"Belangstelling voor kunst moet je met de paplepel ingegeven krijgen. Daar hoef je niet rijk voor te zijn. Mijn vader was postbode, in ons gezin waren tien kinderen. Televisie hadden we niet. Ik herinner me wel hoe we allemaal rond de radio zaten om de Koningin Elisabethwedstrijd te volgen. Ik heb trompet gespeeld. Maar ik had er weinig talent voor.
...

"Belangstelling voor kunst moet je met de paplepel ingegeven krijgen. Daar hoef je niet rijk voor te zijn. Mijn vader was postbode, in ons gezin waren tien kinderen. Televisie hadden we niet. Ik herinner me wel hoe we allemaal rond de radio zaten om de Koningin Elisabethwedstrijd te volgen. Ik heb trompet gespeeld. Maar ik had er weinig talent voor. "Ik werk nooit in stilte. Er staat altijd muziek aan in de wagen, en ik zet meteen iets op als ik thuiskom. Maar er gaat niets boven een concert. Ook als mijn vrouw en ik op reis zijn, proberen we elke keer een concert, een opera of een ballet mee te pikken. Vaak gingen we naar de Salzburger Festspiele, vooral toen Gerard Mortier daar intendant was. Ik houd van de cello, maar ik houd het meest van stemmen. De stem is het mooiste instrument." "In 1997 werd ik gevraagd om voorzitter te worden van het Vlaams Radio Orkest, nu Brussels Philharmonic. Het orkest was toen op sterven na dood. Ik vond het mijn maatschappelijke plicht ja te zeggen. In 2007 werd ik ook voorzitter van het Concertgebouw Brugge en ik zit in de raad van bestuur van de Koningin Elisabethwedstrijd. Er zijn weinig verschillen tussen een bedrijf en een cultuurorganisatie. Een bedrijf moet winst maken, een cultuurorganisatie moet een break-even halen. Maar de uitdaging voor het management is dezelfde: enthousiasme brengen in het team, een visie ontwikkelen, je budget in de hand houden, elke dag weer kwaliteit brengen. Met Gunther Broucke bij Brussels Philharmonic en met Katrien Van Eeckhoute en Jeroen Vanacker bij het Concertgebouw hebben we managers die dat schitterend doen. "In de twintig jaar dat ik CEO van Barco ben geweest, had ik het vaste doel voor ogen om van het bedrijf een wereldleider te maken. Daar hebben we het bij ons soms moeilijk mee. Veel ondernemingen willen alleen maar de beste van Vlaanderen zijn. Maar wat moet je dan nog als je dat hebt bereikt? Ook een cultuurorganisatie moet een internationale ambitie hebben. Brussels Philharmonic en het Concertgebouw hebben een reputatie opgebouwd tot ver buiten de grenzen, en die willen we nog versterken. We onderschatten vaak welke uitstraling Vlaamse musici en ensembles hebben in het buitenland. "Aan de medewerkers geef ik de raad geregeld naar andere landen te trekken, om er ideeën op te doen. In de Verenigde Staten, in Japan, in Spanje, in Duitsland of in Scandinavië wordt heel anders tegen de dingen aangekeken. Ga ernaartoe, absorbeer wat je daar hoort en puur er je eigen visie uit. Alle organisaties hebben dat nodig om stappen vooruit te doen. Je begrijpt niet wat er in de wereld gebeurt door achter je tablet of je pc te blijven zitten." "Heel mijn carrière heb ik gehamerd op creativiteit en innovatie. Als politici tegenwoordig praten over innovatie, hebben ze het bijna uitsluitend over technologie. Maar creativiteit komt niet uit de lucht vallen, je moet dat stimuleren -- al vanaf de lagere school. Alle kinderen en jongeren zijn creatief. Dat kun je nog aanwakkeren door hen in aanraking te brengen met kunst, muziek en dans. Bij Brussels Philharmonic en het Concertgebouw vinden we dat een essenti-ele opdracht. Die creativiteit kunnen jongeren later gebruiken in hun beroepscarrière. En misschien zien we hen dan later wel terug op een voorstelling of een concert." WIM VER ELST, FOTOGRAFIE JONAS LAMPENS