Volgens de keynesiaanse leer die in de kwarteeuw tussen 1950 en 1975 de dienst uitmaakte, kon de overheid de werkloosheid bestrijden door wat meer inflatie toe te staan. De beruchte Phillips-curve vatte die trade-off samen in een simpele grafiek die al die tijd de hoeksteen van de macro-economie vormde. Chicago-econoom Milton Friedman en zijn collega van Columbia University in New York, Edmund Phelps, kegelden deze constructie van ta...

Volgens de keynesiaanse leer die in de kwarteeuw tussen 1950 en 1975 de dienst uitmaakte, kon de overheid de werkloosheid bestrijden door wat meer inflatie toe te staan. De beruchte Phillips-curve vatte die trade-off samen in een simpele grafiek die al die tijd de hoeksteen van de macro-economie vormde. Chicago-econoom Milton Friedman en zijn collega van Columbia University in New York, Edmund Phelps, kegelden deze constructie van tafel. Friedman en Phelps argumenteerden dat de werkloosheid ten gronde niets te maken heeft met het toelaten van wat meer of wat minder inflatie. De overheid kan wel voor korte tijd via een expansie van de vraag de tewerkstelling opdrijven maar vrij snel daarna keert de werkloosheidsgraad terug naar de zogenaamde natuurlijke werkloosheidgraad of de Nairu ( non-accelerating-inflation rate of unemployment). Het is zo argumenteerden Friedman en Phelps reeds op het einde van de jaren zestig de structuur en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt die bepalend zijn voor het niveau van die Nairu. Het jongste decennium verdween de natuurlijke werkloosheidsgraad uit de belangstelling, zowel op beleidsvlak als inzake economisch onderzoek. Dat (relatieve) stilzwijgen wordt nu echter doorbroken. Het jongste nummer van de Journal of Economic Perspectives is integraal aan dit onderwerp gewijd. Joe Stiglitz, gewezen voorzitter van Clintons Council of Economic Advisors en vandaag hoofdeconoom van de Wereldbank, schat daarin dat de Amerikaanse natuurlijke werkloosheidsgraad vandaag 5,5 % bedraagt. In dat geval verkeren de Verenigde Staten momenteel in een toestand van volledige tewerkstelling. Verder valt het op dat in diverse bijdragen aan de genoemde Journal ervanuit wordt gegaan dat Friedman en Phelps bij de Nairu dachten aan een cijfer dat door de tijden heen constant zou blijven. Niets is echter minder waar. Beide "ontdekkers" gingen er altijd minstens impliciet, en geregeld ook expliciet, vanuit dat de natuurlijke werkloosheidsgraad varieert naarmate de basiskenmerken van de arbeidsmarkt zich wijzigen. Concreet betekent dit dat hoe rigieder de arbeidsmarkt georganiseerd is, hoe hoger de Nairu. In België traden bij vroegere hernemingen van de economie er reeds bij een werkloosheidsgraad van 8 à 9 % serieuze bottlenecks op de arbeidsmarkt op. De natuurlijke werkloosheidsgraad in België situeert zich dus waarschijnlijk in die cijfervork. We maken dan nog abstractie van de statistische manipulaties die de zin van het officiële werkloosheidscijfer fel hebben uitgehold. JOE STIGLITZ (WERELDBANK) Volgens hoofdeconoom van de Wereldbank zit VS in situatie van volledige tewerkstelling.