E erst was er het artikel in Harvard Busi- ness Review, dan kwam er een video van Stanford Business School, toen las ik midden november een hoofdartikel erover in The Financial Times. Het is duidelijk. Een nieuwe mode is geboren. Lezer, wees blij dat u nu al geïnformeerd wordt door uw columnist, dat u nu al erover leest voor 99,5 % van de Vlaamse managers er weet van heeft. De naam van de nieuwste rage? Evidence based management. Oneerbiedig samengevat is dat een rage die een einde wil maken aan al die andere dwaze rages.
...

E erst was er het artikel in Harvard Busi- ness Review, dan kwam er een video van Stanford Business School, toen las ik midden november een hoofdartikel erover in The Financial Times. Het is duidelijk. Een nieuwe mode is geboren. Lezer, wees blij dat u nu al geïnformeerd wordt door uw columnist, dat u nu al erover leest voor 99,5 % van de Vlaamse managers er weet van heeft. De naam van de nieuwste rage? Evidence based management. Oneerbiedig samengevat is dat een rage die een einde wil maken aan al die andere dwaze rages. VTM-nieuws. Tenzij u de voorbije jaren hebt gewoond in de grotten van Tora Bora, of uitsluitend het VTM-nieuws als informatiebron hebt (en zelfs dan ...), is de kans heel klein dat u nog nooit hebt gehoord van evidence based medicine (EBM). Dat is geneeskunde waarbij men op systematische wijze gebruik maakt van wetenschappelijk evidentie. Persoonlijk zouden we dat vrij vertalen als gefundeerde of bewijskrachtige geneeskunde. We hebben ooit een cartoon gezien waar de ene arts tegen de andere arts zegt: bewijskrachtige geneeskunde, allemaal goed en wel, maar hoe deden we dat dan vroeger? Wel ja, vraag het aan je arts. In dalende volgorde van populariteit gebruiken artsen a) waar ze 'goede' ervaring mee hebben, b) wat ze vroeger 'op school' hebben geleerd, c) wat hen door andere artsen en vakbladen wordt aangeraden, d) waar ze handig in zijn, e) waar ze om een of andere reden in geloven, f) wat hun moeder ze vertelde. Vraag eens aan je arts of je een baby midden in de nacht wakker mag maken om eten te geven. Vraag eens wat je moet doen als je systematisch om vier uur in de ochtend wakker wordt. Check eens bij die laatste vraag of de arts doorvraagt in de richting van depressie, want dat zou hij overigens best doen. Managers zijn uiteraard geen haar beter. Ze halen hun wijsheid bij muisjes waarvan kaas wordt gepikt, bij Machiavelli, Shakespeare, Einstein, kwantummechanica, Henry Ford, Darwin, apen en kikkers, bij chaostheorie en macro-economie, bij antropologie, wiskunde en softe psychologie. Ze lezen over bedrijven die geen jota op de hunne lijken, zoals Dell, Ikea, en Asea Brown Boveri. Maar nu is er dus redding mogelijk. Je moet je management gaan voeren op basis van bewijskrachtige argumenten. Entry fee. In het HBR-artikel zijn de consultants weer de pineut. Zij zouden adviezen geven die op niet veel steunen, behalve wat gezond verstand, geloofwaardige visies en veel ervaring. Maar ervaring hadden de Belgische dokters ook die massaal antibiotica voorschreven en zo de ziekenhuisbacterie vrije doorgang hebben gegeven. Net zoals de evidence based-rage een einde kan maken aan alle andere rages, kan de evidence based consulting een einde maken aan alle andere consulting. En omdat ik zeer sterk geloof (ten onrechte, zo blijkt uit evidence based management) in first mover advantage, zal ik de eerste zijn die in onze streken een consultancy zal opstarten in bewijskrachtig management. Want dat is echt een kolfje naar mijn hand. Ik zie een nieuwe wereld van consultancy voor mij opengaan. Ik ben statistisch zeer goed geschoold, heb toegang tot letterlijk tienduizenden wetenschappelijke artikels, heb een persoonlijke bibliotheek van zo'n zevenhonderd managementboeken en toegang tot bibliotheken met tienduizenden boeken. Aan mij dus de toekomst van evidence based management. Uiteraard moet ik nog een goed businessmodel hebben (dat doorstaat wel de toets van evidence based management). Ik denk concreet aan het volgende: u wordt lid en aandeelhouder van mijn centrum. U (maar veel beter: uw bedrijf) betaalt een entry fee van 4000 euro. En per vraag die u stelt, betaalt u nog eens 500 euro. Ik voer een transparante boekhouding. De entry fee is er uiteraard voor mijn vaste columns, sorry, kosten. Daar hebt u geen zaken mee. De variabele kosten documenteer ik zorgvuldig. Indien mijn variabele opbrengsten mijn variabele kosten niet dekken, gaat de prijs uiteraard omhoog. Indien het centrum succesvol wordt, start ik met een peterformule. De vaste entry fee gaat dan omhoog, maar alleen voor nieuwe leden. Want u profiteert van het feit dat u een snelle beslisser bent (helaas nog een principe met laag bewijskrachtig gehalte). Bovendien krijgt u dan 10 % op elk lid dat u aanbrengt, plus één gratis vraag. Indien u vijf leden aanbrengt, wordt u 'gouden lid', dan mag u zilveren leden aanbrengen, dat wil zeggen dat u dan 5 % krijgt op de entry fee van de leden die zij mij aanbrengen. Heel transparant, maar nogmaals met de aard van mijn vaste kosten hebt u geen zaken. Dat is mijn ondernemersrisico. Leerstoel. Ik kan het natuurlijk ook anders doen en een onderzoekscentrum oprichten. Indien u daarin geïnteresseerd bent, moet u mij alleen maar een leerstoel betalen. Dat centrum zou dan gewoon voor iedereen, ook zonder betaling, evidence based-managementprincipes verzamelen en verspreiden. Er zijn dus twee mogelijkheden: u wordt mijn eerste lid van mijn consultancynetwerk (en dan mailt u zeer discreet naar onderstaand mailadres), of u wilt mij een leerstoel betalen (dan mailt u best naar marc.buelens@vlerick.be, en dan hoeft u helemaal niet discreet te zijn). Of dergelijke formules werken? Ik heb er overweldigende evidentie voor ... in mijn wildste dromen. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beMarc Buelens