Achter de slimme watermeter die het Vlaamse-Brabantse Hydroko aan de Antwerpenaren zal leveren, zit een octrooi. Hydroko vroeg het vorig jaar aan met de hulp van het advieskantoor Gevers (lees ook blz. 44). "Het helpt dat de intelligentie van je product een beetje beschermd is als je met een bank moet onderhandelen over de productie van 200.000 watermeters", lacht uitvinder Bart Dewaele, de technisch directeur van Hydroko.
...

Achter de slimme watermeter die het Vlaamse-Brabantse Hydroko aan de Antwerpenaren zal leveren, zit een octrooi. Hydroko vroeg het vorig jaar aan met de hulp van het advieskantoor Gevers (lees ook blz. 44). "Het helpt dat de intelligentie van je product een beetje beschermd is als je met een bank moet onderhandelen over de productie van 200.000 watermeters", lacht uitvinder Bart Dewaele, de technisch directeur van Hydroko. Ondertussen houdt de Administratieve Raad van het Europese Octrooibureau (EOB) deze week in München zijn algemene vergadering. De brexit zorgt er voor gespreksstof, maar ook de sociale onrust sinds 'president' Benoît Battistelli de zelfbestuurde internationale organisatie en haar 6800 werknemers (onder wie 332 Belgen) productiever probeert te maken. De 4227 examinatoren van het EOB bepalen of een octrooiaanvrager een exclusief recht krijgt om een uitvinding twintig jaar te exploiteren. Bruno van Pottelsberghe, decaan van de Solvay Brussels School of Economics, was tussen 2005 en 2007 hoofdeconoom van het EOB. Hij begeleidt nog altijd wetenschappelijk onderzoek naar de economische rol van octrooien. Hij pleit ervoor om octrooiaanvragen grondig op hun nieuwigheid en inventiviteit te testen, alvorens een octrooi toe te kennen. "Een octrooi blokkeert de daaropvolgende innovaties. Zolang het om een echte uitvinding gaat, vind ik dat niet zorgelijk. Je hebt het octrooi nodig om je investeringen in de inwerkingstelling van de uitvinding te beveiligen", zegt hij. Maar precies over de grondigheid van het octrooionderzoek maken personeelsleden van het EOB en specialisten in intellectuele eigendom zich zorgen nu Battistelli de productiviteit van het EOB sterk opdrijft. Volgens een interne bron bij het EOB steeg het aantal toegekende, maar nog niet gepubliceerde octrooien vorig jaar met ruim een kwart. Officieel leverde het EOB 365.000 'producten' af, een stijging met 14 procent. Dat gaat onder meer over zoekrapporten, opinies, onderzoeken ten gronde en de octrooien zelf. Het aantal octrooien steeg met 6 procent tot 68.400, het aantal aanvragen met 4,8 procent tot meer dan 160.000. Daartegenover daalde het personeelsaantal met 1,1 procent, vooral bij de ondersteunende diensten. Er kwamen netto zes examinatoren bij, een stijging met 0,14 procent. "Wij leven van de bijdragen die de uitvinders betalen", zegt Battistelli. "Wij moeten onze kosten maximaal beperken. Die zijn al hoog. Een Europees octrooi is misschien het beste van de wereld, maar in elk geval het duurste. Toen ik hier zes jaar geleden toekwam, heb ik besloten de tarieven niet te verhogen. Omdat we elk jaar 3 tot 4 procent meer aanvragen ontvangen en de kwaliteit willen houden en zelfs verhogen, is de enige oplossing effectiever te werken. Daarvoor installeren we performantere toepassingen, zodat onze examinatoren tijd winnen, beter werken en toegang hebben tot een groter geheel van technologie. Daarnaast zijn er ook sociale hervormingen." Vooral die laatste maatregelen, met een reorganisatie van het humanresourcesbeleid en restricties op wat het personeel dat het EOB verlaat nog kan doen, hebben tot felle reacties geleid bij het personeel. Battistelli: "Voordien waren promoties en carrièreverbetering automatisch en enkel gebaseerd op anciënniteit. Wij hebben dat veranderd naar verdienste en prestaties. De grote meerderheid van het personeel ondersteunt die politiek. Wij zijn onafhankelijk en moeten onze eigen uitgaven dekken, ook voor ons pensioen- en gezondheidsstelsel. Er zijn mensen die zeggen dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. Dat is onjuist." Battistelli wijst erop dat bijna twee derde van de octrooigebruikers de kwaliteit van de EOB-octrooien "zeer goed tot uitstekend" noemt in de jaarlijkse rondvraag van het magazine Intellectual Asset Management. Hij noemt ook de relatief lage toekenningsgraad van octrooien bij het EOB. "Voor slechts 25 procent van de aanvragen wordt zonder wijziging een octrooi toegekend. Van nog eens 25 procent verminderen we het toepassingsveld. De resterende 50 procent wordt afgewezen. Wij trekken de kaart van de kwaliteit. Onder het Octrooisamenwerkingsverdrag hebben de Amerikanen de keuze waar ze hun internationale octrooiaanvraag willen doen. Over het algemeen verkiezen ze het EOB. Als zij bij ons een