De Europese Centrale Bank ( ECB) gedraagt zich volkomen zoals de Bundesbank, de centrale bank van Duitsland, in het pre-eurotijdperk. Net zoals de 'Buba' indertijd maakt de ECB er nu ook een spelletje van om niet in actie te komen als de verwachting van rentewijzigingen sterk leeft op de markten. Soms is zo'n opgestoken middelvingertje zinvol, vandaag echter helemaal niet. De ECB zou er goed aan doen haar basisrentevoet van 2,50 % zo snel mogelijk te verlagen tot 1,50 %.
...

De Europese Centrale Bank ( ECB) gedraagt zich volkomen zoals de Bundesbank, de centrale bank van Duitsland, in het pre-eurotijdperk. Net zoals de 'Buba' indertijd maakt de ECB er nu ook een spelletje van om niet in actie te komen als de verwachting van rentewijzigingen sterk leeft op de markten. Soms is zo'n opgestoken middelvingertje zinvol, vandaag echter helemaal niet. De ECB zou er goed aan doen haar basisrentevoet van 2,50 % zo snel mogelijk te verlagen tot 1,50 %. De reden voor zo'n stevige beleidsingreep is niet in de eerste plaats het stimulerende effect van lagere rentevoeten op de economische groei. In de huidige omstandigheden is het zeer twijfelachtig of ondernemingen en particulieren beduidend meer zullen investeren en spenderen als ze kunnen ontlenen tegen een tarief dat een procentpunt is gezakt. Van veel groter belang is het gevaar van deflatie (een daling van het algemene prijspeil). De inflatie in de eurozone zakte het afgelopen jaar van 2,6 % op jaarbasis naar 1,7 %. Omdat de officiële inflatiemeting de reële prijsstijgingen in de economie met ruim 1 % overschat, zit de euro-economie dus gevaarlijk dicht in de deflatiezone. Voeg hierbij de fors stijgende wisselkoers van de euro en de dalende olieprijzen, en het deflatieper- sperspectief wordt écht benauwend. Inflatie is slecht voor het economische leven, deflatie is ronduit desastreus. Japan zit al enkele jaren gevangen in de deflatiegreep. Ook Amerika flirt met prijsdalingen, al kan de fors lagere dollar hier voor een keerpunt zorgen. Bovendien zijn de Amerikaanse markten van de eindproducten en van de productiefactoren, vooral arbeid, soepeler. Een verlaging van de prijzen van eindproducten en -diensten leidt in Europa en Japan sneller tot een daling van de kostprijzen, zodat de winstmarges minder onder druk komen. De dalende dollar pompt de winstmarges van de Amerikaanse multinationals trouwens ook verder op. Deflatie in Europa schaadt de winstmarges, investeringsmogelijkheden en terugbetalingscapaciteit. Uiteraard leiden steeds verder dalende prijzen en lonen tot een scenario dat we kennen van de Grote Depressie in de jaren dertig. En net hier berust een enorme verantwoordelijkheid bij de monetaire autoriteiten. Het is beangstigend dat weinigen die les van de jaren dertig begrepen hebben. Tot de uitzonderingen op deze regel behoort Benjamin Bernanke, gouverneur bij de Amerikaanse centrale bank. Kort voor zijn aantreden bij de Federal Reserve ( Fed) publiceerde Bernanke het boek 'Essays on the Great Depression'. Dat boek inspireerde hem wellicht toen hij enkele maanden geleden verklaarde dat de Fed letterlijk alles zou doen om het deflatiegevaar te keren. Nogal wat analisten noemden die uitspraak van Bernanke onverantwoord. Ten onrechte. Het staat buiten kijf dat de deflatietendens vandaag vooral voortvloeit uit overcapaciteit en de moordende concurrentie van landen als China. De omslag van prijsverlagingen naar een algemene deflatie moet echter altijd via het monetaire kanaal. Japan zit al jaren met deflatie omdat de Japanse centrale bank weigerde het overheidstekort monetair te financieren en aldus de aangroei van de geldhoeveelheid aan te zwengelen. De ECB moet daarom nu snel de rente verlagen, want de statuten van de ECB verbieden monetaire financiering van overheidstekorten. Binnen de ECB begint een groeiende groep van mensen zich ernstig zorgen te maken over deze institutionele handicap van de instelling. Johan Van Overtveldt