Successierechten zijn een onpopulaire belasting, omdat ze worden geheven op vermogens waarop al belastingen zijn betaald. Op basis van de verhouding tussen de opbrengst van die belasting en het bruto binnenlands product (bbp) heft België bovendien de zwaarste successierechten van vijftien landen in de Europese Unie. In België bedragen die 0,61 procent van het bbp, terwijl het gemiddelde in de andere landen 0,21 procent is. Het is daarom belangrijk een successie te plannen, om die belasting zo veel mogelijk te beperken.
...

Successierechten zijn een onpopulaire belasting, omdat ze worden geheven op vermogens waarop al belastingen zijn betaald. Op basis van de verhouding tussen de opbrengst van die belasting en het bruto binnenlands product (bbp) heft België bovendien de zwaarste successierechten van vijftien landen in de Europese Unie. In België bedragen die 0,61 procent van het bbp, terwijl het gemiddelde in de andere landen 0,21 procent is. Het is daarom belangrijk een successie te plannen, om die belasting zo veel mogelijk te beperken. De manier waarop Belgen samenleven met hun partner heeft een belangrijke invloed op hun successie. Voor getrouwde koppels geldt het wettelijke erfrecht. Als een van beiden overlijdt en er kinderen zijn, erft de langstlevende partner het vruchtgebruik van de hele nalatenschap. Huwelijkspartners erven automatisch van elkaar en zijn reservataire erfgenamen die niet volledig kunnen worden onterfd. Stellen die samenwonen, zijn veel minder beschermd. Wettelijk samenwonende partners -- die voor de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd -- erven automatisch het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad van elkaar. De blote eigendom en de andere bezittingen gaan naar de andere erfgenamen, bijvoorbeeld de kinderen. Het erfrecht van wettelijk samenwonende partners is niet reservatair. De een kan een testament opmaken waarin hij zijn volledige erfenis -- met inbegrip van de gezinswoning -- nalaat aan een derde. Het erfrecht vervalt vanaf het moment dat aan de samenwoning een eind komt. Partners die enkel feitelijk samenwonen zonder dat ze een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd, erven niet automatisch van elkaar. Zij moeten een testament opmaken om iets van elkaar te erven. Welke successierechten er verschuldigd zijn, hangt af van de fiscale woonplaats van de overledene. Die woonplaats is niet per definitie de plaats waar de erflater was ingeschreven in het bevolkingsregister, hij moet er ook echt hebben gewoond. Als hij in de laatste vijf jaar vóór zijn overlijden in verscheidene gewesten heeft gewoond, is het gewest bevoegd waar hij tijdens die periode het langst zijn fiscale woonplaats heeft gehad. - Vlaams Gewest Voor getrouwde partners gelden in de drie gewesten dezelfde tarieven als tussen ouders en kinderen. In Vlaanderen worden de successierechten afzonderlijk berekend voor de roerende en de onroerende goederen. Voor beide kan de erfgenaam twee keer aanspraak maken op het laagste tarief. Vlaanderen hanteert dezelfde tarieven voor samenwonende partners als voor getrouwde koppels, op voorwaarde dat die ofwel wettelijk samenwonen, ofwel minstens één jaar feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Voldoet een samenwonend stel niet aan een van die voorwaarden, dan vallen ze in principe onder het hogere tarief tussen 45 en 65 procent. - Waals Gewest Wallonië maakt voor de berekening van de successierechten geen opsplitsing tussen roerende en onroerende goederen. Bovendien heeft het gewest veel meer schijven en tarieven dan Vlaanderen. In Wallonië zijn enkel wettelijk samenwonende partners fiscaal gelijkgesteld met getrouwde koppels. Bovendien moet de verklaring van wettelijke samenwoning meer dan zes maanden bij de gemeente zijn ingediend, voordat de nalatenschap openvalt. - Brussels Gewest Net zoals in Wallonië wordt in het Brussels Gewest geen splitsing gemaakt tussen roerende en onroerende goederen. Samenwonende partners worden in Brussel voor de berekening van de successierechten enkel gelijkgesteld met getrouwden als ze wettelijk samenwonen, maar er is geen wachttermijn opgelegd. Getrouwde partners kunnen een keuzebeding in hun huwelijkscontract laten opnemen, als ze getrouwd zijn onder het wettelijke stelsel, met een algehele gemeenschap van goederen of een scheiding van goederen met een beperkte gemeenschap. Als een van beide overlijdt, kan de langstlevende partner met zo'n keuzebeding kiezen welke goederen hij uit de huwelijksgemeenschap in volle eigendom of in vruchtgebruik verwerft. Zo kan hij kiezen voor de volledige gemeenschap in volle eigendom. Of hij kan opteren voor het vruchtgebruik van alle onroerende goederen en voor de volle eigendom van alle roerende goederen (geld, effecten, meubelen, kunstvoorwerpen). Ofwel verkrijgt hij de helft van de roerende en onroerende goederen in vruchtgebruik en de andere helft in volle eigendom. Belangrijk is dat het keuzebeding ruim is opgesteld, zodat de langstlevende kan kiezen wat voor hem op dat moment het beste uitkomt en fiscaal het voordeligst is. De opname van keuzebeding in een huwelijkscontract voor een notaris kost ongeveer 500 euro. JOHAN STEENACKERSEen samenwonende partner kan een testament opmaken waarin hij zijn volledige erfenis nalaat aan een derde.