aan. Het allerbeste nieuws voor een ouder wordende populatie is echter dat het brein, met voldoende stimulatie, compensatie zoekt in andere regionen. Met andere woorden: gezondere delen van het brein nemen de taken over van minder gezonde. Aan het werk blijven dus, uw brein zal u dankbaar zijn. Moderne breinwetenschap onderbouwt wat we eigenlijk al lang wisten. Als we vrij kunnen blijven van ziekte, hoeven we breinsgewijs niet weg te deemsteren. Pas als we echt met pensioen zouden gaan, en onze geest afsluiten voor nieuwe ervaringen, nieuwe uitdagingen, zal het rendement van ons brein zeer snel afnemen. Omgekeerd, met voldoende verantwoordelijkheden en uitdagingen hoeven de ouderen weinig onder te doen voor de jongere generatie. En in ieder geval, blijf niet weg van videospelletjes, want dat zijn zowat de enige activiteiten die ons trainen in zuivere snelheid, en dat is het eerste dat echt bergaf gaat na de tienertijd.De auteur is professor-emeritus aan de Vlerick Business School. MARC BUELENSPas als we echt met pensioen zouden gaan, en onze geest afsluiten voor nieuwe ervaringen, nieuwe uitdagingen, zal het rendement van ons brein zeer snel afnemen.