Het geluid van krakende botten echoot nog volop in de Belgische economie. Sinds de val van Lehman Brothers is de hele wereldeconomie van het groeipad gesukkeld en het ravijn in gedonderd. De optimisten hopen dat de ergste tuimeling voorbij is, en dat de fiscale relanceplannen en het expansieve monetaire beleid de wereldeconomie nog dit jaar overeind kunnen helpen. Maar een lange revalidatie wacht, vooral voor de minst fitte en flexibele economieën, zoals de Belgische.
...

Het geluid van krakende botten echoot nog volop in de Belgische economie. Sinds de val van Lehman Brothers is de hele wereldeconomie van het groeipad gesukkeld en het ravijn in gedonderd. De optimisten hopen dat de ergste tuimeling voorbij is, en dat de fiscale relanceplannen en het expansieve monetaire beleid de wereldeconomie nog dit jaar overeind kunnen helpen. Maar een lange revalidatie wacht, vooral voor de minst fitte en flexibele economieën, zoals de Belgische. Verontrustend waren al de talrijke breuken in het bankgeraamte. Gelukkig goot de overheid snel gips, of onze economie lag al met een gebroken nek op intensieve zorgen. Het vertrouwen van ondernemers en gezinnen zit op een dieptepunt. Bedrijven investeren met de handrem op en consumenten houden de hand op de knip. De Nationale Bank voorspelt in haar jongste jaarverslag voor dit jaar een economische krimp met 1,9 procent, een verlies van bijna 60.000 jobs en een begrotingstekort van 3,3 procent. De Belgische economie is voor haar herstel als kleine open economie overgeleverd aan de mondiale gezondheidstoestand, maar toch. Hoe fitter de Belgische bedrijven, hoe meer dit land zal profiteren van een heropleving, en hoe minder breekbaar onze economische botten zullen zijn bij de volgende kladderadatsch. Botscans laten echter al jaren een structurele vorm van botontkalking zien waartegen te weinig ondernomen wordt. Symptomatisch is dat Belgische bedrijven continu marktaandeel verliezen op hun exportmarkten, en het is bijzonder alarmerend dat de collega's uit de buurlanden minder snel terrein verliezen op hun exportmarkten. De relatief slechte Belgische exportprestaties zijn niet alleen te wijten aan het feit dat we vooral exporteren naar nabijgelegen markten die relatief traag groeien, en te weinig aanwezig zijn om de groeimarkten van deze wereld. Het is vooral onze bekende ongezonde levensstijl die ons parten speelt. Een loonhandicap die we blijven meeslepen, een hoge belastingdruk, een stroeve arbeidsmarkt, te weinig investeringen in onderzoek en ontwikkeling, te weinig ondernemerszin: het eist allemaal zijn tol. De welvaart in een open economie als de Belgische bloeit en verwelkt nochtans met de exportprestaties. Wie wil uitvoeren, moet competitief en innovatief blijven, kwestie van op externe markten het thuisvoordeel van de concurrentie te overwinnen. Dat is een strijd die veel slachtoffers maakt. Tussen 1998 en 2006 kwamen er in de industrie 10 procent exporteurs per jaar bij, maar jaarlijks hield ook 10 procent van de exporteurs het voor bekeken. Daardoor is volgens de Nationale Bank het aantal exporterende industriële bedrijven in die periode met 2,7 procent gezakt. De Belgische exportsokkel rust op een klein aantal grote ondernemingen die al geruime tijd actief zijn op de buitenlandse markten. De overheid weet dus wel waarom ze onze autosector met titaniumvijzen wil versterken. We maken te traag bot aan, waardoor we te traag herstellen van breuken. Intussen gaat de botontkalking verder. De Belgische economie wordt steeds brozer en breekbaarder. (T) Door Daan Killlemaes