octrooi bekomen, zijn ze praktisch zeker dat ze het ook elders krijgen." Bruno van Pottelsberghe geeft grif toe dat het EOB de beste kwaliteit biedt in vergelijking met de octrooibureaus van Japan, de VS, Zuid-Korea en China - in die volgorde. Maar hij heeft bedenkingen bij de argumenten. "Het EOB berekent de toekenningsgraad op basis van het aantal toegekende octrooien, gedeeld door het aantal aanvragen plus intrekkingen. Dat maakt de toekenningsgraad veel kleiner dan hij in werkelijkheid is. Kwaliteit is ook niet de enige reden waarom het EOB zo'n succes is. Het aantal octrooiaanvragen stijgt omdat de Europese markt enorm is en omdat het eenheidsoctrooi werkelijkheid wordt. Dat trekt meer investeerders aan." De enquête van Intellectual Asset Management bevat een merkwaardige contradictie. De octrooi-juristen geven doorgaans betere scores aan de grootste vijf octrooibureaus, maar tegelijk vindt 61 procent van hen dat er een probleem is met de kwaliteit van octrooien in het algemeen, een stijging met 6 procentpunt in één jaar. Gebrek aan personeel en de druk om sneller te werken zijn volgens hen de voornaamste redenen. Ook octrooi-ingenieur Jeroen Declerck van de intellectuele-eigendomadviseur IP Hills vindt dat de kwaliteit van het EOB daalt. "De examinatoren krijgen per case een tijdsbudget en ze moeten presteren. Sommigen zijn uitstekend, maar we zien ook argumentaties die niet goed onderbouwd zijn. Dat moet je aan je klant uitleggen en er bijkomend over argumenteren met het EOB. Dat kost geld. De klant draait daar uiteindelijk voor op." Vakbondskringen bij het EOB nemen vooral het nieuwe permanente kwaliteitsbeheersysteem op de korrel. Examinatoren werken in teams van drie. Eén doet de analyse en stuurt zijn opinie door naar een collega. Als die tekortkomingen vaststelt, moet hij dat in het computersysteem melden. De opziener van het team maakt dan uit wie van de twee gelijk had en meldt dat ook aan het systeem. Een vakbondslid: "Dat zet het personeel tegen elkaar op. Het motto is daarom nu: verbeter de fout, maar gooi niets in de computer. Dat leidt tot kwaliteitsscores van 99 procent." In zijn jaarverslag meldt het EOB dat de kwaliteitsconformiteit voor opzoekingen nu 98,6 procent is en voor onderzoeken ten gronde 98,7 procent. De driejaarlijkse enquête naar de werkomstandigheden in opdracht van de vakbond Suepo bij het EOB toont dat het percentage ontevreden personeelsleden in zes jaar van 13 naar 41 procent is gestegen. De rondvraag van de Franse arbeidsrisicoconsultant Technologia kreeg antwoorden van 39 procent van het EOB-personeel. 76 procent van hen denkt dat de aandacht voor kwaliteit in de jongste drie jaar aanzienlijk is gedaald in vergelijking met de aandacht voor kwantiteit. Bruno van Pottelsberghe houdt vooral het personeelsverloop bij het EOB in het oog. Dat steeg in 2015 van 2,7 naar een nog altijd zeer bescheiden 3,7 procent, hoofdzakelijk door pensionering. Financieel hebben de hooggekwalificeerde werknemers weinig reden tot ontevredenheid. De typische examinator op het hoofdkwartier in Munchen verdient netto 11.214 euro per maand. Een administratief personeelslid neemt 5512 euro per maand mee naar huis. Door zijn internationale statuut betalen het EOB en zijn personeel geen nationale belastingen op de lonen. Het conflict tussen management en personeel bij het EOB is geëscaleerd tot NMBS-achtige proporties. Een Nederlandse rechter oordeelde in beroep dat het EOB-personeel recht heeft op stakingen en op een normale vakbondswerking. Meerdere vakbondsleiders zijn ontslagen, maar het EOB-management beroept zich op zijn speciale statuut om nationale arbeidsrechtbanken niet te erkennen. De Administratieve Raad - de raad van bestuur van het EOB - bekeek op 29 en 30 juni hoe het verder moest. In maart had hij aan Battistelli opgedragen een bemiddelaar te zoeken en voorstellen te doen voor een herziening van de EOB-reglementen. De vakbond eiste het ontslag van Battistelli omdat hij niet aan die opdracht heeft voldaan. Volgens Bruno van Pottelsberghe zit het EOB met een structureel probleem. "Het bestuur bestaat uit de vertegenwoordigers van de octrooibureaus van de 38 lidstaten. Die verdedigen hun octrooibureau en niet de industriële politiek van Europa. Het zijn concurrenten van het EOB." Dat is volgens Van Pottelsberghe ook de reden waarom er nog altijd drie octrooipistes bestaan in Europa. "Je kunt een eenheidsoctrooi aanvragen, een octrooi halen bij het EOB en dan zelf kiezen waar je het regis-treert, of direct naar de nationale bureaus gaan. Het EOB geeft je geen octrooi? Je trekt naar een nationaal bureau en die kennen het wel toe. Jackpot!" Bruno Leijnse"Het kwaliteitsbeheer zet het personeel tegen elkaar op" Vakbondslid EOB