Onderhoudsgelden die ingevolge een burgerrechtelijke onderhoudsverplichting worden betaald, zijn onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar voor de betaler. De aftrek is beperkt tot 80% van de betaalde som. De keerzijde van de medaille is dat deze 80% onder dezelfde voorwaarden belastbaar is voor degene die de onderhoudsgelden ontvangt.
...

Onderhoudsgelden die ingevolge een burgerrechtelijke onderhoudsverplichting worden betaald, zijn onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar voor de betaler. De aftrek is beperkt tot 80% van de betaalde som. De keerzijde van de medaille is dat deze 80% onder dezelfde voorwaarden belastbaar is voor degene die de onderhoudsgelden ontvangt.Deze verschuiving is doorgaans niet nadelig. In veel gevallen is de belastingdruk voor de onderhoudsgerechtigde immers kleiner dan voor de onderhoudsplichtige.Neem bijvoorbeeld een uit de echt gescheiden vader die onderhoudsgeld betaalt voor zijn kind dat bij de moeder verblijft. De vader kan dan 80% van dat onderhoudsgeld aftrekken van zijn belastbaar inkomen. In de veronderstelling dat hij een substantieel inkomen heeft, zal hij op dit aftrekbaar bedrag al vlug 50% of meer inkomstenbelasting uitsparen. Maar hetzelfde gedeelte van het onderhoudsgeld is wel belastbaar voor het kind. In de veronderstelling dat het inkomen van dat kind (inclusief 80% van de ontvangen onderhoudsgelden) lager blijft dan het belastingvrije minimum, zal het kind uiteindelijk geen belasting hoeven te betalen. Is zijn inkomen wel hoger, dan is de belasting nog altijd relatief laag. De tarieven op de eerste schijven boven het belastingvrije minimum zijn immers nog vrij bescheiden (25%, 30%, enzovoort).Pro memorie: onderhoudsgelden die voor een kind worden betaald, zijn altijd afzonderlijk belastbaar voor dat kind (wat trouwens ook altijd het geval is voor eventuele beroepsinkomsten die het verkrijgt). Voor deze afzonderlijke belasting wordt het kind fiscaal als een alleenstaande beschouwd. Dat wil zeggen dat het recht heeft op het belastingvrij minimum zoals dat ten aanzien van alleenstaanden van toepassing is. Voor het aanslagjaar 2002 bedraagt dat 5350 euro (215.818 frank).Wie dit uit het oog verliest, komt voor onaangename verrassingen te staan. En dat was precies het geval in het verhaal dat deze zomer de redactie bereikte. Het ging over een zoon die onderhoudsgelden betaalde voor zijn ouders die in een rusthuis opgenomen waren. Die ouders hadden wel een bescheiden pensioen, maar beschikten blijkbaar over onvoldoende andere middelen om hun verblijf in het rusthuis te betalen. De zoon paste plichtsgetrouw het verschil bij in de vorm van een onderhoudsgeld. Wat hij vergat, was dat men niet zonder meer een eenvoudig rekensommetje mag maken. Stel bijvoorbeeld dat de betrokken ouders per maand nood hebben aan (netto) 250 euro (10.000 frank) om rond te komen. Dan is het normaal gezien uitgesloten dat de betaling van datzelfde bedrag zal volstaan om de effectieve nood te lenigen. Men moet er immers rekening mee houden dat 80% van dit bedrag toegevoegd zal worden aan het belastbaar inkomen van de ouders, en dat zij daarop belasting moeten betalen. De nood zal pas effectief gelenigd zijn, als men een bedrag betaalt dat voldoende hoog is om de ouders in staat te stellen 250 euro per maand over te houden nadat zij de belasting op het ontvangen bedrag hebben betaald.Het stelsel inzake inkomstenbelastingen werkt (in de regel) als communicerende vaten: wat bij de ene aftrekbaar is, is bij de andere belastbaar. Loon is aftrekbaar bij de werkgever en belastbaar bij de werknemer. Het brutoloon omvat ook de belasting die de werknemer verschuldigd zal zijn. Nochtans zal niemand betwisten dat hetgeen de werkgever betaalt voor het geheel loon is, en niet loon plus belasting.Zo ook bij onderhoudsgelden. Wie onderhoudsgelden betaalt die als zodanig fiscaal in aanmerking komen, betaalt steeds brutobedragen die voor hun geheel het karakter van onderhoudsgelden hebben. Het is de onderhoudsgerechtigde en niet de onderhoudsplichtige die de belasting daarop betaalt.Jan Van DyckDe auteur is advocaat bij Dauginet & co. en hoofdredacteur van Fiscoloog.Belasting op onderhoudsgelden kan worden vermeden door de bedragen op niet-periodieke basis te schenken.