Nood aan nieuwe recepten

In het raam van de begroting ’97 pleit Jan Roels, bestuurder-vennoot bij Arthur Andersen, voor multidisciplinaire investeringscellen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Bij de opmaak van de begroting ’97 boog de regering zich vorig weekend over de ideologisch geladen knelpunten. Klassiek vormt de fiscaliteit voer voor discussie tussen christen-democraten en socialisten. Op tafel liggen een aantal aanpassingen van de vennootschapsbelasting. Ook zou Financieminister Philippe Maystadt (PSC) zijn plan voor een Algemene Sociale Bijdrage (ASB) nog niet begraven hebben.

Maar Jan Roels, bestuurder-vennoot bij Arthur Andersen, stelt een meer dynamische aanpak voor. De belastingspecialist pleit voor permanente internationale vergelijking van het belastingstelsel, los van elke begrotingsopmaak of -controle. Tevens hoopt hij op de oprichting van multidisciplinaire investeringscellen om concrete vragen van lokale en buitenlandse ondernemingen te beantwoorden, zonder daarbij de rol van de vergunningverlenende overheid over te nemen. Roels : “Zo’n centraal aanspeelpunt waarin specialisten op het vlak van fiscaliteit, vennootschapsrecht, milieu en subsidies zetelen (inclusief derden) zou de rechtszekerheid en de flexibiliteit, waar de bedrijven zo’n nood aan hebben, gevoelig verhogen. Bovendien moeten deze cellen gemachtigd worden om op korte termijn beslissingen bij de bevoegde instanties af te dwingen.”

De huidige manoeuvreerruimte van de regering om het begrotingstekort te verminderen, is niet zo groot, zoals uit de jongste studie van de Bank Brussel Lambert (BBL) blijkt. Volgens BBL-economist Kristin Vandenbergen ligt de totale (para)fiscale druk in België zo’n 2,8 % van het bruto binnenlands produkt (BBP) hoger dan het gemiddelde van onze drie belangrijkste handelspartners (Duitsland, Frankrijk, Nederland). Tegenover de Europese Unie bedraagt de kloof zelfs 5,1 BBP-procent. Anderzijds geeft onze overheid primair 3,2 BBP-procent minder uit dan haar buren.

Nieuwe fiscale maatregelen zouden onze concurrentiepositie, die aan het verzwakken is, nog verder achteruit duwen. Roels : “Hoewel ik niet aan de klaagmuur sta België beschikt over grote troeven (coördinatiecentra, holdingregime, distributie- en servicenters) stel ik in de praktijk vast dat ons land steeds meer verdwijnt op de shortlist van bedrijven die willen investeren. Hoewel fiscaliteit slechts nà lokatie, infrastructuur, administratieve flexibiliteit, loonkost en subsidiëring op het prioriteitenlijstje van investeerders voorkomt, willen internationale bedrijven zeker niet meer belastingen betalen dan in hun thuisland. Bovendien maken ze ten onrechte weliswaar vaak een cosmetische vergelijking van de tarieven, zodat ons land met een nominale belastingvoet van 40 % slecht scoort.”

FISCALE CONSOLIDATIE.

Intussen blijft de indirecte belastingdruk stijgen. Roels : “Uit een steekproef bij een aantal van mijn grotere Vlaamse cliënten samen met een personeelsbestand van zo’n 17.000 werknemers of ruim één procent van de actieve bevolking blijkt dat zij op een totale omzet van 105 miljard frank frank ongeveer 581 miljoen frank aan onrechtstreekse belastingen (onroerende voorheffing, drijfkracht, milieuheffingen enzovoort, maar exclusief sociale zekerheid) betalen. Dat is zo’n 35.000 frank per hoofd, goed voor 5,27 % van de boekhoudkundige winst vóór belastingen. Zelfs als je daar 40 % van in mindering kunt brengen, zit je nog altijd met een effectieve belastingdruk van 40,17 % vennootschapsbelasting plus 3,16 % indirecte, samen 43,33 %, of een pak meer dan in de buurlanden.”

Ook neemt het risico op internationale dubbelbelastingen toe. Diverse overheidsadministraties controleren steeds strenger de prijzen die ondernemingen uit eenzelfde groep elkaar aanrekenen voor interne leveringen. Ook onze fiscus start met een speciale cel transfer pricing. Roels : “Daarom dring ik nogmaals aan op stabiele wetgeving en respect voor het principe van de niet-retro-activiteit. Bijsturingen en cours du route, zoals in het geval van de coördinatiecentra, zijn dodelijk voor het vertrouwen. Bedrijven maken langetermijnplannen op. Hierbij spelen rulings een belangrijke rol. Ik zou dus graag het toepassingsgebied van deze voorafgaandelijke akkoorden tussen fiscus en belastingplichtigen uitgebreid willen zien, ook voor transfer pricing over de grenzen heen. Op dit vlak mogen de bijsturingen gezien het risico van dubbele belastingen alleen maar gevolgen in de toekomst hebben.”

Voorts dringt Roels aan op de rechttrekking van een aantal tekortkomingen in de huidige wetgeving, zoals de moeilijke inbreng van provisies (systeem van de voorafbetalingen) en de fiscale behandeling van buitenlandse bijhuizen. Roels : “In ons land bestaat nog altijd geen fiscale consolidatie, nochtans een economische realiteit bij uitstek. Als daar geen budgettaire ruimte voor bestaat, kan een beperkte invoering bij erfopvolging en MBO’s ( management buy out). In het raam van de hervorming van de fiscale procedure dring ik aan op een volledig wettelijk kader voor de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Naar Nederlands voorbeeld pleit ik tenslotte voor de invoering van een hardheidsclausule, waarbij de minister van Financiën of de rechterlijke macht afwijkingen kunnen toestaan indien de strikte toepassing van de wet economisch onredelijke gevolgen zou hebben.”

ERP

JAN ROELS (ARTHUR ANDERSEN) Fiscale consolidatie kadert binnen de economische realiteit.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content