De belastingaftrek voor risicokapitaal - ook wel notionele interest genoemd - is een feit. Hij maakt het voorwerp uit van de Wet van 22 juni 2005, die op 30 juni 2005 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.
...

De belastingaftrek voor risicokapitaal - ook wel notionele interest genoemd - is een feit. Hij maakt het voorwerp uit van de Wet van 22 juni 2005, die op 30 juni 2005 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd. SNEL. Opvallend is de grote snelheid waarmee de regering de nieuwe maatregel heeft doorgevoerd. Nochtans zal de aftrek pas vanaf het aanslagjaar 2007 van toepassing zijn. Vanwaar dan die drang om de maatregel koste wat het kost tegen de helft van het jaar rond te krijgen (wat ook gelukt is, aangezien de wet eind juni werd gepubliceerd)? De oorzaak is allicht tweevoudig. Om te beginnen wil de regering de vennootschapswereld tijd geven om de maatregel te assimileren en er zich op voor te bereiden. De aftrek voor risicokapitaal geeft vennootschappen een belastingvoordeel dat gelijk is aan een bepaald percentage van het (gecorrigeerde) eigen vermogen. Om de aftrek te berekenen, zal worden uitgegaan van het eigen vermogen zoals dat op het einde van het voorgaande belastbaar tijdperk bestaat. Voor vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren, heeft het aanslagjaar 2007 - het eerste jaar waarvoor de nieuwe maatregel van toepassing is - betrekking op het inkomstenjaar 2006. Dit wil zeggen dat de aftrek zal worden berekend op basis van het eigen vermogen zoals het eind van dit jaar (2005) bestaat. Vandaar het belang om tijdig de voorwaarden en de modaliteiten van de aftrek te kennen, en om desnoods nog een en ander bij te sturen. COÖRDINATIECENTRA. De snelheid van werken heeft daarnaast ongetwijfeld ook te maken met het probleem van de coördinatiecentra. Onder druk van Europa zien zij hun geprivilegieerde fiscale status verloren gaan. De aftrek voor risicokapitaal is expliciet bedoeld om hen te paaien en in het land te houden. Of dat zal lukken, zal de toekomst uitwijzen. De lectuur van het verslag van de Kamercommissie voor Financiën leert alvast dat er kapers op de kust zijn. Zo zou Zwitserland als een soort fiscale sirene menig coördinatiecentrum naar zijn alpenweiden pogen te lokken met fiscale voordelen waartegen de Belgische aftrek voor risicokapitaal - als men het verslag mag geloven - nauwelijks zou kunnen opboksen. KMO. Een ander opvallend punt: tijdens de voorbereiding van de nieuwe maatregel is nauwelijks protest gehoord tegen het feit dat KMO-vennootschappen een hoge tol betalen. Terwijl de hervorming van de vennootschapsbelasting van enkele jaren geleden nog opvallend gunstig was voor KMO's, gaat de nieuwe regeling helemaal de andere kant uit. Weliswaar hebben KMO-vennootschappen ook recht op de nieuwe aftrek voor risicokapitaal. Maar de invoering ervan gaat gepaard met compenserende maatregelen. KMO's betalen op dat punt een hoge prijs. Zij verliezen - ook weer met ingang van het aanslagjaar 2007 - hun recht op belastingkrediet (een voordeel dat een stijging van het maatschappelijk kapitaal beloont); zij verliezen daarnaast ook hun recht op de gewone investeringsaftrek, inclusief het recht op de gespreide gewone investeringsaftrek (voor vennootschappen met minder dan 20 werknemers). Zij behouden weliswaar hun recht op de investeringsreserve. Maar zij zullen moeten kiezen: de aftrek voor risicokapitaal en de investeringsreserve kunnen niet samen worden toegepast. Een KMO-vennootschap die voor een bepaald jaar kiest voor de investeringsreserve kan voor datzelfde jaar, en ook voor de twee daaropvolgende jaren de aftrek voor risicokapitaal niet genieten. De aftrek voor risicokapitaal moet aldus het verlies opvangen én van het belastingkrediet, én van de gewone investeringsaftrek, én van de investeringsreserve. Als enige compensatie geldt dat het tarief van de aftrek voor risicokapitaal voor KMO-vennootschappen een half procentpunt wordt opgetrokken. Voor niet-KMO-vennootschappen geldt daarentegen geen enkele specifieke compenserende maatregel. Weliswaar worden hun meerwaarden op aandelen met ingang van het aanslagjaar 2007 nog slechts vrijgesteld tot beloop van het nettobedrag van de meerwaarde (na aftrek van de verkoopkosten). Maar die compenserende maatregel geldt niet specifiek voor hen. Hij is ook op KMO-vennootschappen van toepassing. De conclusie is dan ook dat KMO-vennootschappen de verliezers zijn. VILLA. Ook de villavennootschappen delen in de klappen. Voorzover het gaat om KMO-vennootschappen behoren zij zonder meer al tot het kamp van de verliezers (zie hoger). Daar komt bij dat met hun kroonjuweel ( de villa) geen rekening mag worden gehouden bij de berekening van de aftrek voor risicokapitaal. Die aftrek wordt immers toegepast op basis van het gecorrigeerde eigen vermogen. De correctie die op het eigen vermogen moet worden toegepast, houdt onder meer in dat het eigen vermogen verminderd moet worden met de boekwaarde van de onroerende goederen die ter beschikking staan van de vennootschapsmandatarissen, hun echtgenoten, of hun niet-ontvoogde minderjarige kinderen. Een vennootschap die als belangrijkste actiefbestanddeel de villa van de bedrijfsleider heeft, ziet dus ook de aftrek voor risicokapitaal aan haar neus voorbijgaan. JAN VAN DYCKZwitserland lonkt als een fiscale sirene naar de coördinatiecentra.