"Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de groenste stad van het land?" In Canada staan Greg Robertson en John Tory, de burgemeesters van Vancouver en Toronto, om beurten voor de magische spiegel uit het sprookje Sneeuwwitje. De twee steden hebben ambitie te over: de groenste stad ter wereld tegen 2020 zijn, klinkt het aan de westkust. De duurzaamste stad van Noord-Amerika worden, is dan weer de doelstelling van Toronto, 4400 kilometer oostelijker.
...

"Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de groenste stad van het land?" In Canada staan Greg Robertson en John Tory, de burgemeesters van Vancouver en Toronto, om beurten voor de magische spiegel uit het sprookje Sneeuwwitje. De twee steden hebben ambitie te over: de groenste stad ter wereld tegen 2020 zijn, klinkt het aan de westkust. De duurzaamste stad van Noord-Amerika worden, is dan weer de doelstelling van Toronto, 4400 kilometer oostelijker. Vancouver heeft de traditie mee. In de jaren zestig hielden buurtbewoners de aanleg van een snelweg naar het stadscentrum tegen, en het is de geboorteplaats van Greenpeace. Het Greenest City 2020 Action focust op tien doelstellingen, gaande van groene gebouwen, groen transport, toegang tot natuur, over schone lucht en lokaal eten tot de groene economie. 31 procent van alle energie die Vancouver verbruikt, is hernieuwbaar. In Toronto wordt dat sterk gerelativeerd. "Niet moeilijk: ze halen hun elektriciteit uit waterkrachtcentrales in de bergen", grijnst Cameron Lewis, voorzitter van Hydrostor. Liefst 96 procent van zijn elektriciteit haalt Vancouver uit waterkrachtcentrales. In de provincie Ontario is dat amper een kwart. Hoofdstad Toronto en omgeving hangen voor meer dan de helft af van kernenergie. Ontario is dan weer de enige overheid in Noord-Amerika die een verbod op kolencentrales heeft ingevoerd. Toronto is, met 6 miljoen inwoners de vierde grootste stad in Noord-Amerika, het kloppende economische hart van Canada. 36 procent van alle bedrijven ligt in de omliggende provincie Ontario, tegenover 20 procent in British Columbia (Vancouver) en 23 procent in Quebec (Montreal). Canada haalt bijna 60 procent van zijn stroomproductie uit waterkracht. Maar het is ook de op vijf na grootste nucleairestroomproducent ter wereld. De verschillen tussen de provincies zijn groot, omdat Canada veel meer een federatie van provinciestaten dan een unitaire staat is. De provincies zijn er onder meer bevoegd voor onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur, wat de speelruimte voor de federale regering aanzienlijk beperkt. Toch is de koersverandering van eerste minister Justin Trudeau een opluchting voor de Canadese cleantechnology-sector. Zijn voorganger, de conservatieve Stephen Harper, had in 2002 het Kyoto-akkoord geratificeerd, maar besloot er in 2011 uit te treden, vooral omdat het land dreigde inkomsten uit teerzand- en schalieolie mis te lopen. Het budget dat Trudeau midden maart door het parlement sluisde, wil de economische crisis aanpakken. Canada wil dit jaar 90,3 miljard euro aan overheidsobligaties uitgeven. Met de opbrengst wil de liberale premier een brede waaier van investeringsprojecten financieren, gaande van de bouw van scholen en ziekenhuizen tot transportinfrastructuur in de steden, en vooral de bouw van nieuwe onderzoekscentra aan de universiteiten. Bovendien gaat jaarlijks 1 miljard extra naar de ontwikkeling van clean technology en cleantechbedrijven, onder meer voor de uitbouw van een netwerk van oplaadpalen voor elektrische auto's. Dat moet resulteren in een extra economische groei van 0,5 procent. Dat moet extra belastinginkomsten opleveren, de werkloosheid terugdringen en de malaise in de olie-industrie opvangen. Lewis: "Zelfs in Alberta, de provincie waar de grote olievelden liggen, vinden ze dat olie schoner moet worden geproduceerd. Ons milieuvriendelijk imago is de jongste jaren naar de haaien gegaan, maar we hebben de capaciteit om het beter te doen." Die federale maatregelen komen boven op het bestaande systeem om startende bedrijven te ondersteunen. James Franklin Dean, de CEO van dPoint, een producent van efficiënte warmtewisselaars in Vancouver, schat dat hij de