‘Onze welvaart staat onder zware druk’

Jarenlang was Hugo Leroi het uithangbord van Carglass. Vandaag staat de voorzitter van de Limburgse investeringsmaatschappij LRM op de bres voor Limburg, zijn getroffen provincie.

Hugo Leroi begon met Carglass in 1979 als een eenmanszaak, in een garage in Hasselt. In de jaren tachtig en negentig groeide de hersteller van autoruiten als kool, met Leroi als uithangbord. Nu is het een Europees conglomeraat, in handen van D’Ieteren.

Vandaag staat Hugo Leroi wat buiten de schijnwerpers, en is de opwaardering van ‘zijn’ provincie Limburg zijn grootste zorg. Hij is voorzitter van de raad van bestuur van de Limburgse Reconversie Maatschappij, de overheidsinstelling die bedrijven en investeringsprojecten begeleidt en mee financiert. “De werkgelegenheid en de welvaart staan onder zware druk in Limburg. Dat was al vóór de aankondiging van de sluiting van Ford Genk een probleem. Daarover waren we toch wel verwonderd.”

U zegt ‘we’. Wie zijn dat?

HUGO LEROI. “De Limburgers. Ja, er bestaat onmiskenbaar een Limburggevoel. Limburg vormt een vrij gesloten gemeenschap. Maar zodra een buitenstaander is opgenomen en aanvaard, ontstaat een enorm warme band. Er is een zeer sterk samenhorigheidsgevoel. Dat heeft ook nadelen. We manifesteren ons nationaal te weinig. Je ziet ook altijd dezelfde mensen tijdens bijeenkomsten.”

De bazen van Ford Genk zult u na 2014 niet langer zien. Hoe zwaar weegt de sluiting?

LEROI. “Men wist, of kon weten, of moest weten, dat er aan Ford Genk vroeg of laat een einde zou komen. Maar Ford gaf in 2010 via het Toekomstcontract de toezegging voor de productie van de nieuwe modellen van Galaxy, Mondeo en S-Max. Die belofte gaf een bepaald comfort. We zijn wat achterover gaan leunen in de zoektocht naar alternatieven. Maar zelfs zonder de aangekondigde sluiting heeft Limburg serieuze problemen.”

De werkloosheid in de provincie blijft een hardnekkig probleem?

LEROI. “Limburgse bedrijven leveren te weinig toegevoegde waarde. Ze zijn te eenzijdig gericht op de maakindustrie, zoals Ford Genk. En die staat duidelijk onder druk. Er werken ook relatief te veel mensen in de bouwsector. En we kampen nog meer dan de andere provincies met dat typisch Vlaamse probleem: beschikbaar talent sluit te weinig aan bij de noden van de markt. Vooral de laaggeschoolden vinden moeilijk werk, zowel de jongeren, als oude mannen.”

Als een logistieke onderneming als Essers zegt dat ze meteen honderden werknemers van Ford Genk kan opvangen, is dat dus geen oplossing? Want logistiek biedt te weinig toegevoegde waarde?

LEROI. “Nee, Essers is een prachtig voorbeeld van een ambitieuze Limburgse onderneming. De kapitaalbasis is gezond, want Essers deed tijdig een beroep op externe financiering, met de intrede van de Gimv in het kapitaal. Essers kocht later dat belang terug, en timmerde aan de internationalisering en de professionalisering van het management. Zulke voorbeelden vind je te weinig bij Limburgse bedrijven. Het is misschien juist dat Essers minder toegevoegde waarde levert, maar voor de werkgelegenheid is de onderneming belangrijk. Het is een mooi voorbeeld van een bedrijf in volle ontwikkeling.”

Andere Limburgse bedrijven in volle ontwikkeling klagen vaak over de gebrekkige infrastructuur.

LEROI. “Een terechte klacht. De realisatie van een aantal grote infrastructuurwerken sleept al decennia aan. Er is de IJzeren Rijn, de spoorweg van Antwerpen naar Keulen. En de noord-zuidverbinding over de weg staat al dertig jaar op de agenda. Die begint aan de autoweg bij Houthalen-Helchteren, en loopt naar Eindhoven. De Raad van State gaf een negatief advies. We moeten dat dossier versnellen. Want Limburg heeft wel degelijk troeven.”

Welke zijn die troeven?

LEROI. “We hebben voldoende bedrijventerreinen tegen scherpe prijzen, in totaal 1430 hectare. LRM heeft 313 hectare in Lommel. Dat is het grootste bedrijventerrein in Vlaanderen. Maar het is slecht ontsloten, dus komt het gebied slechts zelden in aanmerking bij potentiële investeerders.”

