Tot voor enkele jaren was Dublin alleen iets voor absolute fans van Ierland. Het rustige, provincialistische hoofdstadje kon niet onmiddellijk worden bestempeld als het meest trendy oord van het westelijk halfrond. Maar na de boom, de wederopstanding van de Ierse economie, is een en ander veranderd. En dat heeft veel te maken met de fiscale en bedrijfsvriendelijke aanpak van de opeenvolgende Ierse regeringen.
...

Tot voor enkele jaren was Dublin alleen iets voor absolute fans van Ierland. Het rustige, provincialistische hoofdstadje kon niet onmiddellijk worden bestempeld als het meest trendy oord van het westelijk halfrond. Maar na de boom, de wederopstanding van de Ierse economie, is een en ander veranderd. En dat heeft veel te maken met de fiscale en bedrijfsvriendelijke aanpak van de opeenvolgende Ierse regeringen. In de jaren tachtig werd Ierland een toevluchtsoord voor offshorebedrijven. Ze kwamen aarzelend. Eerst kleine postbusbedrijfjes, later staken multinationals de plas over met hele afdelingen. De kaderleden die zij meebrachten, zorgden voor een eerste revival in de immobiliënsector. In hun spoor volgden nieuwe winkels, design-centra, kreeg de horeca impulsen. De roemruchte Michelin-gidsen zetten Dublin weer op de wereldkaart. In een periode van zeven, acht jaar groeide de stad uit tot een avant-gardistisch oord. Cultuur bloeide als nooit tevoren, kijk bijvoorbeeld maar naar de Ierse rock-scène. Vandaag is Dublin meer dan alleen Trinity College of een rijtje leuke pubs. Zakenreizigers vinden er een nog altijd overzichtelijk klein en aangenaam stadje. Weekendtrips naar de Ierse hoofdstad zijn nu even normaal als naar Barcelona, Praag of Londen. Het bewijs dat Dublin helemaal terug is, vind je ook in het hotelwezen. De afgelopen vier jaar zijn achttien hotels grondig gerenoveerd en kwamen er verschillende nieuwelingen bij. The Morgan bijvoorbeeld, gelegen in Fleetstreet, werd geopend voorjaar 1998 en mikt op een begoede cliënteel en vooral op zakenreizigers (kamers vanaf 110 Ierse pond). Nadeel is dat het zich bevindt in een luidruchtige omgeving: het ligt pal in de uitgangsbuurt. Rustiger daarentegen is The Merrion in de Upper Merrion Street (kamers vanaf 190 pond). Het hotel ging vorig jaar open en staat geboekstaafd als de geboorteplaats van de hertog van Wellington. Het herbergt het sterrenrestaurant van de Ierse culinaire wonderboy Patrick Guilbaud. Ook The Fitzwilliam hoopt met een uitstekend restaurant klanten te lokken. Dit nieuwe hotel op Saint Stephen's Green (kamers vanaf 175 pond) trok namelijk Conrad Gallagher aan, de eigenaar-kok van Peacock Alley, één van de restaurants in Dublin met een Michelin-ster. Het hotel gaat de rechtstreekse concurrentie aan met The Clarence, dé referentie in het lokale hotelwezen. Mark Vrijens