In de strijd tegen de koppelbazen in de bouwsector werd jaren geleden een bijzondere regeling van aannemersregistratie ingevoerd. Die verdeelt de aannemers in twee categorieën. De 'goeden' zijn de aannemers die in orde bevonden zijn met hun fiscale en sociale verplichtingen. Zij krijgen een registratienummer toebedeeld. De 'slechten' zijn alle anderen: zij die de moeite niet genomen hebben om zich te laten registreren, en zij die wel een registratieaanvraag hebben ingediend, maar niet aan de criteria voldoen.
...

In de strijd tegen de koppelbazen in de bouwsector werd jaren geleden een bijzondere regeling van aannemersregistratie ingevoerd. Die verdeelt de aannemers in twee categorieën. De 'goeden' zijn de aannemers die in orde bevonden zijn met hun fiscale en sociale verplichtingen. Zij krijgen een registratienummer toebedeeld. De 'slechten' zijn alle anderen: zij die de moeite niet genomen hebben om zich te laten registreren, en zij die wel een registratieaanvraag hebben ingediend, maar niet aan de criteria voldoen. Wie voor het uitvoeren van werk in onroerende staat (dat niet strikt privé is) een beroep doet op een 'geregistreerde aannemer' heeft geen bijzondere verplichtingen. Wie daarentegen voor zo'n werk een beroep doet op een niet-geregistreerde aannemer is om te beginnen in bepaalde mate hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale en sociale schulden van de aannemer. Bovendien is hij verplicht bij elke betaling aan de aannemer, een deel van de prijs in te houden en voor de helft door te storten naar de schatkist, en voor de andere helft naar de RSZ. Deze inhoudingsverplichting geldt ook wanneer men een beroep doet op een aannemer die aanvankelijk, bij het afsluiten van de overeenkomst geregistreerd is, maar zijn registratie nadien kwijt is gespeeld. Teruggefloten. Dit systeem van aannemersregistratie is een half jaar geleden door het Europese Hof van Justitie op fiscaal gebied teruggefloten. Het stelsel is ook van toepassing op aannemers uit andere lidstaten, die voor Belgische bouwheren werken. Als zij willen vermijden dat hun opdrachtgevers inhoudingen moeten doen, en hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden, kunnen zij niet anders dan zich ook vooraf in België te laten registreren. Volgens het Hof is een dergelijk systeem strijdig met het Europees principe van het vrije verkeer van diensten. De Belgische fiscus heeft zich vrijwel onmiddellijk bij deze rechtspraak neergelegd. In de praktijk eist zij niet langer dat inhoudingen gebeuren wanneer men een beroep doet op een niet-geregistreerde aannemer uit een andere lidstaat. In dezelfde hypothese past zij ook de hoofdelijke aansprakelijkheid niet meer toe. Maar daarmee dreigt een omgekeerde discriminatie te ontstaan: het zijn nu de Belgische aannemers die gediscrimineerd worden ten opzichte van hun buitenlandse collega's. Want als zij hun opdrachtgevers niet willen opzadelen met hoofdelijke aansprakelijkheid en verplichte inhoudingen, moeten zij er nog altijd voor zorgen geregistreerd te zijn; terwijl dat in hoofde van hun collega's uit andere lidstaten niet meer het geval is. Nieuw. Vandaar dat de regering dringend op zoek is moeten gaan naar een nieuw stelsel dat beter aansluit bij de communautaire directieven, en Belgische en buitenlandse aannemers op gelijke voet behandelt. Het resultaat staat te lezen in de jongste programmawet. Het nieuwe systeem in een notendop. Eén: de registratie van aannemers blijft bestaan. Voor het verkrijgen van bepaalde voordelen - denk bijvoorbeeld aan het verlaagd btw-tarief van 6 % dat in sommige gevallen van toepassing is - is immers nog steeds vereist dat men een beroep doet op een aannemer die geregistreerd is. Maar de registratie heeft geen enkel belang meer bij de beoordeling van de hoofdelijke aansprakelijkheid of van de inhoudingsverplichting. Twee: van hoofdelijke aansprakelijkheid kan in het nieuwe stelsel nog slechts sprake zijn als men een beroep doet op een aannemer die fiscale of sociale schulden heeft. Drie: ook de inhoudingsverplichting geldt nog slechts als de aannemer fiscale of sociale schulden heeft. Belangrijk om weten is, dat een correcte inhouding de opdrachtgever in het nieuwe systeem meteen bevrijdt van zijn eventuele hoofdelijke aansprakelijkheid. Databank. Het nieuwe systeem draait dus volledig rond de vraag of de aannemer fiscale of sociale schulden heeft. Hoe komt men dat te weten? De RSZ en de fiscus krijgen de opdracht een databank ter beschikking te stellen die door eenieder geraadpleegd kan worden. Deze databank zal enkel zeggen 'of' de betrokken aannemer fiscale of sociale schulden heeft. Niet 'hoeveel' er dat zijn. Zodra de databank uitwijst dat er schulden zijn, speelt de hoofdelijke aansprakelijkheid, en moet een deel van de prijs ingehouden worden. Maar, en dat is ook nieuw, deze inhoudingen mogen beperkt worden tot het bedrag van de schulden. Om te weten hoeveel er dat zijn, zal de opdrachtgever zich kunnen wenden tot de aannemer. Als die hem het juiste bedrag van de schulden meedeelt, mogen de inhoudingen tot dat bedrag beperkt worden. De databank wordt het kloppende hart van het nieuwe systeem. Meteen staat of valt de goede werking van het nieuwe stelsel, met de degelijke werking van de databank. Bij de RSZ heeft men daar al ervaring mee. Bij de fiscus moet men van nul vertrekken. Vandaar allicht dat het nieuwe stelsel pas begin volgend jaar in werking treedt. En voor het geval de fiscus niet tijdig klaar geraakt, heeft de wetgever de koning alvast opdracht gegeven om in een overgangsfase de meubels te redden. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck