De strijd om het Amerikaanse presidentschap is zowel bij de Democraten als bij de Republikeinen volledig open. Bij de Democraten tekent zich een tweestrijd af tussen Barack Obama en Hillary Clinton. Bij de Republikeinen ligt het veld eigenlijk nog volledig open voor meerdere kandidaten. Een belangrijk ideologisch verschil tussen beide politieke kampen is de rol van de overheid in de Verenigde Staten. Republikeinen zijn eerder vrijemarktgezind, terwijl de Democraten de overheid zien als actieve herverdeler, zoals in West-Europa.
...

De strijd om het Amerikaanse presidentschap is zowel bij de Democraten als bij de Republikeinen volledig open. Bij de Democraten tekent zich een tweestrijd af tussen Barack Obama en Hillary Clinton. Bij de Republikeinen ligt het veld eigenlijk nog volledig open voor meerdere kandidaten. Een belangrijk ideologisch verschil tussen beide politieke kampen is de rol van de overheid in de Verenigde Staten. Republikeinen zijn eerder vrijemarktgezind, terwijl de Democraten de overheid zien als actieve herverdeler, zoals in West-Europa. Obama is een relatieve nieuwkomer op het politieke toneel. En velen vragen zich af of hij een uitgewerkt economisch beleid heeft. Obama heeft de voorbije maanden enkele bekende economen geraadpleegd om een geloofwaardig programma in elkaar te timmeren. Austan Goolsbee is professor aan de universiteit van Chicago en belastingdeskundige, terwijl Jeffrey Liebman - professor aan de universiteit van Harvard - als deskundige voor sociaal beleid optreedt en David Cutler, eveneens professor aan Harvard, gespecialiseerd is in gezondheidsbeleid. Zowel Liebman als Cutler waren adviseur van de voormalige president Bill Clinton. In alle Democratische campagnes, zowel van Clinton, Obama als die van John Edwards, zit een flinke portie protectionisme en verzet tegen vrijhandelsakkoorden. Obama ziet de overheid als een ethische herverdeler. Daarom pleit hij voor een afschaffing van de belastingverlaging die president Bush doorvoerde en waarvan vooral relatief hogere inkomens profiteren. Hij wil die vervangen door een belastingverlaging van 85 miljard dollar voor middeninkomens, vooral gericht op gezinnen die te maken hebben met gedwongen verkoop van hun huizen wegens de hypotheekmarktcrisis. Hij is er ook voorstander van 'fiscale paradijzen' te sluiten, aftrekposten in de vennootschapsbelasting af te schaffen en de belasting op kapitaal te verhogen van 15 naar 28 procent. Obama plaatst deze maatregelen in de steun aan de middenklasse, een cruciaal deel van het electoraat dat de afgelopen decennia de effectieve koopkracht zag dalen door kostenstijgingen in de gezondheidszorg en het onderwijs. Daarmee zit Obama niet ver van een sociaaldemocratische benadering naar klassiek West-Europees model. Het is echter de vraag of specifieke belastingverhogingen, vooral op kapitaal, de economie stimuleren in een periode waarin een recessie dreigt. Het klapstuk van Obamanomics is de hervorming van de gezondheidsverzekering, wat ook het kernstuk is van Hillary Clinton. Zij wilde in de jaren negentig een verplichte verzekering invoeren naar Europees model. Ze stuitte op zoveel verzet van de verzekeringssector dat het plan mislukte. Haar hervorming werd afgeschilderd als 'socialisme' en zou tot een enorme kostenstijging leiden. In het nieuwe plan legt Clinton de nadruk op meer samenwerking met de marktsector, maar zij blijft uitgaan van een 'universeel verplichte ziekteverzekering'. Nu bestaan er in Europa enorme schrikbeelden over het Amerikaanse gezondheidssysteem dat zieken harteloos terzijde zou schuiven. Dat is voor een groot deel mythe en fictie. Van de 47 miljoen Amerikanen die niet zijn verzekerd, bevindt zich bijna 60 procent in de leeftijdscategorie van 18 tot 34 jaar. Zij vinden vaak de premies te hoog en gaan ervan uit dat ze lage medische kosten hebben. In de meeste staten (maar bijvoorbeeld niet in New York) is er wel een speciale verzekering voor jongeren met een lagere premie. Toch kiezen velen er bewust voor geen verzekering af te sluiten. Een andere oorzaak van het grote aantal niet-verzekerden is immigratie. Illegalen zijn in de regel niet verzekerd, maar ook een derde van de legale immigranten, ook al kunnen sommigen een verzekering betalen. De meesten zijn Hispanics en bevinden zich in de zuidelijke staten Arizona, Texas, Californië, Florida en New Mexico. Zij kennen de cultuur van ziekteverzekering niet. Van de 47 miljoen niet-verzekerden zijn er minstens 10 miljoen met een inkomen boven 75.000 dollar. Zij kunnen zich een verzekering veroorloven. Circa 14 miljoen onverzekerde Amerikanen met lage inkomens kunnen zich inschrijven voor sociale overheidsprogramma's zoals Medicaid en een programma voor kinderen. In het algemeen kan men, volgens een recent onderzoek van het Hudson Instituut, stellen dat voor de helft van de 47 miljoen niet-verzekerden de verzekering te duur is. In noodgevallen kan echter iedereen terecht bij de spoedhulp in de ziekenhuizen. Die zijn verplicht elke burger, met of zonder verzekering, te behandelen. Obama wil mensen die zich geen ziekteverzekering kunnen veroorloven een belastingverlaging geven om een verzekering te kunnen kopen. Volwassenen mogen zelf kiezen of ze dat doen, maar voor kinderen is het verplicht omdat die geen keuze hebben. Hillary Clinton wil een algemeen verplicht systeem waarbij een verzekeraar iedereen moet aanvaarden. Voor jongeren, 60 % van de niet-verzekerden, kan dat duur uitvallen. Zij moeten de volle pot betalen, zoals een oudere. In plaats van een premie van 150 dollar per maand kan die oplopen tot 550 dollar. Dat is een welvaartstransfer van jong naar oud zonder weerga. Obamanomics is dus beter dan Hillarycare, omdat het een vrije keuze laat. De verzekeringssector is als de dood voor Hillarycare. (T) De auteur is schrijver en columnist. Hij woont en werkt in de verenigde staten. Derk Jan Eppink