De National Gallery in Londen pakt dit najaar uit met een tentoonstelling over de portretten van de postimpressionist Paul Gauguin. De Britse krant The Telegraph noemde Gauguin 'de Harvey Weinstein van de negentiende eeuw'. Dat is een boutade, al verraden veel portretten die hij maakte in Frans Polynesië amoureuze betrekkingen met jonge vrouwen die naar exploitatie neigen. Dat verdoken sekstoerisme kan voer zijn voor controverse, al gaat dat voorbij aan het belang van deze expo: het is de eerste keer dat zoveel van Gauguins portretten uit verschillende periodes op één tentoonstelling hangen. Er zijn zestig schilderijen, objecten in keramiek en houten sculpturen van overal ter wereld te zien.

In de eerste zaal zijn negen zelfportretten van Gauguin te zien. Hij schilderde zich in verschillende gedaantes: als zelfverzekerde hedonist, als Christusfiguur of als exotische verleider. Elders komt de korte tijd die hij doorbracht bij Vincent van Gogh in de Provence en zijn periode in Bretagne aan bod, onder meer met een bizar portret van een Bretoens meisje dat melancholisch poseert naast een menstruerende tribale sculptuur.

De andere zalen zijn gewijd aan Gauguins periode in Tahiti en de Markiezeneilanden. Hoeveel waarheid en hoeveel fictie is op zijn doeken, is moeilijk te achterhalen. Feit is dat hij er omringd was door jonge mooie vrouwen, onder wie zijn partner Teha'amana, die meermaals op raadselachtige schilderijen figureert. De paradijselijke droomwereld in Polynesië haalde in Gauguin het beste naar boven.

Gauguin Portraits, tot 26 januari in National Gallery in Londen