De voorbije twee decennia zijn heel wat Vlaamse ondernemers in de leer geweest bij het Impulscentrum Groeimanagement Middelgrote Ondernemingen, kortweg iGMO. De stichter en de drijvende kracht erachter is Hans Crijns, de zelfbewuste Vlerick-partner en specialist in ondernemerschap. Naar aanleiding van de jubileumeditie van de iGMO-Summit op 20 juni zette Trends Crijns om de tafel met de ondernemers Karel Cardoen (Auto's Cardoen), Dirk De Pauw (Montea en Clips) en Peter Caset (Algemene Ondernemingen Soetaert). "Ik noem dat mijn mannen", zegt Crijns over zijn pupillen. "De vrouwen noem ik trouwens ook mijn mannen." De ondernemers plukken de vruchten van de flamboyante aanpak van Crijns. Dat die geen blad voor de mond neemt, nemen ze er zonder morren bij.
...

De voorbije twee decennia zijn heel wat Vlaamse ondernemers in de leer geweest bij het Impulscentrum Groeimanagement Middelgrote Ondernemingen, kortweg iGMO. De stichter en de drijvende kracht erachter is Hans Crijns, de zelfbewuste Vlerick-partner en specialist in ondernemerschap. Naar aanleiding van de jubileumeditie van de iGMO-Summit op 20 juni zette Trends Crijns om de tafel met de ondernemers Karel Cardoen (Auto's Cardoen), Dirk De Pauw (Montea en Clips) en Peter Caset (Algemene Ondernemingen Soetaert). "Ik noem dat mijn mannen", zegt Crijns over zijn pupillen. "De vrouwen noem ik trouwens ook mijn mannen." De ondernemers plukken de vruchten van de flamboyante aanpak van Crijns. Dat die geen blad voor de mond neemt, nemen ze er zonder morren bij. HANS CRIJNS. "We mikken op middelgrote ondernemingen met groeiambitie. Middelgroot wil zeggen: met minstens vijftig werknemers. En ze moeten vooral eigendom zijn van en worden geleid door de ondernemer." CRIJNS. "Nee. We hebben 104 actieve leden, maar hebben al 219 ondernemers onder onze vleugels gehad. Van die bedrijven hebben we elf faillissementen meegemaakt. Dat is 5 procent, wat heel laag is. En diegenen die opnieuw gestart zijn, of het van plan zijn, worden nog altijd in de iGMO-academy omarmd." KAREL CARDOEN. "Als ondernemer krijg je van tientallen kanten voorstellen om cursussen te volgen, maar je weet nooit of je erop moet ingaan. Bij iGMO en Hans is er een preselectie van cursussen die interessant zijn." DIRK DE PAUW. "IGMO werkt ook financieel verrijkend. Elke euro die we erin hebben gestoken, hebben we er al meerdere keren uitgehaald. Maar de sterkte ervan is dat je onder gelijkgestemden bent. Je kunt openlijk over je problemen praten zonder dat het de kamer verlaat." PETER CASET. "Telkens als ik thuiskom van die opleiding, heb ik een hoop dingen mee die wil ik bespreken met mijn management." CRIJNS. "Het is een ongelofelijk dankbaar publiek. Die mannen zeuren niet over koffie die te koud is, of over de matras. Nu ga ik een heel sectaire uitspraak doen, maar hoe lager in de hiërarchie, hoe meer noten ze op hun zang hebben. Ondernemers zijn allemaal apen op hun rots. Wij dwingen hen ook over de essentie van ondernemerschap en management te praten. Al de rest is nice to have. Bij heel wat opleidingen is het net andersom. Die zeggen tegen moeder de vrouw: 'We gaan een keer goed eten, goed slapen en warme koffie drinken, en we zijn er een dagje uit.' Deze mannen hebben het druk genoeg om niet zomaar over flauwiteiten te praten." CARDOEN. "Je leert ook hoe je een bedrijf moet overnemen of overlaten." CASET. "Ook het informele gedeelte is zeer leerrijk. Een aantal problemen hoef je niet meer te leren oplossen. Iemand heeft ze al voor jou opgelost, en dat kun je dan meteen implementeren." DE PAUW. "Als ondernemer moeten we allemaal een beetje worden gestuurd. Door er structuur in te brengen, ga je veel beter presteren." CRIJNS. "Ik houd niet van gepamper. We werken tenslotte met grote jongens. Die mannen zijn een stuk assertiever en een stuk volwassener dan de gemiddelde burger." CRIJNS. "Wij hebben een van die mislukte ondernemers al meermaals gevraagd. Dat is een vrij sadomasochistische opgave voor die persoon. Maar het was telkens muisstil. Het was pakkend, en heel leerrijk." CARDOEN. "Waar elk bedrijf mee bezig moet zijn, is gaan voor de beste prijs, het beste product of de klant. Je leert hier te kiezen. Iemand die de beste wil zijn voor alle soorten klanten, is voor niemand goed." CRIJNS. "Een klassiek managementprobleem. Choisir, c'est renoncer. Strategie is vooral kiezen wat je niet doet. En een typisch ondernemersprobleem dat ik heel vaak tegenkom, is dat mensen meer afstand willen nemen van het operationele, en meer strategisch bezig willen zijn." CARDOEN. "Een recente oefening ging erover te bepalen wie onze klanten zijn. Wij kwamen tot het besluit dat wij gewone auto's verkopen voor gewone mensen. Een andere omschrijving was dat we alleen auto's verkopen aan werkende mensen zonder firmawagen, die auto's vaak niet zo heel belangrijk vinden. Wel, wij verkleinen