De regering-Di Rupo wil dat de Belgen langer blijven werken, om de pensioenen te kunnen blijven financieren. In het verlengde van dat beleid heeft ze de voorwaarden waarop gepensioneerden een beroepsactiviteit mogen starten of voortzetten, sinds 1 januari dit jaar versoepeld.
...

De regering-Di Rupo wil dat de Belgen langer blijven werken, om de pensioenen te kunnen blijven financieren. In het verlengde van dat beleid heeft ze de voorwaarden waarop gepensioneerden een beroepsactiviteit mogen starten of voortzetten, sinds 1 januari dit jaar versoepeld. Een eerste wijziging heeft betrekking op de aangifteplicht. Tot vorig jaar moesten gepensioneerden hun beroepsactiviteit melden bij de instelling die hun pensioen uitbetaalt. Sinds begin dit jaar is die aangifteplicht afgeschaft, behalve in enkele uitzonderlijke gevallen: als het pensioen voor het eerst wordt uitbetaald, als de gepensioneerde een politiek of ander mandaat uitoefent, als hij een beroepsactiviteit in het buitenland heeft of in het buitenland socialezekerheidsuitkeringen ontvangt, als hij wetenschappelijke of artistieke activiteiten heeft of als hij werkt als ambtenaar. Ook de regels voor de maxima die een gepensioneerde mag bijverdienen, werden aangepast. Die grensbedragen hangen af van zijn leeftijd en van het feit of hij een rust- of overlevingspensioen krijgt. Een rustpensioen is een pensioen waarop hij recht heeft omdat hij ervoor heeft gewerkt; een overlevingspensioen is een pensioen dat de langstlevende huwelijkspartner -- als enkele voorwaarden zijn vervuld -- kan aanvragen na het overlijden van zijn werkende of gepensioneerde partner. Voor werknemers en voor zelfstandigen gelden andere grensbedragen. Gepensioneerden van 65 jaar of ouder mogen voortaan onbeperkt bijverdienen als ze op het ogenblik van hun pensionering minimaal 42 jaar hadden gewerkt, ongeacht of ze werknemer, zelfstandige of ambtenaar waren. Voor gepensioneerden die geen 65 zijn en ook geen 42 jaar hebben gewerkt, zijn de inkomensgrenzen aangepast (zie tabel De nieuwe inkomensgrenzen voor gepensioneerden). De bedragen worden voortaan geïndexeerd, wat tot eind 2012 niet het geval was. In 2013 wordt een indexering van 2 procent toegepast. Vanaf 2014 worden de inkomensgrenzen automatisch geïndexeerd. Voor wie bijverdient als werknemer, worden de grensbedragen berekend op basis van de brutoberoepsinkomsten. Heeft de gepensioneerde bijvoorbeeld geen kinderen ten laste, ontvangt hij een rustpensioen en heeft hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, dan mag hij in 2013 als werknemer bruto tot 21.865,23 euro bijverdienen. Onder 'brutoberoepsinkomsten' worden niet alleen de inkomsten voor de inhouding voor de sociale zekerheid en de belasting (bijvoorbeeld de bedrijfsvoorheffing) verstaan, maar ook alle inkomsten die onder de fiscale noemer 'bezoldiging' vallen, en waarop geen inhoudingen voor de sociale zekerheid gebeuren (bijvoorbeeld het dubbele vakantiegeld voor bedienden). Het brutoberoepsinkomen slaat dus op het loon (ook dat voor betaalde feestdagen en het gewaarborgde week- of maandloon), de voordelen in natura, het vakantiegeld enzovoort. Maaltijdcheques, die fiscaal niet als loon worden beschouwd, tellen niet mee. Als de gepensioneerde bijverdient als zelfstandige, wordt het grensbedrag berekend op basis van de netto belastbare beroepsinkomsten. Dat is het brutoberoepsinkomen verminderd met de beroepskosten en de eventuele beroepsverliezen. Als hij geen kinderen ten laste heeft, een rustpensioen krijgt en de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt, mag hij netto maximaal 17.492,17 euro bijverdienen. Een gepensioneerde die een zelfstandige activiteit uitoefent, moet aangesloten zijn bij een sociaalverzekeringsfonds en sociale bijdragen betalen. Die bijdragen worden geplafonneerd op de som die hij mag bijverdienen en zijn dus lager dan de sociale bijdragen die hij tijdens zijn actieve carrière had moeten betalen. In het jaar dat een zelfstandige met pensioen gaat, wordt een pro-rataberekening gemaakt om te weten hoeveel hij dat jaar mag bijverdienen. Stel dat zijn rustpensioen ingaat op 1 mei 2013 en hij dat jaar 65 jaar wordt. Hij blijft voortwerken als werknemer en heeft geen kinderen ten laste. Voor het hele jaar 2013 bedraagt het jaarlijkse maximumbedrag normaal gesproken 21.865,23 euro bruto. Begint de gepensioneerde zijn rustpensioen te cumuleren met zijn beroepsactiviteiten vanaf mei 2013, dan wordt het maximumbedrag verdeeld over acht maanden in plaats van over twaalf: 21.865,23 euro x 8/12 = 14.576,82 euro. Die pro-rataberekening geldt alleen voor het jaar dat hij 65 wordt. Als de gepensioneerde bijvoorbeeld 66 is en met een nevenactiviteit begint in mei van het jaar, dan is toch het volledige maximale grensbedrag -- 21.865,23 euro bruto in ons voorbeeld -- van toepassing. Een laatste wijziging heeft betrekking op de sanctie die een gepensioneerde die jonger dan 65 jaar is en een beroepscarrière van minder dan 42 jaar heeft, oploopt als hij meer bijverdient dan de toegestane bedragen. Als zijn beroepsinkomen voor een bepaald kalenderjaar het toegestane bedrag met 25 procent overschrijdt, wordt zijn pensioen voor dat jaar volledig geschorst. Vroeger bedroeg dat percentage 15 procent. De pensioenbedragen die hij ten onrechte heeft gekregen, moet hij terugbetalen. Worden de toegelaten bedragen met minder dan 25 procent overschreden, dan wordt het pensioen verminderd met hetzelfde percentage als de overschrijding. Als de beroepsinkomsten bijvoorbeeld 8 procent boven het toegestane grensbedrag liggen, wordt het wettelijk pensioen met 8 procent verminderd. JOHAN STEENACKERSGepensioneerden van 65 jaar of ouder mogen onbeperkt bijverdienen als ze minimaal 42 jaar hebben gewerkt.