Overheidsinstellingen hebben het voor de btw niet onder de markt. Hun btw-statuut werd enkele jaren geleden nog ten gronde aangepast. Aanvankelijk leek die hervorming onschuldig.
...

Overheidsinstellingen hebben het voor de btw niet onder de markt. Hun btw-statuut werd enkele jaren geleden nog ten gronde aangepast. Aanvankelijk leek die hervorming onschuldig. Voor een goed begrip: de overheid is in principe niet aan de gewone btw-regeling onderworpen. Als een gemeente bijvoorbeeld tegen betaling identiteitskaarten verdeelt, moet daar geen btw op aangerekend worden. Overheidsinstellingen zijn slechts in eerder uitzonderlijke omstandigheden aan btw onderworpen. Zo bijvoorbeeld wanneer zij een parkeergarage of een haven exploiteren. Enkele jaren geleden vond de wetgever dat het btw-statuut van overheidsinstellingen herzien moest worden. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om hen ook in principe als btw-plichtigen aan te merken wanneer zij zich bezighouden met bepaalde diensten waarvoor gewone stervelingen het statuut krijgen van 'vrijgestelde btw-plichtigen zonder recht op aftrek van de voorbelasting'. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand een ziekenhuis exploiteert of onbaatzuchtig een bibliotheek organiseert. Zowat elke gemeente die zichzelf respecteert, heeft een gemeentelijke bibliotheek. Vroeger was daar btw-technisch niets mee aan de hand. De gemeente was voor die activiteit niet btw-plichtig. Zij moest geen btw aanrekenen, en had - keerzijde van de medaille in het btw-systeem - dus ook geen recht op recuperatie van de btw die zij bijvoorbeeld bij de aankoop van de boeken betaalt. In het nieuwe systeem zou dezelfde gemeente voor diezelfde activiteit nu wel principieel de hoedanigheid van btw-plichtige verkrijgen: die van vrijgestelde btw-plichtige, zonder recht op recuperatie van de voorbelasting. Het verschil is heel subtiel. Iemand die niet de hoedanigheid heeft van btw-plichtige, hoeft geen btw aan te rekenen. Iemand die de hoedanigheid heeft van vrijgestelde btw-plichtige, hoeft evenmin btw aan te rekenen. Maar bij nader inzien zijn er grote verschilpunten. Zodra men de principiële hoedanigheid heeft van btw-plichtige, zelfs die van vrijgestelde btw-plichtige, is men automatisch onderworpen aan een aantal secundaire btw-regels. Zo bijvoorbeeld worden de regels inzake de lokalisatie van diensten anders toegepast. En wie de principiële hoedanigheid van btw-plichtige heeft, wordt geacht btw te voldoen op het werk in onroerende staat dat hij zelf verricht. Een niet-btw-plichtige heeft daar allemaal geen last van. De btw-hervorming had op die manier tot gevolg dat overheidsinstellingen van de ene dag op de andere in een volledig nieuw btw-landschap ontwaakten: een gemeente die een bibliotheek uitbaat en haar eigen gemeentearbeiders bijvoorbeeld zou belasten met het plaatsen van nieuwe ramen of deuren, zou daarop voortaan ook btw verschuldigd zijn. Maar zover is het nooit gekomen. Het Grondwettelijk Hof heeft de nieuwe wetgeving op dit punt vernietigd. Overheidsinstellingen krijgen dan toch niet automatisch de hoedanigheid aangemeten van (vrijgestelde) btw-plichtigen, wanneer zij bijvoorbeeld een ziekenhuis of een bibliotheek uitbaten. Met als gevolg dat zij bij het uitoefenen van een dergelijke activiteit ook niet onderworpen worden aan de secundaire btw-regels die aan de voormelde hoedanigheid verbonden zijn: geen btw dus op eigen werk in onroerende staat, en ook geen nieuwe regels inzake de lokalisatie van afgenomen diensten. Maar daar dreigt nu weer verandering in te komen. Vanaf volgend jaar treden op Europees niveau nieuwe regels in werking voor het lokaliseren van diensten. Kort gezegd, komen die erop neer dat diensten voortaan in principe geacht worden plaats te vinden in het land van de afnemer van de dienst, zodra de afnemer de hoedanigheid heeft van btw-plichtige. Maar daar houdt het niet mee op. Dezelfde regeling zal voortaan ook gelden als de afnemer enerzijds een activiteit heeft waarvoor hij in principe btw-plichtig is, en daarnaast een andere activiteit waarvoor hij dat niet is. Neem bijvoorbeeld een gemeente die enerzijds een bibliotheek organiseert, en daarnaast ook een parkeergarage exploiteert. Voor het ene onderdeel is zij niet-btw-plichtig, voor het andere wel. Voor de lokalisatie van diensten die zij afneemt, zal zij vanaf volgend jaar geacht worden de hoedanigheid van btw-plichtige te hebben, ook als zij de diensten afneemt voor haar activiteiten die niets met btw te maken hebben. Helemaal nieuw is dat niet. Het Europees Hof van Justitie had die oplossing een tijdje geleden al naar voren geschoven. Maar België hield daar geen rekening mee. De nieuwe Europese wetgeving die begin volgend jaar van kracht wordt, dwingt de Belgische wetgever er alsnog rekening mee te houden. Voor de gemeente in het voorbeeld heeft dit tot gevolg, dat bepaalde diensten die vandaag geacht worden niet in België plaats te vinden, dat vanaf volgend jaar wel zullen zijn. Met alle gevolgen van dien op het gebied van de btw-tarieven, vrijstellingen, enzovoort. DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.Jan Van DyckOok voor overheids-instellingen gelden vanaf volgend jaar nieuwe btw-regels.