Het begint stilaan een gewoonte te worden dat de oliemarkt de investeerders tegenvoets neemt. Zo voorzag vrijwel niemand de duur en vooral de omvang van de prijsdaling die in het najaar van 2014 inzette. Toen de olieprijs begin dit jaar eindelijk uitbodemde, was het sentiment erg negatief. Zowel de producenten als de investeerders gingen ervan uit dat de lage prijzen nog langer zouden aanhouden. Dat bleek opnieuw een verkeerde inschatting, want begin juni klom de prijs van een vat ruwe olie boven de grens van 50 dollar, het hoogste niveau sinds vorige zomer. Dat was meer dan 80 procent boven het dieptepunt van begin vorig jaar.
...

Het begint stilaan een gewoonte te worden dat de oliemarkt de investeerders tegenvoets neemt. Zo voorzag vrijwel niemand de duur en vooral de omvang van de prijsdaling die in het najaar van 2014 inzette. Toen de olieprijs begin dit jaar eindelijk uitbodemde, was het sentiment erg negatief. Zowel de producenten als de investeerders gingen ervan uit dat de lage prijzen nog langer zouden aanhouden. Dat bleek opnieuw een verkeerde inschatting, want begin juni klom de prijs van een vat ruwe olie boven de grens van 50 dollar, het hoogste niveau sinds vorige zomer. Dat was meer dan 80 procent boven het dieptepunt van begin vorig jaar. De prijsdalingen waren een gevolg van een perfecte storm van omstandigheden, die zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde samenwerkten. In het eerste kwartaal bedroeg het overaanbod op de wereldwijde oliemarkt nog gemiddeld 1,6 miljoen vaten per dag. Doordat het OPEC-kartel geen aanstalten maakte om zijn output te verlagen en de prognose voor de groei van het aanbod veeleer bescheiden is, leek een marktevenwicht dit jaar nog niet in zicht. Maar nauwelijks enkele maanden later ziet de situatie er helemaal anders uit. De Amerikaanse Energy Information Administration (EIA), een onderdeel van het ministerie van Energie, verwacht voor het tweede kwartaal een overschot van minder dan 750.000 vaten per dag. In de loop van het derde kwartaal zouden de vraag en het aanbod volgens de instelling al een evenwicht bereiken. De output van ruwe olie nam de jongste maanden sneller af dan verwacht. Dat had deels te maken met de lage prijs. In de Verenigde Staten is het aantal operationele boorplatformen sinds de top van oktober 2014 met meer dan 80 procent afgenomen. Ongeveer een jaar geleden piekte de Amerikaanse olieproductie nog op een recordniveau van 9,6 miljoen vaten per dag. Die output is volgens de EIA geslonken tot 8,9 miljoen vaten. De instelling mikt voor dit jaar op een gemiddelde van 8,6 miljoen vaten, tegenover 9,4 miljoen in 2015. Na de Verenigde Staten komt de grootste productiedaling buiten de OPEC op rekening van China. Het Chinese National Bureau of Statistics schat de output van het land in mei op 4,02 miljoen vaten per dag. Daardoor daalt de productie op jaarbasis voor de zesde maand op rij. Het is het laagste productiecijfer sinds 2012. Naast de structurele dalingen bereikte ook het aantal ongeplande aanbodonderbrekingen in mei een dieptepunt van gemiddeld 3,6 miljoen vaten per dag. Dat is het hoogste cijfer in vijf jaar. Die onderbrekingen waren te wijten aan erg uiteenlopende omstandigheden, zoals de zware bosbranden in Canada, de sociale onrust in Venezuela en de staking in Koeweit. In Nigeria liet een nieuwe opstand van de rebellenbeweging grote sporen na. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) berekende dat de Nigeriaanse productie van ruwe olie in april terugviel naar 1,62 miljoen vaten per dag, het laagste cijfer in 22 jaar. De voorbije weken is de situatie verder geëscaleerd en is de output afgenomen tot iets meer dan 1 miljoen vaten. Irak had dit voorjaar te kampen met tegenvallende weersomstandigheden en problemen met de stroomvoorziening. Aan de vraagzijde wordt voor 2016 op een groei van de wereldwijde consumptie met 1,5 miljoen vaten gerekend. Dat is de gemiddelde prognose van de EIA en het IEA. Zowel China als India verrassen in positieve zin. India haalt dit jaar Japan in als de derde grootverbruiker van olie, na de Verenigde Staten en China. Dat is opmerkelijk, want tien jaar geleden stond het land niet eens in de top tien. Hoewel de Indiase consumptie het voorbije decennium is gegroeid met 135 procent, ligt het olieverbruik per hoofd er nog erg laag. Met amper 1,2 vaten per capita heeft het land een grote inhaalbeweging voor de boeg tegenover China (3,1), Japan (11,7) en de Verenigde Staten (22,1). Volgens een recente studie van Standard Chartered Bank is India dit en volgend jaar het land dat de grootste bijdrage levert aan de groei van de wereldwijde olieconsumptie, nog voor China. Na de recente klim van bijna 30 dollar tot boven 50 dollar per vat wordt het moeilijk een verdere prijsstijging fundamenteel te verantwoorden. De krapte aan de aanbodzijde was deels toe te schrijven aan tijdelijke factoren, die de komende tijd wegvallen of een minder grote impact hebben op het marktevenwicht. Aan de vraagzijde lijkt een verdere consumptiegroei weinig waarschijnlijk. Toch blijft op korte termijn een stijging richting 60 dollar of zelfs iets hoger mogelijk. Ook tijdens de neergaande beweging zagen we zo'n overdrijvingsfase. Maar investeerders die dromen van prijzen boven 100 dollar, zoals tussen 2011 en 2014, zullen voorlopig op hun honger blijven zitten. Het waarschijnlijkste scenario is dat de markt wat tijd neemt om de stijging te verteren. De volatiliteit kan daardoor de komende maanden hoog blijven. Tegenvallende economische cijfers of berichten over nieuwe investeringen in olie-exploratie kunnen het sentiment opnieuw verzuren. Dat het aantal operationele boorplatformen in de Verenigde Staten de jongste weken opnieuw wat toeneemt, is een belangrijke psychologische factor. Toch is de kans klein dat de Amerikaanse olieproductie op korte termijn weer groeit. Er zit een grote vertraging tussen het sluiten van boorputten en de feitelijke daling van de productie. Dat is ook in omgekeerde richting het geval. Analisten verwachten dat de Amerikaanse olieproductie pas in de eerste helft van 2017 een bodem bereikt, om daarna te stabiliseren of weer licht toe te nemen, afhankelijk van de olieprijs. Het chronische overaanbod is dan wel afgenomen, maar de voorraden blijven hoog. In de Verenigde Staten dalen de ruweolievoorraden al enkele weken op rij. Toch bevinden ze zich nog ongeveer een derde boven het vijfjaarse gemiddelde, zo blijkt uit cijfers van de EIA. Begin april bereikten de Amerikaanse olievoorraden nog een historisch hoogtepunt. KOEN LAUWERSAnalisten verwachten dat de Amerikaanse olieproductie pas in de eerste helft van 2017 een bodem bereikt.