Voor het geval dat het nog niet duidelijk genoeg was, heeft Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), met de negatieve depositorente nogmaals onderstreept dat de financiële repressie nog niet over zijn hoogtepunt heen is. Zelfs niet na bijna zes jaar van soepel monetair beleid. De spaarder zal de crisis nog jarenlang blijven betalen doordat hij geen of nauwelijks rente krijgt op zijn spaargeld. De ECB en de andere centrale banken willen niet dat we ons geld oppotten, maar het consumeren, investeren of beleggen.
...

Voor het geval dat het nog niet duidelijk genoeg was, heeft Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), met de negatieve depositorente nogmaals onderstreept dat de financiële repressie nog niet over zijn hoogtepunt heen is. Zelfs niet na bijna zes jaar van soepel monetair beleid. De spaarder zal de crisis nog jarenlang blijven betalen doordat hij geen of nauwelijks rente krijgt op zijn spaargeld. De ECB en de andere centrale banken willen niet dat we ons geld oppotten, maar het consumeren, investeren of beleggen. Om heel wat redenen spenderen consumenten gemiddeld een relatief laag percentage van hun inkomen. En dus worden ze meer en meer richting beleggingen geduwd. De aandelenmarkten profiteren daar volop van, nu zelfs de rendementen op bedrijfsobligaties flink zijn ingezakt. Zoals vanouds hebben de Amerikanen het snelst en het meest de weg naar de beurs teruggevonden. Na de scherpe val in maart 2009 tot 675 punten heeft de S&P500-index vanaf dat dieptepunt een klim van 190 % achter de rug. Met 1950 punten ligt de historische grens van 2000 punten voor het grijpen. Bij vorige pieken (in 2000 en 2007) bleef de S&P500-index telkens steken tussen 1500 en 1600 punten. Het Europese beursverhaal is beduidend minder euforisch. Tenzij we het vernauwen tot een Duits verhaal. Want net als de S&P500 heeft ook de DAX-index een spectaculaire stijging laten zien sinds het voorjaar 2009: van 3650 naar net geen 10.000 punten, of +175 %. Elders in Europa is het beeld minder sprankelend. De meest gebruikte index om de situatie in Europa te duiden, de Eurostoxx50-index, zakte begin maart 2009 tot net boven 1800 punten en is sindsdien moeizamer hersteld tot in de buurt van 3300 punten. Dat is een stijging met ruim 80 %, maar dat houdt de index nog ver van historische piekniveaus (4500 punten in 2007 en zelfs 5250 punten in 2000). Er is dus nog altijd een klim van 60 % nodig om het allerhoogste niveau te bereiken. De bredere Stoxx600-index, die beter vergelijkbaar is met de S&P500-index, deed het beter met een vooruitgang van 115 % sinds het dieptepunt van ruim vijf jaar geleden. Hij heeft nog slechts 15 % te gaan om de top uit 2000 te halen. De Bel-20-index heeft nog bijna 50 % te gaan om de top van 4700 punten uit 2007 te benaderen. Al ruim vijftien jaar gaan de waarden in de Bel-20 fors op en neer. De Bel-20 staat nog ruim 10 % onder niveau van 1998. Het verklaart meteen waarom het hier niet storm loopt voor aandelen, ondanks de extreem lage rente: er waren te veel teleurstellingen op de beursvloer. Maar de interesse kan voorlopig alleen maar weer toenemen. Redenen dus om omhoog te kijken, maar niet om in de wolken te gaan leven. Het hoofd erbij houden met oog voor groeithema's, voor kwaliteit in een dipje en voor redelijke waarderingen. DE BEL-20 STAAT NOG RUIM 10 % ONDER HET NIVEAU VAN 1998.