jongste tien jaar zowat 7 miljoen dollar (4,84 miljoen euro) ondersteuning heeft gekregen van de overheid. "Van elke dollar die ik uitgeef aan onderzoek en ontwikkeling, krijg ik 65 procent terug. Via een belastingkrediet krijg ik de helft van de loonkosten terug." Om de commercialisering te ondersteunen, kreeg dPoint nog een overheidslening van 1,1 miljoen euro. Ook de provincie- en stadsbesturen hebben enveloppen klaar liggen. Er wordt veel aandacht besteed aan bedrijven de weg wijzen naar de overheidsondersteuning, maar ook aan gemengde en privéfinanciering. "Mijn broer, Jean-Paul Morgan, vond een nieuw type lens en een ander paneelontwerp uit om een zonnepaneel te maken dat twee keer efficiënter is voor de helft van de prijs", vertelt Nicolas Morgan, medestichter en vicepresident business development van het in Toronto gevestigde MorganSolar. De broers Morgan kregen zowat 8,4 miljoen euro voor de helft van de loonkosten van de onderzoekers en de productiemedewerkers tijdens de eerste drie jaar, een lening, die niet moest worden terugbetaald omdat er genoeg tewerkstelling was gecreëerd en er snel genoeg een commercieel product was, 1,5 miljoen euro om testen te doen en 1,95 miljoen voor proefprojecten. Onderzoek nog sneller in bedrijven omzetten en die begeleiden in hun groei, is de ambitie van incubatorinstellingen als het Impact Centre van de Universiteit van Toronto, of het privé-initiatief MaRs, dat een brug wil vormen tussen beloftevolle ondernemers, wetenschappelijke en overheidsinstellingen, en privébedrijven als Siemens, Roche en Cisco. "Toronto telt 80.000 studenten en 11.000 faculteitsonderzoekers", legt professor Cynthia Gog, directeur van het Impact Centre uit. "Wij weten wat daar gebeurt en maken de connectie met de bedrijven. Studenten hebben de juiste mentaliteit: de arrogantie van 'wij hebben de oplossing' met de nederigheid van 'wij hebben geen idee hoe we daar een bedrijf van moeten maken'. Veel van die jonge ondernemingen doen vervolgens op ons een beroep voor onderzoek." Het Impact Centre leverde sinds in 2010 al 112 start-ups op. Ook bij MaRS valt die boodschap te horen. "We willen meer dan een businessversneller zijn. We willen dat de gemeenschap de innovatie die in de regio wordt ontwikkelt, ook daadwerkelijk opneemt", legt Lara Torvi, manager media & community relations, uit. "De Canadezen zijn meer businessminded dan de Belgen, maar ze hechten ook belang aan levenskwaliteit", vindt Marc Cossement, de channelmanager Western Canada van Barco. "Zeker Vancouver is voor Belgen een beetje een vergeten hoek van Noordwest-Amerika", vult Bart Schobben, economisch en handelsattaché bij het Belgische consulaat-generaal aan. "Er gebeurt hier veel, maar voor veel Europeanen stopt Canada bij Montreal en Toronto." Toch vallen er bij het Canadese cleantechsprookje wat vraagtekens te plaatsen. Schobben: "De overheidssteun die hier wordt gegeven, bestaat bijna overal elders ook." En, merken de professoren Daniel Normandin en Sébastien Fauvé van het Eddec-instituut in Montréal op, "natuurlijk willen we samenwerken met Belgische, Franse en Nederlandse onderzoeksinstellingen. Als het gaat over de circulaire economie, lopen we nog enorm achter." Bovendien maakt de overvloedige aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen - olie, wind en waterkracht - dat het energieverbruik van de gemiddelde Canadees bij de allerhoogste ter wereld behoort. Met 17.000 kilowattuur per jaar verbruikt die zowat het dubbele van zijn Belgische evenknie. "Water en energie kosten hier zo goed als niets, dus is het heel moeilijk mensen te overtuigen daar zuinig mee om te springen", stelt Cossement. Schobben: "Er is veel goede wil, maar ten opzichte van Europa loopt Canada enorm achter. De ontwikkeling van passiefwoningen bijvoorbeeld staat hier nog in de kinderschoenen. Het voordeel is dat ze het beseffen, en er iets aan willen doen." Luc Huysmans in Canada"Zelfs in Alberta, waar de grote olievelden liggen, vinden ze dat olie schoner moet worden geproduceerd" - Cameron Lewis, Hydrostor "Water en energie kosten hier zo goed als niets, dus is het heel moeilijk mensen te overtuigen daar zuinig mee om te springen" Marc Cossement, Barco