Een cultuurschok, toch voor verstokte BMW-rijders. Anders kon je de lancering van de eerste 2 Active Tourer in 2014 niet omschrijven. Om te beginnen: het was een monovolume. En dat van een merk dat zich sinds mensenheugenis profileert als sportief en dynamisch. Maar ook: voor het eerst in de geschiedenis van BMW had een model voorwielaandrijving. Het merk schreeuwde nochtans al jaren van alle daken dat achterwielaandrijving de enige manier is om een dynamische, goed rijdende en baan...

Een cultuurschok, toch voor verstokte BMW-rijders. Anders kon je de lancering van de eerste 2 Active Tourer in 2014 niet omschrijven. Om te beginnen: het was een monovolume. En dat van een merk dat zich sinds mensenheugenis profileert als sportief en dynamisch. Maar ook: voor het eerst in de geschiedenis van BMW had een model voorwielaandrijving. Het merk schreeuwde nochtans al jaren van alle daken dat achterwielaandrijving de enige manier is om een dynamische, goed rijdende en baanvaste auto op het asfalt te zetten. Zoals vaker als een nieuw model zijn trouwe aanhang bij de lancering schoffeert - denk aan de nieuwe Defender van Land Rover - was het resultaat een groot succes, omdat het grote publiek zich niets aantrekt van die puristische reserves. Van de eerste generatie van de Active Tourer rolden er uiteindelijk meer dan 430.000 van de band. Zoals vaak met zulke voor het merk atypische auto's veroverde BMW er een nieuw publiek mee. Heel wat consumenten, maar vooral rechthebbenden op een salarisauto die zich al jaren moesten zien te verzoenen met een monovolume om hun kroost voldoende ruimte te bieden, konden nu plots voor een BMW gaan. Eindelijk een auto die niet alleen premium is, maar ook prestige ademt, zoiets. In vergelijking met de eerste generatie oogt de nieuwe Active Tourer veel dynamischer. Hij ziet er meer uit als een cross-over dan als een monovolume. Hij blijft handig als gezinswagen, want er is beenruimte zat achterin en een koffer van een nog altijd behoorlijke 470 liter. Hij ligt behoorlijk strak en stevig op het asfalt, wat een goed rijgevoel oplevert. Is het akoestische comfort uitstekend - je hoort amper motor-, rol- of windgeluid - dan vonden we dat de vering iets beter kon op een slecht wegdek. Vooral de viercilinder onder de kap charmeerde. We kozen zowaar voor een dieselmotor. Op een mix van snel- en binnenwegen hielden we ons keurig aan de maximumsnelheid, zonder artificieel zuinig te rijden. De rit van iets meer dan 400 kilometer resulteerde in een gemiddeld verbruik van 4,1 liter. Inderdaad: je zou zowaar betreuren dat de dieseltechnologie door de Europese politici verketterd is.