Het Belgische coronabeleid zal voor altijd ontsierd blijven door de flaters met de mondmaskers en het tergende getalm om de tweede coronagolf te bedwingen. Daardoor lijkt het alsof België voor altijd veroordeeld is tot paniekerige improvisatie, waarna het beleid voortdurend zwaar moet worden bijgestuurd. Niets is minder waar. Mochten alle maatregelen zijn genomen zoals die van de generieke gids voor een veilige werkvloer en de snelle versoepeling van de tijdelij...

Het Belgische coronabeleid zal voor altijd ontsierd blijven door de flaters met de mondmaskers en het tergende getalm om de tweede coronagolf te bedwingen. Daardoor lijkt het alsof België voor altijd veroordeeld is tot paniekerige improvisatie, waarna het beleid voortdurend zwaar moet worden bijgestuurd. Niets is minder waar. Mochten alle maatregelen zijn genomen zoals die van de generieke gids voor een veilige werkvloer en de snelle versoepeling van de tijdelijke werkloosheid, dan hadden we nu een voorbeeldig coronabeleid. In die twee cases heeft iedereen perfect zijn rol gespeeld, ver weg van de tv-camera's om zo weinig mogelijk misverstanden en conflicten te doen escaleren. De politiek deed niet aan micromanagement, de ambtenaren en de technocraten werkten snel een robuust en gedetailleerd kader uit, de vakbonden en de werkgevers keken verder dan hun eigenbelang en experts focusten op hun adviesrol. Er werd veel gelobbyd, dat is normaal, maar de politici hebben zo veel mogelijk hun eigen koers gevaren. Belangeloze inzet is wat ons land tijdens deze crisis heeft rechtgehouden. In plaats van ambtenarijbashen tot een nationale sport te verheffen, kunnen we beter dankbaar zijn voor het crisisbeheer van onze openbare dienstverleners, van de topambtenaren en de academici die de hoogste beleidsniveaus bijstaan, tot de honderden veiligheidsambtenaren op gemeentelijk niveau. Ze stelden zich ook heel flexibel op. De federale overheidsdienst Werk bouwde bijvoorbeeld zijn labo voor asbestdetectie om tot een alcoholgelfabriekje, dat onder meer de voedselbanken bevoorraadde. Dat veel politici die dankbaarheid nauwelijks tonen, bewust of onbewust, is op zijn zachtst gezegd verwonderlijk en op zijn sterkst gezegd schandalig. Het is verkeerd ons coronabeleid te herleiden tot de tientallen veiligheidsraden en overlegcomités. Dat waren slechts hoogtepunten van al het titanenwerk achter de schermen van topambtenaren, gepensioneerde professoren, virologen, epidemiologen, biostatistici, psychologen en andere experts, die dat er vaak boven op hun reguliere werk bijnamen. Zoals een van hen het tegen ons verwoordde: "Het zijn de systemen die falen, niet de mensen." Een crashcursus systeemdenken voor politici zou de overvloedige ambtelijke inzet van de afgelopen maanden nog veel meer tot haar recht doen komen.