Een whiplash ontstaat doorgaans bij een auto-ongeval, meestal een verkeersongeval met aanrijding achteraan, en soms ook bij sportongevallen. Duiken in ondiep water en met het hoofd tegen de bodem van het zwembad stoten of na een handenstand verkeerd neerkomen, zijn klassiekers.
...

Een whiplash ontstaat doorgaans bij een auto-ongeval, meestal een verkeersongeval met aanrijding achteraan, en soms ook bij sportongevallen. Duiken in ondiep water en met het hoofd tegen de bodem van het zwembad stoten of na een handenstand verkeerd neerkomen, zijn klassiekers. Bij een whiplash maakt het hoofd een slingerbeweging ten opzichte van de romp. Het hoofd ondergaat daarbij eerst een sterke versnelling, maar wordt daarna onmiddellijk weer afgeremd. In het ergste geval breekt een nekwervel, met mogelijke verlammingsverschijnselen tot gevolg, terwijl bij de mildste vormen alleen de nekspieren verrokken worden, met verkramping van de nekspieren (stijve nek) tot gevolg. Tussen beide uitersten liggen ontelbare variaties van letsels, zoals verplaatsingen (luxaties) van nekwervelgewrichtjes, scheuren in pezen of spieren van de nek, scheuren in tussenwervelschijven enzovoort. Een whiplash wordt behandeld met pijnstillers en het dragen van een zachte halskraag gedurende één week. Het heeft overigens geen enkele zin om een halskraag langer dan een week te dragen. Ruim 80 procent van alle whiplashklachten verdwijnt spontaan binnen de drie maanden na het ongeval. Bij de overige 20 procent blijven de problemen aanslepen. Soms verdwijnen ze tijdelijk en duiken ze af en toe weer op, en volgen er jaren van episodes met een stijve nek en nekpijn. In die gevallen komt het erop aan niet in een sukkelstraatje terecht te komen. Veel artsen kennen de whiplashproblematiek onvoldoende. Dat de pijn pas weken na het ongeval kan opduiken bijvoorbeeld, zorgt soms voor onbegrip, omdat het verband met het ongeval niet altijd gelegd wordt. Wanneer op een gewone röntgenfoto of zelfs CT-scan niets te zien is, krijgen mensen vaak te horen dat er niets mis is, terwijl ze toch pijn hebben. In veel gevallen vinden artsen bij nauwgezet onderzoek echter toch een oorzaak voor de klachten. Veel mensen hebben vanaf dertig jaar beginnende slijtageletsels aan de nek die meestal geen klachten veroorzaken. Deze letsels bemoeilijken de diagnose. Vaak zijn er wat tekenen van artrose te zien, maar die zijn niet altijd hinderlijk. Sommige mensen hebben totaal geen last van vergevorderde artrose, terwijl anderen hevige pijn voelen bij een beperkte vorm. Of bepaalde letsels pijn veroorzaken of niet, is niet te voorspellen. Wel kunnen nekletsels die voordien geen pijn deden, na een whiplash wél klachten veroorzaken. Bestaande artrose kan na een whiplash plots pijn veroorzaken. De zoektocht naar de oorzaak van hardnekkige nekpijn start met röntgenfoto's en eventueel een CT-scan. Wanneer daar niets op te zien is, laat u best een NMR (nucleaire magnetische resonantie) van de nek nemen. Die methode kan sommige letsels visualiseren die niet te zien zijn op gewone röntgenbeelden of op de CT-scan, een kleine hernia bijvoorbeeld. Is er niets te zien op NMR en blijven de klachten hardnekkig bestaan, dan kunt u eventueel nog een myelo-CT-scan laten nemen. Dat is een vrij ingrijpend onderzoek waarbij contraststof in de wervelkolom wordt gebracht en vervolgens gefilmd. Levert ook dat niets op, dan kunt u nog een stap verder gaan met een discografie, waarbij contraststof rechtstreeks wordt ingespoten in de tussenwervelschijf. De artsen kunnen in dat geval met provocatietests nagaan welke tussenwervelschijf pijn doet. Kortom, medische specialisten met ervaring kunnen de oorzaak van ernstige whiplashklachten achterhalen. En zodra de diagnose is gesteld, kan een behandeling volgen. Voor ernstige letsels kan die bestaan uit een gespecialiseerde chirurgische ingreep. Echte plantrekkers, die nekpijn na een ongeval veinzen om werkonbekwaam te blijven bijvoorbeeld, vallen bij een ervaren arts gauw door de mand, zeker na grondig onderzoek. Ten slotte is er nog een groep mensen die na een ongeval met whiplash psychisch decompenseren: ze blijven pijn hebben terwijl er helemaal geen letsel is. Ook zij mogen niet met een kluitje in het riet gestuurd worden en hebben recht op aangepaste psychologische ondersteuning. Marleen Finoulst