Sinds de ramp eind april met de Deepwater Horizon van Transocean, een olieboorplatform dat werd gehuurd door BP, wordt er met modder gegooid naar alles wat van dichtbij of ver weg met olieboringen op zee te maken heeft. Seadrill is een Noors bedrijf dat er in amper vijf jaar in geslaagd is om een toonaangevende positie te verwerven in de markt van de diepzeeboorinstallaties. Binnen het segment van de diepzeemarkt is de Scandinavische verhuurder, die in ha...

Sinds de ramp eind april met de Deepwater Horizon van Transocean, een olieboorplatform dat werd gehuurd door BP, wordt er met modder gegooid naar alles wat van dichtbij of ver weg met olieboringen op zee te maken heeft. Seadrill is een Noors bedrijf dat er in amper vijf jaar in geslaagd is om een toonaangevende positie te verwerven in de markt van de diepzeeboorinstallaties. Binnen het segment van de diepzeemarkt is de Scandinavische verhuurder, die in handen is van de Noorse miljardair John Frederiksen, opgeklommen tot de tweede plaats, met een marktaandeel van 9 % (31 installaties eind 2009). Transocean is de grootste, met 22 %. De rest van de top vijf bestaat uit Ensco (6 %), Pride International en Noble (elk 5 %). Seadrill beschikt over de modernste vloot, die gemiddeld 20 jaar jonger is dan die van de rest en bijgevolg de hoogste daghuurtarieven kent. De gemiddelde leeftijd bij de Noorse speler in offshoredrilling is immers slechts vier jaar, tegenover bijvoorbeeld 16 jaar bij Pride en 20 jaar bij Transocean. Doordat heel wat installaties pas in de loop van vorig jaar in gebruik werden genomen of pas vorig jaar voor het eerst een heel jaar inkomsten genereerden, beleefde de groep een recordjaar 2009. Het nettoresultaat kwam uit op 1,35 miljard dollar of 3 dollar (17,75 Noorse kroon) per aandeel. Het totale orderboek eind 2009 bedroeg 10,8 miljard dollar (9 miljard dollar met betrekking tot de diepzeeboorinstallaties) of ongeveer 64 miljard Noorse kroon, nog steeds ruim 1 keer de beurskapitalisatie. Het management is vol vertrouwen voor de toekomst en onderstreept dat door het kwartaaldividend van 0,55 naar 0,60 dollar per aandeel op te trekken. Dat betekent op jaarbasis toch 2,4 dollar per aandeel of een (bruto)dividendrendement in de buurt van 12 %. Het is vandaag not done om maatschappijen die zich bezighouden met olieboringen aan te prijzen. De hetze tegen de sector maakt de koersen van de bedrijven die ermee bezig zijn natuurlijk wel (spot)goedkoop. Seadrill (www.seadrill.no; ISIN-code BMG7945E1057) is sinds midden april ook genoteerd op de New York Stock Exchange (NYSE). Met een verwachte koers-winstverhouding van 7 voor dit en van 6 voor volgend jaar, met bovenop een verwacht dividendrendement van 12 % mogen we de term spotgoedkoop hanteren. We zouden het aandeel dan ook oppikken, met een koersdoel van 170 Noorse kroon voor de komende twaalf maanden. (C) Door Danny Reweghs