nu ons assortiment. Een BMW 5 of 7 komt er niet meer in, wel een BMW 3, een Mercedes A of B, of een Audi A1 of A3." DE PAUW. "De grootste belemmering voor groei is dat we de juiste mensen niet vinden. Mensen vinden is gigantisch moeilijk. En dan zie je dat leger werklozen daar staan." DE PAUW. "Er is geld voor goede projecten. En ik heb de indruk dat de banken weer iets soepeler aan het worden zijn." CASET. "Mijn probleem is dat de marges almaar meer onder druk komen, dus moet ik zoeken naar regio's waar die marge iets ruimer is." DE PAUW. "De werkdruk bij de mensen neemt toch ook overal toe, ook voor onszelf trouwens." CASET. "Puur objectief en zonder populistisch te willen zijn: een ondernemer wordt noch door de politiek, noch door de publieke opinie nog naar waarde geschat. Je wordt als melkkoe behandeld, en door sommige politici zelfs als uitschot." CARDOEN. "Daar maak ik me niet te veel zorgen over, maar regelgeving vind ik een moeilijkheid. Bouwvergunningen aanvragen, en wat daar allemaal aan te pas komt. En dan kom je bij de admi-nistratie, als iemand die werk verschaft, maar de relatie met die administratie is heel moeilijk." CASET. "Dat niet alleen. We moeten hemel en aarde bewegen om op een wettelijke manier flexibiliteit voor onze medewerkers te creëren. Ze willen werken, maar je mag ze niet laten werken, want je bent beperkt in uren, en je mag dit en dat niet vanwege duizend-en-een regels. Iemand werkt een halfuur te lang, en je moet trucs uithalen om dat te recupereren. Je kunt een werkman niet meer motiveren om hard te werken." CRIJNS. "Daar ben ik het niet mee eens. Ondernemers worden niet beschouwd als melkkoeien. Zij worden wel nog naar waarde geschat. Wij hebben, los van iGMO, onderzoek gedaan bij studenten in het middelbaar en het hoger onderwijs. Bij hen hebben ondernemers over het algemeen een positief imago. (Fel) Het zijn bladen als Trends die verkondigen dat ondernemers een slecht imago hebben, want die spreken de taal van die mannen. Natuurlijk dat die zich op hun kop gezeten voelen, omdat ze veel belasting betalen. Maar ondernemerschap heeft een positief imago in Vlaanderen, bij de jongeren. Ik heb het gemeten." CRIJNS. "Ondernemerschap in Vlaanderen heeft, vergeleken met twintig jaar geleden, een positieve connotatie gekregen. Ik weet nog dat Eric Van Rompuy in 1993 zei dat het ondernemerschap te lang werd genegeerd door het onderwijs en werd gemarginaliseerd door de publieke opinie. Dat is niet meer waar. Alle partijen hebben het ondernemerschap opgenomen in hun beleidsplan. Op school barst het van initiatieven over ondernemen. Dat ondernemerschap niet meer wordt gewaardeerd, klopt niet meer." CRIJNS. "Ja, maar het is niet waar wat de ondernemers zeggen. Peter zegt 'wij zijn de melkkoe en worden niet naar waarde geschat', en dat is niet waar. Ondernemers worden wel naar waarde geschat. Goed, jullie gaan niet akkoord, maar ik wil het wel gezegd hebben. Dat je regelgeving hebt, is maar normaal. Als je het aan ondernemers overlaat, is er tout court geen overheid, en geen regelgeving. Er moet regelgeving zijn. Ik ga niet mee in heel dat discours van 'we hebben te veel regelgeving en er is geen status van ondernemers'." CRIJNS. (tot de drie ondernemers) "Reageer een keer. Hoever sta ik erbuiten?" DE PAUW. "Je staat er dicht bij." DE PAUW. "Alles wat op ons pad naar vooruitgang ligt, hebben we niet graag. Voor een ondernemer is de ideale wereld er een zonder regels. Maar we beseffen zeer goed dat er regels moeten zijn. Wat de ondernemer moet hebben, is ruimte om te ondernemen. Zeker in Vlaanderen ontbreekt de fysieke en de administratieve ruimte. Het speelveld is te eng geworden." DE PAUW. "Ga naar Wallonië. Als we daar een bouwvergunning moeten hebben, gaat dat heel snel." CRIJNS. "Dit is een waardegedreven discussie. Daar houden we ons bij iGMO niet mee bezig, ook niet met het discours over de loonkosten. Groepsdenken probeer ik dus continu te vermijden. Anders worden we een belangenvereniging, en je hebt al Voka's en Unizo's genoeg. Wij willen van ondernemers betere ondernemers maken. En of ze dan op de N-VA stemmen of op de socialisten, maakt mij niet uit. Tussen haakjes, de socialisten zijn hier wel bij mij geweest om te vragen wat ze in hun beleidsplan moesten opnemen. Chapeau hè." CRIJNS. "Elke twee jaar start een nieuwe groep van twintig. Je kunt het proces versnellen, maar de rem op de groei ben ik. Ik ben de ultieme inconsequentie. Ik zeg hun dat ze op tijd aan hun opvolging moeten denken, en ik doe het zelf niet. Maar er is een noodscenario. Mijn Vlerick-collega Hubert Ooghe, Marc Cosaert van Ernst & Young en Walter Audenaert van KBC nemen dan over. Als ik tegen een boom rijd, zal iGMO heus niet sterven. Ik moet trouwens niet stoppen op mijn 65ste. Ik ga door tot het gaatje." BERT LAUWERS EN KAREL CAMBIEN, FOTOGRAFIE THOMAS SWEERTVAEGHER