De meeste grootouders zien hun kleinkinderen regelmatig. Familieruzies of een echtscheiding kunnen dat contact verstoren. In het slechtste geval krijgen grootouders hun kleinkinderen dan zelfs helemaal niet meer te zien. Daar hoeven ze zich niet bij neer te leggen. Volgens de wet hebben grootouders recht op persoonlijk contact met hun minderjarige kleinkinderen, zelfs als de ouders van die kleinkinderen gescheiden zijn. Het enige criterium is dat de familieband juridisch is vastgesteld.
...

De meeste grootouders zien hun kleinkinderen regelmatig. Familieruzies of een echtscheiding kunnen dat contact verstoren. In het slechtste geval krijgen grootouders hun kleinkinderen dan zelfs helemaal niet meer te zien. Daar hoeven ze zich niet bij neer te leggen. Volgens de wet hebben grootouders recht op persoonlijk contact met hun minderjarige kleinkinderen, zelfs als de ouders van die kleinkinderen gescheiden zijn. Het enige criterium is dat de familieband juridisch is vastgesteld. Op die regel bestaat een uitzondering: het omgangsrecht kan de grootouders worden ontzegd als het zou ingaan tegen het belang van het kleinkind. Dat kan gebeuren als hun kind het kleinkind niet mag zien en de vrees bestaat dat de grootouders misbruik maken van hun recht om hun kind opnieuw in contact te brengen met het kleinkind. Ook als grootouders geruime tijd geen belangstelling hebben getoond voor hun kleinkind, kan het recht op contact hen worden afgenomen. Ook overgrootouders hebben mogelijk recht op persoonlijk contact met hun minderjarige achterkleinkinderen. Zij moeten daarvoor aantonen dat ze een goede band met de achterkleinkinderen hebben, bijvoorbeeld doordat ze hen vaak hebben opgevangen. Grootouders hoeven dat bewijs niet te leveren. Raken de grootouders het niet eens met hun kinderen over de frequentie van het contact met hun kleinkinderen, dan kunnen ze het omgangsrecht afdwingen bij de jeugdrechtbank. Vanaf september 2014 wordt de familierechtbank daarvoor bevoegd. Voordat de rechter een uitspraak doet, kan hij een sociaal onderzoek bevelen of een deskundige aanstellen om de familierelaties in kaart te brengen. Zo'n procedure is niet goedkoop. De grootouders nemen daarvoor het beste een advocaat in de arm. Het is verstandig vooraf af te spreken hoeveel honoraria de advocaat aanrekent; vaak werkt hij met een uurtarief. Daarbovenop betalen de grootouders de dagvaardingkosten -- enkele honderden euro's -- of het rolrecht van het verzoekschrift. Winnen ze de procedure, dan moet de andere partij aan de grootouders de gerechtskosten terugbetalen en een rechtsplegingsvergoeding voldoen, als compensatie voor de kosten van hun advocaat. Verliezen ze de zaak, dan moeten zij de gerechtskosten en eventueel een rechtsplegingsvergoeding afdragen. Een rechtsplegingsvergoeding bedraagt vaak 1320 euro per aanleg. Is het kleinkind twaalf jaar of ouder, dan wordt het door de rechter gehoord. Het kan dan zijn eigen standpunt geven over het gevraagde omgangsrecht. Vanaf september 2014 wordt het hoorrecht van minderjarigen nog uitgebreid. Een procedure voor de rechtbank neemt gemiddeld een zestal maanden in beslag. In dringende gevallen kunnen grootouders een kortgedingprocedure opstarten. Het duurt dan slechts enkele weken voordat er een uitspraak is. Het omgangsrecht van grootouders is beperkter dan dat van een gescheiden vader of moeder. Vaak wordt aan een grootouder een omgang van een dag per maand toegestaan (of twee halve dagen), en eventueel wat langer -- twee à drie dagen -- in de schoolvakanties. Hoe hechter hun band met hun kleinkind is, hoe meer kans ze maken dat ze een uitgebreider omgangsrecht krijgen. Twijfelen de grootouders eraan dat hun recht op contact wordt gerespecteerd, dan kunnen ze aan de rechter verzoeken daar een dwangsom aan te koppelen. Telkens als ze die afspraak niet nakomen, moeten de ouders hun dan een vergoeding betalen. Het opstarten van een procedure voor de rechtbank is een verregaande maatregel. Ze kan wankele familierelaties nog verder op de proef stellen, en ze zelfs definitief verzuren. Een alternatief bestaat erin een beroep te doen op een bemiddelaar, om samen tot een vergelijk te komen. De familiale bemiddeling kan niet worden opgelegd, ze is alleen mogelijk als alle betrokken partijen bereid zijn daaraan mee te werken. Vanaf 1 september worden op de familierechtbanken ook bemiddelingskamers ingericht. Wat bij de bemiddelaar wordt gezegd, blijft vertrouwelijk. De partijen kunnen die gesprekken later tijdens een gerechtelijke procedure niet tegen elkaar gebruiken. Als ze tot een vergelijk komen, laat de bemiddelaar hen een schriftelijke overeenkomst ondertekenen, waarin die afspraak wordt bevestigd. Door een akkoord te sluiten kunnen grootouders een zware en dure procedure voor de rechter vermijden. Op de kosten voor een familiale bemiddelaar is geen btw verschuldigd. Een lijst van erkende bemiddelaars staat op de website http:// www.juridat.be. JAN ROODHOOFTGrootouders hebben recht op persoonlijk contact met hun minderjarige kleinkinderen, zelfs als de ouders van de kleinkinderen gescheiden zijn.