Vreemd toch, want Limburg ligt eigenlijk heel goed, centraal tussen de haven van Antwerpen en het Roergebied.

LEROI. “Limburg is inderdaad ideaal terrein voor logistiek. We hebben ook een goede levenskwaliteit. Het is hier goed werken en leven. En we zitten midden in de ELAT, de driehoek (‘Triangle’) van de universiteiten van Eindhoven, Leuven en Aken.”

En toch was er enkele weken geleden weer een domper. Action bouwt zijn distributiecentrum, goed voor 600 werknemers, niet in Limburg, maar net over de grens in Nederland.

LEROI. “Bijzonder jammer. Maar de Nederlandse loonkosten net over de grens zijn lager. Dat is spijtig, het was een van de quick wins die we nu zo nodig hebben. Een ander dossier is de opening van een nieuwe Ikea in Hasselt. Dat is niet het belangrijkste dossier, maar het helpt allemaal op de korte termijn. Dan zijn er geplande en gebudgetteerde Vlaamse en federale investeringen. Zoals de gevangenissen. Genk en Leopoldsburg zijn kandidaat.”

Ford Genk wordt toch niet verbouwd tot een gevangenis?

LEROI. “Uiteraard niet. Het gaat om een nieuw gebouw. Maar de herscholing van de werknemers van Ford Genk hangt samen met de langetermijnmaatregelen voor Limburg. We moeten vooral het technisch onderwijs opwaarderen. De technische middelbare scholen glijden te snel af naar het niveau van het beroepsonderwijs. Ook het hoger onderwijs moeten we meer afstemmen op de lokale economische behoeften. Daarnaast willen we de innovatiekracht en de exportmogelijkheden verhogen. Daar kan LRM aan meewerken. Er zijn bijkomende middelen in de Vlaamse begroting. LRM krijgt een kapitaalverhoging met 100 miljoen euro. Daarmee kunnen we een apart fonds oprichten, naar analogie met de fondsen na de sluiting van de mijnen. Zo’n fonds zou zich richten op leningen voor starters en kleine ondernemingen, de zogenaamde Klim-Op-leningen, tegen lage rentevoeten, maar in functie van de creatie van arbeidsplaatsen.”

Inmiddels daalt het aantal starters in Limburg nog meer dan in de andere provincies.

LEROI. “Dat is zo. En toch heeft Limburg een verrassend potentieel. Onze beschikbare ruimte kunnen we gebruiken als een laboratorium voor experimentele initiatieven. We hebben de Research Campus Hasselt, de voormalige Philips-site. Daar werkt LRM mee aan projecten rond ICT en nieuwe media. En dan zijn er nog activiteiten met een enorm groeipotentieel, zoals recyclage en geneeskunde.”

Na uw carrière bij Carglass werd u bestuurder bij diverse familiale bedrijven in Limburg. Hebben die nood aan mensen met ervaring?

LEROI. “Inderdaad. Ik kan als bestuurder expertise aanbrengen over internationalisering en overnames. Bij Carglass kreeg ik vanaf 1987 de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de activiteiten in continentaal Europa. Ik deed 45 overnames. Ik kreeg een enorme autonomie. Nu geef ik die ervaring door als bestuurder bij Euro Shoe Unie en JBC, of als lid van de raad van advies bij Carpe Diem, Harol, of P&V Elektrotechniek. Dat zijn stuk voor stuk familiale ondernemingen. Vaak is er een generatiewissel. Ze zoeken groei, en willen internationaal gaan. En ik ben nog actief in AutoglassClinic, de onderneming van mijn dochter Charline.”

U was of bent ook bestuurder in werkgeverskringen, zoals Acerta, VKW en Voka. Een echte netwerker?

LEROI. “Mijn peetvader was Nand Beuls, de Limburgse deputé en oprichter van het zuivelbedrijf Yoko uit Genk. Die onderneming werd in 1988 verkocht aan Irish Dairy Board. Hij liet me verstaan dat je als ondernemer ook verplichtingen hebt ten aanzien van de gemeenschap. Ik wil de belangen van de werkgevers vertegenwoordigen. Ik heb ook tussen mijn twaalfde en 23ste in Antwerpen gewoond. Ik was een beetje weg uit Limburg. Ik heb mijn positie weer moeten waarmaken. Wellicht daarom ben ik actiever geweest in netwerking.”

WOLFGANG RIEPL, FOTOGRAFIE PAT VERBRUGGEN

“Limburgse bedrijven leveren te weinig toegevoegde waarde. Ze zijn te eenzijdig gericht op de maakindustrie, zoals Ford Genk”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content