Beleggen is voor boterhammen. Dat was de titel van een column in een magazine vorige week. Toen ik het las, moest ik glimlachen. En ik heb meteen ook het stukje gelezen. Mijn glimlach verdween snel. Het las lekker, daar niet van. Maar het bevestigde pijnlijk een pak clichés over mensen die hun spaarcenten aan het werk willen zetten en bankiers die blijkbaar niet de juiste manier vinden om dat te doen. Uit de geldenquête van ons zusterblad Moneytalk bleek het al: mensen willen meer verdienen met hun spaargeld, maar willen daar geen risico voor nemen. Nochtans weet iedereen die iets van de financiële markten kent en ze volgt, dat de twee niet te combineren zijn. Of toch niet op lange termijn.
...

Beleggen is voor boterhammen. Dat was de titel van een column in een magazine vorige week. Toen ik het las, moest ik glimlachen. En ik heb meteen ook het stukje gelezen. Mijn glimlach verdween snel. Het las lekker, daar niet van. Maar het bevestigde pijnlijk een pak clichés over mensen die hun spaarcenten aan het werk willen zetten en bankiers die blijkbaar niet de juiste manier vinden om dat te doen. Uit de geldenquête van ons zusterblad Moneytalk bleek het al: mensen willen meer verdienen met hun spaargeld, maar willen daar geen risico voor nemen. Nochtans weet iedereen die iets van de financiële markten kent en ze volgt, dat de twee niet te combineren zijn. Of toch niet op lange termijn. En precies daar knelt het schoentje. De lange termijn. De definitie van die periode komt bij de twee partijen meestal niet overeen. Als de bankier vraagt of je het spaargeld op korte termijn niet nodig zal hebben, bedoelt hij echt niet of je spaart voor een nieuwe wagen of een nieuwe badkamer. Wat hij in feite zou moeten bedoelen, is dat je je centen voor de rest van je actieve leven niet meer nodig zal hebben en dat je dus voor een appeltje voor de dorst aan het zorgen bent voor je oude dag. In de meeste gevallen spreken we dan over een horizon van 15 tot 20 jaar. Algemeen wordt aangenomen dat voor zo'n periodes de aandelenmarkten gemiddeld genomen de place to be zijn. Als we 'gemiddeld' zeggen, komt natuurlijk 'statistiek' voor de dag en we weten allemaal dat daarmee alles maar evengoed niets bewezen kan worden. Een rivier oversteken die gemiddeld één meter diep is, kan evengoed je verdrinkingsdood betekenen. En net nu is het moeilijk te verdedigen dat er over een periode van tien jaar geld te verdienen is op de beurs. In het voorbije decennium kregen investeerders in aandelen drie correcties van formaat te verwerken. Er was het einde van de TMT-hype (telecom, media, technologie), er was 11 september en er was Lehman. Beleggers zouden in die periode bijna een prijs moeten krijgen voor moed en zelfopoffering. De afkeer voor aandelen die we vandaag op de financiële markten zien, hoeft dan ook niet te verbazen. Maar misschien moeten we er de kansberekening, een belangrijk onderdeel van de statistiek, bijnemen. Als je met het rad van fortuin drie keer na elkaar op bankroet bent beland, is de kans op winst bij de volgende beurt een stuk groter dan de kans op verlies. Maar, hoor ik iedereen al zeggen, de beurs is natuurlijk geen kansspel. Al lijkt het er soms wel op. Waar er aan het begin van het jaar geen vuiltje aan de lucht leek te zijn, vormt er zich de jongste weken elke dag een nieuwe wolk die voor een flink onweer kan zorgen. Griekenland hebben we inmiddels gehad en heel wat beleggers lijken er al mee te leven dat de schulden, of een deel ervan, niet terugbetaald zullen worden. Maar ondertussen hebben we ook Spanje en in mindere mate Portugal gehad. En eind vorige week werd aan het lijstje van potentiële wanbetalers nog een nieuwe naam toegevoegd: Hongarije. Voor de euro is het alvast weer allemaal te veel geworden. Voor de beleggers blijkbaar ook. De boodschap die de wereldleiders na afloop van de G20-vergadering het voorbije weekend in petto hadden, was even onrustwekkend als geruststellend. De ministers van Financiën en de gouverneurs van de centrale banken kwamen tot de conclusie dat het wereldwijde economisch herstel sneller verloopt dan verwacht, "maar aan een ongelijk tempo over verschillende regio's en landen". Het mag ondertussen duidelijk zijn wie wel en wie niet voor het feest is uitgenodigd. China is al een tijdje aan het feest en om te vermijden dat de kater de rest van de wereld ziek maakt, moet de tapkraan dringend afgesloten worden. Een last call lijkt hier zeker op zijn plaats. Een verplicht sluitingsuur nog niet. De ontluikende markten lijken momenteel over de beste kaarten te beschikken, terwijl Europa nog steeds naar een gepaste outfit voor het feest lijkt te zoeken. Misschien wat voorbarig, want een uitnodiging is nog steeds niet in de bus gevallen. De VS hangt ergens tussen de twee. De uitnodiging was er, de outfit is gekozen, maar het zelfvertrouwen om de dansvloer te betreden, ontbreekt. Laat staan dat de Amerikanen opnieuw de dans zullen leiden. (C) DE AUTEUR IS HOOFDREDACTEUR. Steven VandenbroekeMensen willen meer verdienen met hun spaargeld, maar willen daar geen risico voor nemen. Nochtans weet iedereen die iets van de financiële markten kent en ze volgt, dat de twee niet te combineren zijn. Of toch niet op lange termijn.