De auteur is correspondent voor gezondheidszorg bij The Economist.
...

De auteur is correspondent voor gezondheidszorg bij The Economist. Als China niest, zo luidt een oud spreekwoord, vat de rest van de wereld kou. In 2003 had de wereld minder geluk: China's voornaamste epidemiologische export bleek een heel wat ernstiger aandoening te zijn met de naam Severe Acute Respiratory Syndrome (sars). Vanuit zijn vermoedelijke oorsprong in de provincie Guangdong breidde het sars-virus zich razendsnel uit naar Azië en voorts naar Noord-Amerika. Ruim 8000 mensen kregen de hoge koorts en de droge hoest die sars kenmerkt en maar liefst 700 mensen stierven. De Aziatische Ontwikkelingsbank schat dat sars de regio een verlies van ruim 18 miljard euro kostte op het vlak van handel, reizen en andere. Welke besmettelijke ziekten zal 2004 voor ons in petto hebben? In elk geval sars, aldus David Heymann, die de reactie van de Wereldgezondheidsorganisatie op de epidemie coördineerde. Het virus werd louter binnen de perken gehouden door de controlemaatregelen die werden ingevoerd om het te bestrijden. Omdat er geen vaccin of specifiek geneesmiddel voor bestaat, zijn nieuwe epidemieën mogelijk. Wat andere bacteriologische bedreigingen betreft: er bestaan zo'n 5000 virussen, 100 verschillende soorten schimmels, ruim 300.000 soorten bacteriën en ontelbare andere parasieten die in de aanval kunnen gaan. Zo zijn er de oude getrouwen als tuberculose en malariaparasieten, die flink zullen blijven huishouden en wereldwijd slachtoffers zullen blijven eisen. Een relatieve nieuwkomer, HIV, dat aids veroorzaakt, zal in 2004 ruim 5 miljoen mensen aanzoeken, waarvan er minstens 3 miljoen zullen sterven. Het papillomavirus, dat een rol speelt bij het ontstaan van baarmoederhalskanker, kost jaarlijks ruim 200.000 vrouwen het leven, voornamelijk in ontwikkelingslanden. Er zijn ook exotische nieuwigheden als het West-Nijlvirus, dat zich door Noord-Amerika verbreidt, of de eigenaardige prionmoleculen die gekkekoeienziekte veroorzaken en de daarmee verwante aandoening, de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Al met al sterven ruim 14 miljoen mensen jaarlijks aan besmettelijke ziekten, die daarmee verantwoordelijk zijn voor maar liefst een kwart van alle sterfgevallen wereldwijd en meer dan de helft van de sterfgevallen in de ontwikkelingslanden. Dertig jaar geleden voorspelden volksgezondheidsexperts, gewapend met een nieuw arsenaal van infectiewerende geneesmiddelen en aangemoedigd door het succes tegen pokken, zelfverzekerd de verdwijning van besmettelijke ziekten. Vandaag de dag zijn ze daar niet zo zeker van. Gemiddeld werd er sinds 1973 bijna ieder jaar een nieuwe besmettelijke ziekte vastgesteld. Hoe kan het dat besmettelijke ziekten nog steeds zo sterk zijn? Dat is voornamelijk te wijten aan de veranderende levenswijze van de mens. De verstedelijking maakt dat ziekten zich makkelijker verspreiden. De intensieve landbouw veroorzaakt stress bij vee, wat de uitbarsting van gevaarlijke microben zoals het Nipah-virus, dat aangetroffen werd in Maleisische varkens tegen het einde van de jaren 1990 en ruim honderd mensen het leven kostte, in de hand werkt. Riskant gedrag, zoals intraveneus druggebruik, brengt ook nieuwe virussen, zoals hepatitis C, meer in omloop. Orgaantransplantaties zorgen voor nieuwe routes en slachtoffers. Aangezien het steeds makkelijker is om te vliegen en verscheping alsmaar efficiënter wordt, kunnen ziekten via ouderwetse handels- en reisroutes zich nu sneller verspreiden dan ooit tevoren, zoals sars duidelijk aantoont. Dokter Heymann wijst erop dat besmettelijke ziekten feilloos weten hoe ze de zwakke punten in het menselijk gedrag moeten opsporen, of het nu gaat om veilig vrijen (aids) of om een slechte hygiëne in ziekenhuizen (ebola), om vervolgens tot de aanval over te gaan met het doel om te doden. De mensheid heeft tenminste de wetenschap aan haar kant. Dankzij de moderne moleculaire biologie hebben onderzoekers een zeer geavanceerde kennis van het microbiële leven. Maar die vertalen in nieuwe medicijnen, vaccins en tests is bepaald niet makkelijk, zowel om commerciële als wetenschappelijke redenen. Farmaceutische bedrijven hoeden zich om geld te steken in nieuwe antibiotica, waarvan de verkoop flink beperkt zou kunnen worden door resistentie in de doelmicroben. Bedrijven spreiden meer enthousiasme tentoon voor medicijnen die virussen als HIV en hepatitis te lijf gaan, en waarvoor grote en lucratieve markten zijn in de rijke wereld, maar hebben weinig interesse in het beteugelen van minder bekende infecties, die in de ontwikkelingslanden het hardst toeslaan. Toch zijn er ook bemoedigende signalen in de strijd tegen de beestjes. Nieuwe wetenschappelijke instrumenten, zoals de groeiende waaier van microbiële genomen, zouden de ontwikkeling van infectiewerende producten een boost moeten geven. Een reeks partnerships tussen biotechnologische bedrijven, filantropische instellingen en regeringen zal de ontwikkeling van vaccins, diagnostiek en geneesmiddelen ter bestrijding van infectieziekten in arme landen nieuw leven inblazen. Nieuwe controlemethoden voor ziekten, met inbegrip van het internet, die zo doeltreffend bleken bij het onder controle houden van de verspreiding van sars, zullen helpen bij het opsporen van ziekten. En nieuwe wereldwijde voorschriften inzake de rapportering van epidemieën zouden moeten helpen om verspreiding tegen te gaan. Zelfgenoegzaamheid is echter niet langer een optie. De eerste bacterie verscheen immers ruim 3 miljard geleden voor het eerst op aarde, terwijl de moderne mens nog maar net 100.000 jaar oud is. In evolutionaire termen behoren microben tot de oude adel. Daarmee vergeleken zijn mensen slechts parvenu's. Shereen El Feki