Het Onderzoeks en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) heeft in opdracht van het Federale Ministerie van Volksgezondheid en Pensioenen een 'Onderzoek over de beleidsmaatregelen naar aanleiding van het tabaksreclameverbod' gedaan. Sinds 1 januari van dit jaar is tabaksreclame volledig verboden. De enige plek waar de tabaksproducenten nog met de klant mogen communiceren is de tabakszaak. In het rapport van het OIVO wijst men enkele knelpunten aan in verband met die wet. Eén ervan is de interpretatie van het aanbrengen van affiches met het tabaksmerk aan de gevel en binnenin de tabakszaken en krantenwinkels met tabaks...

Het Onderzoeks en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) heeft in opdracht van het Federale Ministerie van Volksgezondheid en Pensioenen een 'Onderzoek over de beleidsmaatregelen naar aanleiding van het tabaksreclameverbod' gedaan. Sinds 1 januari van dit jaar is tabaksreclame volledig verboden. De enige plek waar de tabaksproducenten nog met de klant mogen communiceren is de tabakszaak. In het rapport van het OIVO wijst men enkele knelpunten aan in verband met die wet. Eén ervan is de interpretatie van het aanbrengen van affiches met het tabaksmerk aan de gevel en binnenin de tabakszaken en krantenwinkels met tabaksverkoop. In het Frans staat er immers ' affichage de la marque' en lichtreclame zou daar volgens de sector ook onder vallen. De Raad van State heeft zich erover gebogen en heeft de tabakssector op dat vlak gelijk gegeven. Het OIVO zegt in het rapport: "Het arrest van de Raad van State is niet alleen opmerkelijk, maar vooral zeer verontrustend, omdat het twijfel doet zaaien over begrippen die nochtans duidelijk zouden moeten zijn." Men stelt dat het arrest ook voordelen heeft omdat er duidelijkheid moet komen over wat nu een verkooppunt is. En volgens het OIVO beklemtoont het arrest ook het strategisch belang van verkooppunten. Een marketinginstrument dat toegepast zou kunnen worden, is prijsconcurrentie. Het OIVO denkt echter dat de fabrikanten dat wapen niet zullen gebruiken omdat het de winstcijfers zou aantasten. "In geval van prijsconcurrentie is er slechts één remedie: de belastingen onmiddellijk verhogen om de vermindering van de prijs en de belasting te compenseren. In dat geval zal de prijzenconcurrentie slechts van korte duur zijn," aldus het OIVO. Op het eerste zicht lijkt het vreemd dat het OIVO zich in het kader van reclamewetgeving richt op de prijs. Prijsconcurrentie op zich is immers géén reclamemiddel (de aankondiging ervan wel). Maar de Belgische wet geeft een eigen interpretatie van reclame: "Als reclame en sponsoring worden beschouwd elke mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de gebruikte technieken."Het OIVO pleit voorts voor een efficiënt vervolgingsbeleid. "De ervaring in dit land, maar ook in het buitenland, heeft duidelijk aangetoond dat de tabaksindustrie dikwijls de wetgeving inzake reclame ofwel overtreedt, ofwel omzeilt, ofwel gaat uittesten om na te gaan wat de scheidingslijn is tussen aanvaardbaar en niet aanvaardbaar."Luc Joossens van de studiedienst van het OIVO - al jaar en dag fanatiek strijder tegen tabak en tabaksreclame - wijst ook op het "gevaar" van het Internet. In het rapport staat: "Internet is een nieuw medium dat gezien zijn enorme succes, maar vooral door zijn internationaal karakter, in de toekomst nog voor veel kopzorgen kan zorgen, omdat het bijzonder moeilijk controleerbaar is." Internet-adressen gedeponeerd in België zouden echter onder de Belgische wetgeving vallen. Maar waarom is het OIVO zo tegen de tabaksreclame gekant en laat men wél toe dat het product gemaakt én verkocht wordt? Het antwoord van Joossens is dat het verbieden van verkoop en productie leidt tot een zwarte markt. (Overigens: ondanks het feit dat uw verslaggever al geruime tijd over tabaksreclame schrijft en er actief naar kijkt, is hij nog steeds niet-roker.)