Bij de katholieke kerk lijken de termen synergie en schaalvoordelen anno 2006 nog steeds taboe. De kerk, met wereldwijd verspreide bisdommen en parochies, is en blijft een lappendeken.
...

Bij de katholieke kerk lijken de termen synergie en schaalvoordelen anno 2006 nog steeds taboe. De kerk, met wereldwijd verspreide bisdommen en parochies, is en blijft een lappendeken. Er heerst weliswaar meer transparantie dan vroeger, bijvoorbeeld op financieel vlak (zie blz. 52). Maar qua efficiëntie kan het stukken beter. Alleen al op nationaal vlak, aldus Frederick Gluck van McKinsey, zou de kerk miljoenen euro's kunnen besparen via centrale aankoopdiensten voor internet, transport en allerlei andere vormen van dienstverlening. In de Financial Times vorig jaar stelde hij dat de katholieke kerk in de VS jaarlijks 100 miljard dollar uitgeeft. Ervan uitgaande dat 20 % tot 40 % daarvan wordt gebruikt om goederen en diensten te kopen, zou er via een professionalisering van de aankoop tot 15 % kunnen worden bespaard. Goed voor een totale besparing tussen 3 en 6 miljard dollar. De behoefte aan schaalvoordelen is er echter niet: de kerk wacht gewoon tot de tekorten door de overheid worden bijgepast. Als de Belgische kerkfabrieken de onderhoudskosten voor gebouwen niet langer kunnen dragen, moet de gemeente bijspringen. Een comfortabele situatie die het gevolg is van het Concordaat met Napoleon (1801). Daarin is bepaald dat kerken staatseigendom zijn. De kosten daarvan lopen echter hoog op. Alleen al voor de verwarming van de kerk betalen sommige parochies 800 % meer dan dertig jaar geleden. Daarnaast betaalt de staat de lonen van de bedienaars van de erediensten. Een compensatie voor de vele kerkelijke goederen die tijdens de Franse Revolutie werden genaast. België geeft jaarlijks 580 miljoen euro uit aan levensbeschouwing. Bijna 80 % daarvan gaat naar de katholieke kerk... Misschien moet in een geseculariseerde samenleving de rol van de staat daarin toch eens worden herzien. Een kerkbelasting zoals de Kirchensteuer in Duitsland - waarbij elke burger duidelijk bepaalt dat een deel van zijn belastingen naar een eredienst gaat - kan een oplossing bieden. Zo'n kerkbelasting kan dan worden gebruikt om de kerkgebouwen te onderhouden en de lonen van de priesters te betalen (nu zijn priesters eigenlijk nog altijd staatsambtenaren). Dat zou meteen ook voor meer transparantie zorgen in de financiën van de kerk en diezelfde kerk verplichten om de tering naar de nering te zetten. Angst voor het verlies van het patrimonium is er evenmin. Mensen zien hun kerkgebouw niet graag verdwijnen. Kerken kunnen tot het nationale erfgoed blijven behoren. Maar via een kerkbelasting naar Duits model kan een pak geld binnenkomen om het onderhoud te verzekeren zonder dat de gemeenten om de haverklap moeten bijspringen. In Duitsland bedraagt de kerkbelasting 9 % van de belasting op het persoonlijke inkomen. Een taks die er onder meer voor zorgt dat de begroting van het bisdom van Aken in 2002 meer dan 400 miljoen euro bedroeg. Kerken zijn dus niet tot de bedelstaf veroordeeld. Alain Mouton