Schalkse steenbok. Dat is de totem van de productontwikkelaar Jef Van Dyck, op 26-jarige leeftijd ex-leiding maar wel nog steeds materiaalmeester bij zijn lokale scouts. "Schalks slaat op speels, nog niet helemaal volwassen. Een steenbok is best koppig. Ik tast graag de grenzen af van wat kan en niet kan. Ook in mijn onderneming Obvious Outdoor."
...

Schalkse steenbok. Dat is de totem van de productontwikkelaar Jef Van Dyck, op 26-jarige leeftijd ex-leiding maar wel nog steeds materiaalmeester bij zijn lokale scouts. "Schalks slaat op speels, nog niet helemaal volwassen. Een steenbok is best koppig. Ik tast graag de grenzen af van wat kan en niet kan. Ook in mijn onderneming Obvious Outdoor." Een duizendpoot, of nog toepasselijker: een goudvis. Zo omschrijft zijn vriendin Anke hem dan weer. Van Dyck heeft duizend-en-een interesses, maar niet de grootste aandachtsspanne, zegt ze. In hun keuken in Wilrijk doet Van Dyck er even over om koffie te zetten: een slow coffee brew, nog zo'n specialiteit na een baristaopleiding. Tussen de lijnen door wordt het duidelijk dat Van Dyck één grote passie heeft: hij zet volop in op duurzaamheid. Een jaar geleden stampte Van Dyck het outdoormerk Obvious Outdoor uit de grond. Hij toont de eerste producten: een heuptasje en een portefeuille. Het zijn producten van katoen, maar niet zomaar eender welk katoen. IWATO, zo noemt hij de collectie: I was a tent once. "Ik wou oude scoutstenten een nieuw leven geven." Als materiaalmeester ontvangt Van Dyck soms spullen van andere organisaties. "Waaronder ook tenten, maar daar zitten dan geen stokken bij of ze zijn gescheurd. Ze zijn niet meer bruikbaar, maar het zou heel spijtig zijn om die weg te doen." Van Dyck speelde al langer met het idee om een outdoormerk te starten. "Tentzeilen zijn grote stukken stof. Als je die uit elkaar haalt en de naden eruit haalt, dan komt dat zo goed als overeen met een gewone rol stof." Het gaat niet om de grote tenten waarin de jeugdbeweging tientallen kinderen te slapen kan leggen. "Die gigantische gevaartes zijn meestal behandeld met coatings of andere materialen om de tenten waterdicht te maken. Enkel de patrouilletenten zijn volledig natuurlijk." Van Dyck wou zo natuurlijk mogelijk te werk gaan. Al blijft het natuurlijk belangrijk dat een rugzak geen of amper water doorlaat. Inspiratie komt soms uit onverwachte hoek: Van Dyck dook niet enkel de scoutslokalen, maar ook de geschiedenis in. Als coating maakt hij gebruik van was, geïnspireerd door de vernuftigheid van zeventiende-eeuwse zeevaarders. "De zeilen van hun boten werkten beter als ze nat waren. Door die te oliën en te waxen, kwam er geen water meer door." Van oude zeilen maakten de productontwikkelaars van toen al capes, hoedjes en andere ontwerpen: upcycling avant la lettre. Nog meer inspiratie haalde Van Dyck bij het Zweedse outdoormerk Fjällräven. "Het merk waxt zijn wandelbroeken niet in, de klanten doen dat zelf. Dat is slim gezien, want in de wasmachine gaat zo'n beschermlaag er snel af. Je kan dan ook zelf bepalen hoe waterdicht je broek moet zijn of wat je comfortabel vindt. In de zomer doe je er misschien geen was op, in de winter een extra laagje." Intussen is het productonderzoek van Van Dyck al een jaar aan de gang. Hij geeft toe dat hij al een pak verder staat dan zijn eerste prototype. "Ik heb wat werkpuntjes gekregen van klanten waar ik kan inkomen", zegt Van Dyck, die zijn rugzak dagelijks gebruikt heeft. Zijn materiaalstudie is niet blijven steken bij tenten alleen. Intussen upcyclet hij ook oude voetbaltruitjes. De overschotten van de Nederlandse voetbalbond laat hij vervilten tot rugzaksteun. De rugzakriemen zijn op hun beurt gemaakt van Econyl, een stof van gerecycleerd nylon van onder meer visnetten. Ook dat zorgt voor duurzaamheid, vindt Van Dyck, en niet enkel in de conventionele zin van het woord. In het Engels vindt hij het makkelijker uit te leggen - dan kan hij het verschil duiden tussen sustainability en durability. "De nieuwe robuuste bodem leidt tot een extra lange levensduur." Duurzaam betekent niet enkel ecologisch verantwoord en gemaakt om lang mee te gaan, maar heeft ook een sociale dimensie. Ook daar heeft Van Dyck aan gedacht. De nieuwe collectie blijft in België en wordt handgemaakt in een lokaal maatwerkbedrijf. "In zo'n bedrijf werken mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt", legt Van Dyck uit. Vroeger werd naar dat soort sociale tewerkstelling verwezen als 'beschutte werkplaats', maar die term bleek denigrerend. Van Dyck heeft niks dan respect voor de arbeiders die zijn spullen in elkaar stikken. "Zij hebben veel meer ervaring met snijden dan ik." "Mijn ervaring ligt bij het ontwerp, niet bij de productie. Bij onze eerste gesprekken was ik zelfs nog een leek in stikken. Ik ben naar het bedrijf gestapt met een open geest. Ik had al een ontwerp, maar ik stond open voor feedback, want zij wisten het beter. Mijn idee was om het product simpel te houden, met als doel het in België te kunnen produceren. In het maatwerkbedrijf waren ze aangenaam verrast door die redenering. Vaak is een prototype toch niet haalbaar en doen ze aan cocreatie. Daar stond ik dus zeker voor open. Maar het ontwerp bleek uiteindelijk goed zoals het was." Op 7 mei lanceert Van Dyck de nieuwe collectie van Obvious Outdoor in pre-order. Vanaf begin juni zullen de producten worden uitgestuurd. Ook zal Obvious Outdoor samenwerken met retailers, online en offline. Zo werkt Van Dyck onder meer samen met Sam De Bruyn, de bezieler van de duurzame reiswebshop Skolto.