In de nasleep van een natuurcatastrofe die slechts één keer in de duizend jaar voorkomt, is het lichtzinnig om te beweren dat het beter wordt in 2012. Maar het is wel zo. Het kan zelfs een verbazend druk jaar worden voor Japan.
...

In de nasleep van een natuurcatastrofe die slechts één keer in de duizend jaar voorkomt, is het lichtzinnig om te beweren dat het beter wordt in 2012. Maar het is wel zo. Het kan zelfs een verbazend druk jaar worden voor Japan. De Japanse economie profiteert van een uitbarsting van budgettaire stimuli om zich weer op te bouwen na de aardbeving van 11 maart. En er kruipt vers bloed in de verkalkte aders van de bovenste echelons van het bedrijfsleven nu de babyboomers uit 1947 op hun 65ste met pensioen gaan. In Tokio wordt de 634 meter hoge Sky Tree ingewijd. Het is de hoogste toren ter wereld. De eerste herdenkingsdag van 11 maart biedt Japan een kans om op te maken hoeveel het zich van de ramp hersteld heeft. Eerst moeten de drie getroffen kernreactors gestabiliseerd worden. Een verlaging van het stralingsrisico moet het mogelijk maken dat 86.000 geëvacueerde inwoners uit de gevarenzone rond de centrales naar huis terugkeren. Het aantal mensen dat tegen maart 2012 nog altijd buiten de zone gehouden wordt, vormt een indicator van de menselijke kostprijs op lange termijn. Intussen moet de volledige omvang van het mismanagement door de Tokyo Electric Power Company (Tepco) bekend worden, tenzij er een doofpotoperatie opgezet wordt. Tegen april moeten de twee nucleaire waakhonden fuseren en afgescheiden worden van het machtige ministerie van Economie, Handel en Industrie, dat ervan beschuldigd wordt onder een hoedje te spelen met Tepco ten koste van de invoering van rigoureuze veiligheidsnormen. De nieuwe waakhond kan de Japanners misschien overhalen om de stilgelegde atoomcentrales weer op te starten. Als dat niet het geval is, dan wordt de activiteit van de 54 Japanse reactors eind 2012 opgeschort, ondanks het verwoede gelobby van de bedrijfswereld. In het geteisterde gebied moet een schijf van 156 miljard dollar die de regering de komende vijf jaar nodig heeft voor de wederopbouw in maart, stilaan vrijgegeven worden. Het wordt een grote gemiste kans mochten de plannen niet leiden tot levendiger woongebieden, met voorzieningen voor de ouderen, jobs voor de jongeren en nieuwe manieren om bezoekers te lokken. Die overheidsbestedingen moeten niet alleen de getroffen regio nieuw leven inblazen, ze moeten ook de hele economie ten goede komen. De grote vertraging in 2011 wijst op een ontmoedigend gebrek aan urgentiegevoel bij de politiek. Als de rijke wereld ten prooi valt aan een double dip-recessie in 2012 blijft er haast zeker geen ruimte over voor bijkomende budgettaire vuurkracht. In dat geval heeft de Japanse centrale bank bijna geen andere keuze dan de drukpersen op te starten en de yen te verzwakken. De kans dat Japan het wederopbouwgeld aan het stromen krijgt, Fukushima stabiliseert en een gelijkmatige elektriciteitsbevoorrading op gang brengt, hangt af van de nieuwe eerste minister, Yoshiko Noda. Hij moet een wankel bestand tussen de strijdende facties in zijn eigen partij in stand houden, de openlijke vijandigheid van de oppositie bezweren en een beleid doordrukken dat de Japanse hoop op economische groei levend houdt. In zijn korte ambtsperiode heeft hij de mouwen opgestroopt. Het probleem is dat hij in de herfst geconfronteerd wordt met de verkiezing van een nieuwe leiding van zijn Democratische Partij van Japan. Dat kan voor een fatale afleiding zorgen. De auteur is bureauchef van The Economist in Tokio.HENRY TRICKS