Op amper tien weken tijd moet de wetgever een vervolg op de fiscale-amnestiemaatregel uit 2003 schrijven. Wie zich de moeizame bevalling en de talrijke discussies voor en na de invoering van de eenmalige bevrijdende aangifte (EBA) herinnert, weet dat dit een mission impossible is. Maar rechtszekerheid is nooit de sterkste kant van België geweest. Hier is alles mogelijk (zie blz. 54).
...

Op amper tien weken tijd moet de wetgever een vervolg op de fiscale-amnestiemaatregel uit 2003 schrijven. Wie zich de moeizame bevalling en de talrijke discussies voor en na de invoering van de eenmalige bevrijdende aangifte (EBA) herinnert, weet dat dit een mission impossible is. Maar rechtszekerheid is nooit de sterkste kant van België geweest. Hier is alles mogelijk (zie blz. 54). Op termijn ondermijnt dit politieke knoeiwerk het juridische stelsel - nochtans de basis van onze moderne welvaartsstaat. Het gaat niet op voor elk maatschappelijk probleem een aap uit de mouw te schudden. Zo tovert de paarse ploeg van Guy Verhofstadt (VLD) zonder enige voorbereiding noch studiewerk op één nacht tijd een nieuwe mirakeloplossing voor de begroting van 2006 tevoorschijn: de fiscale inkeerregel. Maar dit regeringsvoorstel bevindt zich nog in een embryonale fase. Zo bestaan er nog veel onduidelijkheden over de mogelijke invulling van de spontane regularisatie: is de strafrechtelijke immuniteit gewaarborgd, komen de successierechten - een regionale bevoegdheid - in aanmerking, wat met de fiscaal verjaarde bedragen, welke belastingen zijn verschuldigd, zal de fiscus rekening houden met het aankondigingseffect ( announcement), geldt de maatregel alleen voor de ontdoken belasting of al het zwarte kapitaal, enzovoort enzovoort? Allemaal vragen waar niemand het antwoord op weet. Bovendien is de opdracht nog groter dan bij het uitschrijven van de EBA, want de fiscale inkeerregel is gebonden aan twee andere voorstellen: de belasting van 1,1 % op de premies van levensverzekeringen en de roerende voorheffing van 15 % op inkomsten uit beleggingsfondsen met meer dan 40 % obligaties. Intussen lachen de Luxemburgse verzekeringsmaatschappijen in hun vuistje. Hun producten (Tak 23) zijn nog niet aan de Europese spaarrichtlijn - lees bronheffing of uitwisseling van fiscale gegevens - onderworpen. Bovendien ontsnappen zij aan de Belgische belasting op obligatiefondsen. De kans is dus groot dat onze berouwvolle zondaars eerst hun zwart geld gaan witten met de fiscale inkeerregel om vervolgens hun vermogen opnieuw in het buitenland te beleggen. Dan blijft onze schatkist in de kou staan en is de bonafide belastingbetaler opnieuw de dupe. Door dit kunst- en vliegwerk laat de regering voor de tweede keer een belangrijke kans liggen om het zwarte en grijze geld uit het buitenland tegen een billijke vergoeding te repatriëren en te injecteren in de eigen economie. In de 21ste eeuw primeert de transparantie. Bovendien spreekt het voor zich dat een regularisatie van criminele inkomsten uit den boze is. Meer zelfs: dergelijke vermogens moeten onmiddellijk verbeurdverklaard worden. Ten slotte moeten de opbrengsten uit de operatie niet naar de sociale zekerheid, maar naar de verlaging van de lasten op arbeid gaan. Daar profiteert elke Belg van! Eric Pompen