Lissabon, maart 2000. In een vlaag van ongebreideld enthousiasme en lovenswaardige ambitie nam Europa zich voor om zijn economie tegen 2010 te zegenen met volledige tewerkstelling. Dat betekent concreet dat 70 % van de beroepsbevolking tegen dan een baan moet hebben. Of was het een vlaag van zinsverbijstering en naïef voluntarisme die zich in Lissabon meester maakte van de regeringsleiders? Want een werkgelegenheidsgraad van 70 % in 2010? Vergeet het. Het Europa van de 15 moet daartoe nog altijd 22 miljoen jobs creëren. In Europa groeit het besef dat die 70 % onhaalbaar is.
...

Lissabon, maart 2000. In een vlaag van ongebreideld enthousiasme en lovenswaardige ambitie nam Europa zich voor om zijn economie tegen 2010 te zegenen met volledige tewerkstelling. Dat betekent concreet dat 70 % van de beroepsbevolking tegen dan een baan moet hebben. Of was het een vlaag van zinsverbijstering en naïef voluntarisme die zich in Lissabon meester maakte van de regeringsleiders? Want een werkgelegenheidsgraad van 70 % in 2010? Vergeet het. Het Europa van de 15 moet daartoe nog altijd 22 miljoen jobs creëren. In Europa groeit het besef dat die 70 % onhaalbaar is. De toestand in België is nog dramatischer dan het Europese gemiddelde. Qua werkgelegenheid zitten we in de staart van het peloton, en qua vooruitgang behoren we slechts tot de middenmoot. De Belgische werkgelegenheidsgraad slaagt er niet in om de kaap van de 60 % te ronden en boerde in 2003 zelfs nog licht achteruit. Wil België in 2010 een werkgelegenheidsgraad van 70 % presenteren, dan moeten er tegen dan per saldo 700.000 jobs bij komen. Zevenhonderdduizend. Vandaag telt België niet eens genoeg werklozen - er zijn ongeveer 600.000 Belgen op zoek naar werk - om die 700.000 jobs in te vullen. Behalve de creatie van die jobs zal België dus ook honderdduizenden mensen de arbeidsmarkt op moeten jagen. Europa maakte zich druk over het feit dat de regering haar objectief om 200.000 jobs te creëren niet langer vermeldde in het nationale actieplan dat België aan de EU presenteerde. Dit tot grote verbolgenheid van premier Guy Verhofstadt (VLD) trouwens, omdat de EU de actieplannen en niet de doelstellingen had gevraagd, en dus ook niet had gekregen. Maar gelukkig voor de regering nam Europa de Lissabon-doelstelling niet als maatstaf, en daarom is Europa nog relatief mild voor het Belgische arbeidsmarktbeleid. België krijgt alleen een insufficient (wat betekent dat er geen beleidsmaatregelen in de juiste richting zijn genomen) voor de opleiding van werknemers - maar dat is een zaak van de sociale partners, zegt Verhofstadt - en voor zijn strategie om de ouderen aan het werk te zetten - maar dat is stof voor de eindeloopbaanconferentie die over enkele weken van start gaat. Europa vraagt zich echter openlijk af of deze conferentie zal uitmonden in diepgaande hervormingen die de vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt zullen afremmen. Het valt te vrezen dat de eindeloopbaanconferentie in de eerste plaats de sociale vrede niet in het gedrang wil brengen. De regering organiseert superministerraden en speciale conferenties, maar ontpopt zich als een zachte heelmeester die de moed niet heeft om het mes boven te halen om volop de kaart van de job- creatie te trekken. De belastingdruk op de laagste lonen bijvoorbeeld is wel gedaald, maar blijft één van de hoogste in Europa. Het beleid van Verhofstadt heeft als prioriteit om lange marsen op Brussel te vermijden. Intussen sleept dit land al een kwarteeuw lang een bijzonder welvaartsvernietigende lage werkgelegenheidsgraad mee. Lissabon breekt de Belgische arbeidsmarkt niet open. In 2010 kan Europa tellen hoeveel jobs België tekort komt. Daan Killemaes