De auteur is redacteur Management bij The Economist.
...

De auteur is redacteur Management bij The Economist.Het bedrijfsleven zal 2004 veel optimistischer inzetten dan 2003. Het herstel is tastbaar, al blijft het nog aarzelend. Bedrijven trekken dan ook onverdroten voort op zoek naar nieuwe manieren om de kosten terug te schroeven en de productiviteit op te voeren. Ze proberen het nog radicaler met outsourcing. De productie zal steeds meer naar China worden overgeheveld, diensten naar India. In Europa zal ook veel werk afvloeien naar het oosten, naar de lagelonenlanden van de Europese Unie. De heibel in Amerika over de verschuiving van IT- en callcenterjobs naar India zal naar Europa overwaaien. Bedrijven zullen ook de productiviteit opdrijven door meer uit hun vroegere investeringen te puren. Bedrijven vinden ook steeds meer technieken om de toeleveringsketen en de distributie te optimaliseren. In één van de computerfabrieken van Dell werd een kwart van de ruimte vrijgemaakt door het voorraadbeheer te renoveren - en dat slechts om de ruimte enkele maanden daarna opnieuw vol te stouwen om aan de nieuwe vraag te voldoen. In zeker opzicht bouwde het bedrijf een virtuele nieuwe fabriek aan de hand van handige nieuwe bedrijfsmethodes en door afspraken met leveranciers opnieuw te onderhandelen. Dergelijke verbeteringen zullen hun weg vinden naar andere, minder avontuurlijke bedrijven in 2004, maar zullen nauwelijks terug te vinden zijn in de balansen van bedrijven. De stijging van de productiviteit die eruit voortvloeit, zal zich immers vooral uiten in lagere prijzen. De bedrijven zullen dan ook weinig lijken te besteden aan nieuwe kapitaalinvesteringen. Investeringen in computers en software (zowat een derde van het totaal) zullen sneller toenemen dan andere soorten kapitaaluitgaven. Die inzinking ligt alvast achter ons. Maar er zal geen sprake zijn van het soort van uitspatting in kapitaaluitgaven dat tot expansie leidt en banen creëert. In de Verenigde Staten zullen bedrijven opnieuw personeel aanwerven, al blijven ze voorzichtig. In de arbeidsintensieve dienstensector zien we een herstel van de vraag. Maar ook al dalen de prijzen van producten sinds begin 2002, zijn mensen een onrustbarend duur hulpmiddel aan het worden. Niet omdat de arbeidslonen en salarissen stijgen - die blijven in 2004 op hetzelfde niveau -, maar omdat de kosten voor uitkeringen, in de vorm van pensioenen en gezondheidszorg, de hoogte in gaan. Omdat bedrijven erop azen om de kosten binnen de perken te houden, zullen ze steeds meer aandacht besteden aan de locatie van hun hoofdzetel. Te hoge belastingen (op het bedrijf en/of het management) of te belastende reglementen zullen aansporen tot een verhuizing. Landen in Noord-Europa, inclusief Duitsland, zullen een grotere kans lopen hoofdzetels te verliezen of slechts één van de diverse vestigingen te worden waarover de leidinggevende functies van een bedrijf verdeeld worden. De aandacht zal verschuiven van bedrijfsdirecteurs naar institutionele investeerders. Nieuwe plannen voor bedrijfsbeheer lijken ervan uit te gaan dat investeerders zich als eigenaars zullen gedragen. Instellingen treden evenwel vaak louter op als tussenpersonen voor de werkelijke eigenaars, zoals wanneer een investeringsbank het geld van een pensioenfonds beheert. Er zullen flink wat discussies plaatsvinden over manieren om meer inzicht te geven in het stemgedrag van instellingen en om eigenaars meer informatie te verschaffen. Omdat ze gekastijd zijn door de slechte publiciteit van 2003, zullen CEO's op hun hoede blijven om te worden betrapt op het aanvaarden van allerlei extraatjes of premies. Filantropie zal een populaire manier worden om in de gunst te komen bij een kritisch publiek en om bonussen te rechtvaardigen. Maar CEO's zullen ook niet de indruk willen wekken dat ze publiciteit opzoeken. Ze zullen zo weinig mogelijk beloven, maar wel proberen topprestaties te leveren. In 2004 zal nederigheid in zijn en arrogantie uit. Een foto van een CEO op de omslag van Fortune zal nog steeds een signaal blijven om de aandelen à la baisse te verkopen. Frances Cairncross