De beelden uit Griekenland staan op mijn netvlies gebrand. De dreigende armoede in Griekenland laat ons zien waarom wij (nog?) rijk zijn. 's Morgens sta ik met luie benen op uit mijn verwarmde waterbed, scheer me met Gilette Power Fusion, luister naar het nieuws via mijn Geneva Soundsystem, stap in mijn nieuwe auto, die me elke dag nog een beetje meer verrast door zijn luxe en rijcomfort. De dag is nog niet goed begonnen en ik baad al in de luxe. Verdiende luxe, zegt mijn omgeving. Je hebt er hard voor gewerkt.
...

De beelden uit Griekenland staan op mijn netvlies gebrand. De dreigende armoede in Griekenland laat ons zien waarom wij (nog?) rijk zijn. 's Morgens sta ik met luie benen op uit mijn verwarmde waterbed, scheer me met Gilette Power Fusion, luister naar het nieuws via mijn Geneva Soundsystem, stap in mijn nieuwe auto, die me elke dag nog een beetje meer verrast door zijn luxe en rijcomfort. De dag is nog niet goed begonnen en ik baad al in de luxe. Verdiende luxe, zegt mijn omgeving. Je hebt er hard voor gewerkt. Dat laatste wil ik niet ontkennen. Maar Chinese kompels werken veel harder dan ik. Sommige huismoeders ook. Stagiairs-dokters werken onmenselijk veel harder dan ik. Maar ik beschik natuurlijk over unieke talenten. Neem nog even aan dat dat zo zou zijn. Laten we even aannemen dat columns kunnen schrijven voor een zakenblad, behoorlijk lesgeven (moeilijke dingen eenvoudig maken) en academische research publiceren (eenvoudige dingen moeilijk maken) talenten zouden zijn waarover ik beschik en dat ze relatief schaars zijn. Legt dat dan voldoende uit dat ik vrij probleemloos grote luxe ken, van mijn scheermesjes tot de zetelverwarming in de auto? Natuurlijk niet. Mensen met dezelfde talenten als ik die opgroeien in Bangladesh, Ivoorkust of op het platteland in India mogen zo hard werken als ze willen, ze maken nauwelijks kans op een Geneva Soundsystem. Je talenten en hard werk moeten de kans krijgen ingebed te raken in een maatschappelijke context, in een arbeidsmarkt die niet alleen inkomen schenkt, maar ook identiteit, leeropportuniteiten en status. Zet mij morgen op een haast onbewoond eiland en ik zou waarschijnlijk beter zijn met goede contacten met een schaarse inboorling dan met mijn professortitel. Mijn rijkdom hangt met andere woorden voor 95 procent af van de rijkdom van de mensen rond mij, van de manier waarop ook zij rijkdom kunnen verwerven, van de infrastructuur, de rechtsorde, de sociale normen en idealen, enzovoort. Alleen ben ik niets, dat weet wel iedereen, maar stiekem hebben we toch altijd gedacht dat onze rechtbanken, onze ministeries, onze spoorwegen, ons onderwijs vanzelfsprekend zijn. In Griekenland zien we hoe broos die systemen wel zijn. Blijkbaar zijn een welvarend en modern land en een economische puinhoop maar enkele stappen van elkaar verwijderd. En voor "arm land, rijke burgers" in enkele kleine stappen zou veranderen in "chaotisch land en arme burgers". Onze politieke structuren hebben bijna twee jaar niet gefunctioneerd. Onze economie staat nog enkele stappen af van Griekse toestanden, maar elke kleine stap die we doen, is er wel een in de verkeerde richting: nog wat extra belastingen, nog wat meer schadelijke protesten van groepen die in hun gevecht om de verworven rechten bereid zijn het hele systeem aan diggelen te slaan. Het is jammer dat de landen op hun nationale rekeningen niet iets hebben als een 'vertrouwensratio', de verhouding tussen het aantal uitingen van vertrouwen in elkaar en het aantal uitingen van wantrouwen. Want de andere geledingen of de leiding worden gewantrouwd en uitgespuwd dat het geen naam meer heeft. Het discours van de vakbonden doet steeds meer wenkbrauwen fronsen. Beseffen zij wel de draagwijdte van wat er aan het gebeuren is? De roep om een sterke leider brengt charlatans, clowns, narcisten aan de macht, en het vertrouwen neemt nog af. Krijgen we stilaan Italiaanse toestanden in vele landen van Europa, waar de geledingen enkel nog aan zichzelf kunnen denken, hun pensioen vroeger willen en het woord 'gemeenschapsopbouw' in geen enkel woordenboek meer past? Beelden van armoede roepen medelijden op. Of verontwaardiging. Zijn die mensen arm door pech, door onrechtvaardigheid, door hun eigen schuld? Maar wat we nu in Griekenland zien, is de vrije val van een relatieve rijkdom naar bittere armoede; en de schuld lijkt niet bij de verpauperden te liggen, maar ergens anders. En de armoede lijkt wel uitzichtloos, want de Grieken beseffen ook wel dat hun armoede niet te vergelijken is met armoede van een volk dat na een oorlog de eigen economie moet heropbouwen. Dat soort beelden roept vooral angst op. Weten we wat een sterke economie sterk houdt? Weten we welke instrumenten een overheid kan hanteren om een economie sterk te houden? Weten we het en kunnen we het niet toepassen? Weten we dan exact waarom we niets kunnen toepassen? Als ik de politieke debatten in de Verenigde Staten volg, is het duidelijk dat men ginds ook geen consensusantwoorden vindt. Dat is pas angstaanjagend, want een Grieks scenario voor de VS is niet waarschijnlijk, maar ook niet volledig uit te sluiten. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management School.MARC BUELENSIn Griekenland zien we hoe een modern, welvarend land en een economische puinhoop maar enkele stappen van elkaar verwijderd zijn.