De Wetstraat beslist dat winkeliers voortaan moeten kiezen om als dag- dan wel als nachtwinkel te opereren. Bij deze verordening rijst de vraag of onze overheid haar rol in het ekonomisch gebeuren efficiënt en maatschappelijk positief invult. Het antwoord luidt dat ze met haar winkelwet de bal misslaat.
...

De Wetstraat beslist dat winkeliers voortaan moeten kiezen om als dag- dan wel als nachtwinkel te opereren. Bij deze verordening rijst de vraag of onze overheid haar rol in het ekonomisch gebeuren efficiënt en maatschappelijk positief invult. Het antwoord luidt dat ze met haar winkelwet de bal misslaat. De nachtwinkels zijn geboren uit een behoefte bij de Belgische konsumenten om inkopen te kunnen doen op ongewone uren (zie ook het Omslagverhaal over de onbemande winkels van Jo Robrechts). Wat betekent het als deze nachtwinkels ook met sukses overdag geopend kunnen blijven ? Dat er een vraag is naar hun diensten, met andere woorden dat zij een gat in de markt opvullen. Is die marktniche er niet, dan zullen zij onvermijdelijk moeten terugvallen op hun oorspronkelijke funktie als nachtwinkel. Adam Smith, de vader van de ekonomische wetenschap, gaf ons ruim 200 jaar geleden een fundamentele les mee : het feit dat wij brood op de plank hebben, komt niet doordat de bakkers een soort van verheven sociale wezens zijn die vinden dat ze per se brood moeten bakken voor het welzijn van hun medemensen. Zij bakken dat brood omdat ze daarvoor betaald worden door de konsument. En die konsument is ook niet gek : hij betaalt slechts voor goederen en diensten, als die voldoen aan een specifieke behoefte. Het mag dan ook zonneklaar zijn dat de enige beweegreden achter de recente wettekst te zoeken valt bij de vraag om bescherming vanwege de bestaande winkeliers, vooral in de steden. Voor hen betekenen de nachtwinkels sowieso al een bijkomende konkurrentie ; indien deze nieuwe ondernemers hun aktieterrein uitbreiden naar de dag-uren, dan zal dit de konkurrentie aanscherpen. Iedereen zou beter worden van deze situatie behalve de winkeliers met een verworven positie. De winkelwet is een schoolvoorbeeld van wetgeving die geboren wordt onder druk van een belangengroep. Via de wetsingreep verwerft deze groep een voordeel (een hoger inkomen, dankzij de inperking van de konkurrentie) waarvan de kostprijs (minder service, kleinere keuze, hogere prijzen) gedragen wordt door de anonieme konsumentenmassa.De uitbaters van nachtwinkels zoeken nu al naarstig naar mazen in de nieuwe wet ; de overheid zal dus kontroleurs mobilizeren. Men kan argumenteren dat die ambtenaren er toch al zitten maar vanuit sociaal-ekonomisch standpunt is dit nonsens. J.V.O.