De Nobelprijs voor Economie gaat dit jaar naar David Card, Joshua Angrist en Guido Imbens. De Berkeley-professor Card kreeg de prijs omdat hij met natuurlijke experimenten vragen probeert te beantwoorden zoals: in welke mate zorgt een langere opleiding voor een hoger inkomen, en welke impact heeft migratie op de werkgelegen...

De Nobelprijs voor Economie gaat dit jaar naar David Card, Joshua Angrist en Guido Imbens. De Berkeley-professor Card kreeg de prijs omdat hij met natuurlijke experimenten vragen probeert te beantwoorden zoals: in welke mate zorgt een langere opleiding voor een hoger inkomen, en welke impact heeft migratie op de werkgelegenheid? Zelfs met tonnen data is dat moeilijk, omdat oorzaak en gevolg soms door elkaar lopen. Je weet nooit wat bijvoorbeeld zonder migratie met de werkgelegenheid gebeurd zou zijn. Soms wordt een groep anders behandeld door een beleidskeuze of een gebeurtenis. Zo onderzocht Card in de jaren negentig het wedervaren van werknemers in fastfoodrestaurants, nadat een Amerikaanse staat het minimumloon had verhoogd, terwijl naburige staten dat niet hadden gedaan. Hij concludeerde dat een verhoging van het minimumloon niet noodzakelijk funest is voor de werkgelegenheid. "Dat onderzoek was baanbrekend, maar intussen is ook aangetoond dat een verhoging van de minimumlonen een negatief effect kan hebben, vooral op kortgeschoold personeel. De Nobelprijs is vooral toegekend voor het innovatieve karakter van de methodologie", zegt Stijn Baert, professor arbeidseconomie (UGent). Toch blijven ook natuurlijke experimenten moeilijk te interpreteren. Joshua Angrist (MIT) en Guido Imbens (Stanford) verfijnden de methodologie van de natuurlijke experimenten en zijn daarvoor ook bekroond. Baert: "Om een zuiver oorzaak-gevolgverband aan te tonen, heb je zuivere experimenten nodig. Nog altijd is dit een veelgebruikte methode om het effect te meten van een maatregel. Zo kunnen we veel beter advies geven."