Het businessangelnetwerk Ban Vlaanderen, dat zijn tiende verjaardag viert, heeft zijn jaarlijkse investeringsbarometer voorgesteld. Die is het resultaat van de enquête die Ban Vlaanderen sinds 2012 houdt bij de ondernemers die hun project aan het netwerk hebben voorgesteld en bij de aangesloten businessangels. Startende ondernemers kunnen daar drie belangrijke lessen uit trekken.
...

Het businessangelnetwerk Ban Vlaanderen, dat zijn tiende verjaardag viert, heeft zijn jaarlijkse investeringsbarometer voorgesteld. Die is het resultaat van de enquête die Ban Vlaanderen sinds 2012 houdt bij de ondernemers die hun project aan het netwerk hebben voorgesteld en bij de aangesloten businessangels. Startende ondernemers kunnen daar drie belangrijke lessen uit trekken. Een starter die op zoek gaat naar financiering heeft vaak meer mogelijkheden dan hij denkt. Maar hij moet wel beseffen dat het belang van de financieringsvormen verschuift. Uit de enquête van Ban Vlaanderen komen interessante trends naar voren. Crowdfunding is dit jaar een opgemerkte nieuwkomer. Bijna 15 procent van de ondernemers doet er een beroep op, bijna evenveel als op durfkapitaalfondsen. "Crowdfunding is een opkomend fenomeen waar je niet meer omheen kunt", zegt Karen Boers, managing director van Startups.be, dat ICT-start-ups ondersteunt. "Maar de platformen nemen verschillende gedaantes aan, waardoor je niet kunt inschatten welke succesvol zullen zijn." Ongeveer 30 procent van de starters haalt subsidies binnen. Dat percentage blijft stabiel sinds 2012, het jaar dat Ban Vlaanderen met de enquête is begonnen. Het aantal ondernemers dat overheidsgerelateerde investeringen heeft aangeboord, is gehalveerd van bijna 70 procent in 2012 tot iets meer dan 30 procent dit jaar. Subsidies zijn fondsen die niet moeten worden terugbetaald, terwijl overheidsgerelateerde investeringen -- bijvoorbeeld van participatiefondsen -- wel moeten worden teruggestort. De daling is even spectaculair bij de bank- en kaskredieten: in 2012 vond nog 80 procent gehoor bij de bank, vorig jaar dook het cijfer onder 50 procent. Karen Boers raadt ondernemers aan al vanaf de eerste investeringsronde doordacht te werk te gaan: "Steeds meer buitenlandse durfkapitalisten stellen vast dat start-ups soms 30 tot 40 procent van hun aandelen afstaan voor kleine bedragen als 50.000 euro. Als je daarna aanklopt bij investeerders die 1 miljoen euro in je bedrijf willen stoppen, blijft er niet veel meer over. Zeker als je eigenaar van je bedrijf wilt blijven, moet je vanaf de eerste ronde goed nadenken over wat je later nog op tafel kunt leggen. Een optie is clausules in te bouwen, waardoor je bij een volgende ronde aandelen kunt terugkopen." Bijna een vijfde van de start-ups heeft de eerste twee jaar bijkomend kapitaal nodig. Het zwaartepunt ligt tussen het tweede en het vijfde levensjaar: dan moeten vier op de tien starters de boer op om verse middelen binnen te halen. "Opvallend is dat dit jaar heel wat bedrijven na hun eerste groeispurt van vijf jaar, behoefte hadden aan flink wat bijkomend kapitaal", zegt Reginald Vossen, algemeen directeur Ban Vlaanderen. In 2013 zei 5 procent van de ondernemers dat ze na het eerste lustrum nieuw kapitaal zochten, maar dit jaar vervijfvoudigde dat tot 25 procent. "Er is een grotere groep bedrijven met een kapitaalbehoefte. Een bedrijf zoekt doorgaans ook financiering voor twee à drie jaar, waarna het vervolgfinanciering nodig heeft. De banksector gaat daar nog te weinig in mee. De markt moet nog inspelen op het grotere aantal starters", zegt Vossen. Hij pleit ervoor dat banken, businessangels en andere investeerders naar elkaar toe groeien. "Als er meer samenwerking is, verhoogt ook de kans dat de businessangel meestapt in de volgende kapitaalronde." Karen Boers bevestigt dat het Belgische ICT-starterslandschap rijp aan het worden is. Terwijl er tien jaar geleden nauwelijks versnellingsprogramma's waren om de groei van start-ups te stimuleren, zijn er nu wel twintig. "Er is een veel grotere instroom van start-ups, waardoor er meer bedrijfjes zijn die drie of vijf jaar bestaan en nieuw kapitaal nodig hebben. De financiële behoefte is veel zichtbaarder geworden, maar we hebben nog te weinig investeerders die met een half miljoen of meer over de brug kunnen komen." Ondernemers zijn vaak te obsessief met de financiering bezig. In de enquête komt de financiering naar voren als de belangrijkste hindernis voor verdere groei (38 %). Maar er zijn nog andere hinderpalen. Starters doen er verstandig aan die aan te pakken als de financiering langer dan verwacht aansleept. 20 procent van de ondernemers vindt branding en naambekendheid een barrière. Met sociale media en netwerking komen ze gratis een heel eind. De op twee na grootste hindernis is de klantenwerving (16 %). "Starters zouden beter bezig zijn met hun klanten, hun product en de markt", zegt Karen Boers. "Als je klanten werft en ze behoudt, zorg je voor recurrente inkomstenstromen. Dan is het minder erg als een investering er niet doorkomt." Hoe lukt het eigenlijk met de groei? Best goed, zo blijkt. 54 procent van de start-ups die zich bij Ban kwamen voorstellen, creëert binnen de twee jaar één tot drie nieuwe banen. 16 procent schept vier tot zeven nieuwe functies, en 4 procent van de bedrijven zelfs meer dan zeven. Als enkel rekening wordt gehouden met de start-ups die ook financiering kregen van de businessangels van Ban, blijkt dat 27 procent meer dan zeven banen creëert, 29 procent tussen vier en zeven functies, en 25 procent tussen één en drie. Zowel ondernemers als businessangels zijn nu positiever over het algemene investeringsklimaat in België dan de voorbije twee jaar. BENNY DEBRUYNEBijna 15 procent van de starters doet een beroep op crowdfunding, bijna evenveel als op durfkapitaalfondsen.