Een kleine 11 procent van het elektronische afval dat Recupel in kaart heeft gebracht, wordt opgehaald door de privésector, zeg maar de erkende schroothandelaars. Maar dat aandeel is groeiend, weet CEO Peter Sabbe. De uitdaging is nu te zorgen voor nog hogere recyclagepercentages.
...

Een kleine 11 procent van het elektronische afval dat Recupel in kaart heeft gebracht, wordt opgehaald door de privésector, zeg maar de erkende schroothandelaars. Maar dat aandeel is groeiend, weet CEO Peter Sabbe. De uitdaging is nu te zorgen voor nog hogere recyclagepercentages. Recupel is een organisatie die werkt voor zeven 'sectorbeheersorganismen', die elk in hun domein (ICT, lampen, witgoed, tv's en monitoren...) verantwoordelijk zijn voor de ophaling en recyclage van afgedankte elektrische en elektronische apparaten, AEEA in het jargon. Sabbe en zijn team zorgen vooral dat het proces goed loopt, en dat elke betrokkene passend wordt vergoed voor zijn rol. Zowat 57 procent van het afval dat Recupel verzamelt, komt binnen via containerparken. Retailers zijn goed voor 21 procent, kringloopwinkels nemen 11 procent voor hun rekening, ongeveer evenveel als de privésector. Dat zijn in de eerste plaats de schroothandel, waarmee Recupel afspraken maakt om het afval correct op te halen en te ontmantelen. "Meer dan 600 bedrijven hebben een vergunning om gevaarlijk afval op te halen. Maar daarvan zijn er slechts zowat 150 echt bezig met elektroafval." Al is het voor Sabbe niet nodig dat alle bedrijven dat doen. "Voor ons is het belangrijkste dat de verwerking correct verloopt, en dat er wordt gerapporteerd hoeveel ton er verwerkt werd." Want Recupel schat dat het van ongeveer 30 procent van het AEEA niet weet wat ermee gebeurt. "We registreren zelf 47 procent, en van 23 procent weten we waar het is. Die overblijvende 30 procent lijkt veel, maar in Italië bijvoorbeeld is dat 37 procent, alleen al voor de huishoudelijke apparatuur." Om de situatie nog beter in te schatten, doet Recupel sinds kort bezitsmetingen, waarbij wordt nagegaan hoeveel apparatuur een consument in huis heeft, en wat daarvan op korte termijn buiten dienst zal worden gesteld. In 2014 wordt de oefening herhaald bij de bedrijven. De cijferdans is belangrijk om de Europese doelstellingen te halen, die almaar strenger worden. In 2019 moet ofwel 85 procent van het AEEA dat uit de markt komt, worden ingezameld, ofwel 65 procent van de hoeveelheid apparaten die in de drie voorgaande jaren op de markt werden gebracht. België haalt nu 42 procent voor die laatste categorie, en is dus goed op weg om de doelstelling van 45 procent in 2016 te halen. "We komen van ver: in 2001 zaten we op nul kilogram, nu op 112.000 ton. Maar om die volgende doelstellingen te halen, moeten we wellicht nog een inspanning doen. Maar we moeten vooral nog beter in kaart brengen hoeveel afval buiten Recupel wordt ingezameld en verwerkt. Nu zijn er bedrijven die niets rapporteren, en waarvan we dus ook niet weten hoe ze de gevaarlijke of vervuilende materialen eruithalen. Al zijn we met de verschillende overheden in discussie over het handhavingsbeleid." Daarom zet Recupel een pak acties op het getouw om nog meer AEEA in te zamelen. "Uit analyses van huisvuilzakken blijkt dat elk jaar 1,5 kilo AEEA daarin belandt: elektrische tandenborstels, afstandsbedieningen,... We lanceerden daarom Recupel On Tour, speciale inzameldagen waarop de particulier zijn elektronische afval kon inleveren." Voorts lopen, in samenwerking met Bebat (verantwoordelijk voor de ophaling van batterijen) nu bij Carrefour testen met een inzamelbak, die wellicht ook wordt geplaatst bij andere distributeurs. Bij bedrijven wordt geëxperimenteerd met rolcontainers die gratis worden opgehaald, een idee dat wellicht ook wordt uitgebreid naar appartementsgebouwen. Toch gaat Recupel soms nog verder dan de Europese regels opleggen. "De recyclagedoelstellingen zijn echter onvoldoende motiverend om zeldzame aarden en edelmetalen uit het AEEA te halen. Dus zetten wij dat in het lastenboek van de verwerkers. Door de stromen te bundelen, kunnen we zorgen voor volumes die interessant genoeg zijn." Al wil Sabbe nadrukkelijk niet in de plaats van de privébedrijven treden. "We hebben een fantastische verwerkingsindustrie, die we ook scherp willen houden. We zijn streng: we durven contracten op te zeggen als het niet goed is. Maar we willen betere recyclage stimuleren, wat de privébedrijven meer opbrengsten oplevert en hun meer mogelijkheden geeft om ook in het buitenland business te halen. En als zij meer ijzer, koper en andere materialen kunnen verwerken, kan dat betere tarieven voor ons opleveren." Dat vertaalt zich in de contractuele voorwaarden in het tenderingsysteem, waarbij vooral wordt gekeken naar de tweede beste recycleur. "Als die bijvoorbeeld belooft om 3,4 procent koper uit het witgoed te halen, dan wordt de vergoeding daarop berekend. Haalt hij dat cijfer, dan is de winst voor hem, haalt hij het niet, dan is het verlies voor hem. We zorgen ook dat nieuwkomers de kans krijgen om aan te pikken of in te stappen. De winnaar van een tender krijgt 50 procent van die bepaalde markt, de tweede en derde een lager marktaandeel, maar dezelfde vergoedingsbasis. Dat dwingt hen te innoveren, en dat lukt wonderwel." Het resultaat: Recupel kan in Europa pronken met de resultaten. "We hebben in de praktijk een monopolie, en we beseffen dat. Dus vergelijken we ons voortdurend, met Ecosystèmes in Frankrijk, met Wecycle in Nederland. In kilogram per inwoner doen we voor alle afvalfracties beter." Sabbe keert zich ook tegen het klassieke beeld dat Duitsland het 'voorbeeld voor Europa' is. "Bij onze oosterburen kiest elke intercommunale zelf met wie ze werkt. Het gevolg: het afval wordt verkocht aan de meestbiedende verwerker. Waardoor veel minder belang wordt gehecht aan schadelijke afvalstoffen, want dat is een extra kostprijs voor die bedrijven." Meer zelfs, België is het enige land in Europa dat zijn afgedankte elektronische afval manueel schoonmaakt. "Dat zorgt voor tewerkstelling: via Recupel creëren wij 332 voltijds equivalenten in de sociale economie, waarvan 162 in de zogenoemde depollutie. Bovendien is het niet kostenverhogend, want wij slagen er daardoor beter in waardevolle materialen uit te sorteren, en dus hogere recyclageresultaten en meer inkomsten te boeken."LUC HUYSMANS"Van ongeveer 30 procent van het elektronische afval weten we niet wat ermee gebeurt"