In 2020 hadden veel trendwatchers het over de nieuwe roaring twenties, naar analogie met het optimisme honderd jaar geleden nadat de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog stilaan uitgezweet waren geraakt. Maar de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne, met als resultaat een dramatische oplopende inflatie en de bedreiging van de welvaart, maken dat een nieuwe versie van de optimistische jaren twintig geen sprake is.
...

In 2020 hadden veel trendwatchers het over de nieuwe roaring twenties, naar analogie met het optimisme honderd jaar geleden nadat de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog stilaan uitgezweet waren geraakt. Maar de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne, met als resultaat een dramatische oplopende inflatie en de bedreiging van de welvaart, maken dat een nieuwe versie van de optimistische jaren twintig geen sprake is. Toch blijft die periode fascineren. Getuige daarvan het jongste boek de Duitse auteur Florian Ilies, voormalig redacteur van de Frankfurter Allgemeine Zeitung en van Die Zeit. Hij heeft het in Liefde in tijden van haat, 1929 - 1939 over het bruisende culturele leven in Europa. Het was het einde van de roaring twenties maar het theater, de cinema, de beeldende kunsten, de letterkunde enzovoort kenden nog een bloeiperiode voor de machtsovername door de nazi's. Ilies toont aan dat de politieke, sociale en culturele elite na de beurscrash van 1929 besefte op een keerpunt te staan. Een verschil met de teneur van de vorige bestsellers van de auteur, die rond het jaar 1913 draaien en waarin duidelijk wordt dat niemand de eerste wereldbrand had zien aankomen. Wat na 1929 gebeurde, was een soort van afterparty van de gouden jaren twintig. Al wist niemand dat Europa in de vijftien jaar die volgden zo'n dramatische wending zou kennen. Het boek is opgebouwd rond anekdotes uit het leven van onder anderen de schrijver Thomas Mann en zijn familie, Pablo Picasso, Marlène Dietrich, Ernest Hemingway, Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Henry Miller maar ook de nazicinematografe Leni Riefenstahl. Net voor 1933 kwam een fase van vrijheid-blijheid. Amper bekend is dat een van de best verkopende boeken toen Muß man sich den gleich scheiden lassen? (Moet je dan meteen maar scheiden?) was. Het eerste deel van Liefde in tijden van haat gaat over het leven tot de machtsgreep van Hitler in 1933. Deel twee vertelt het wedervaren van Duitse, vaak Joodse, kunstenaars die vluchtten voor de naziterreur. Het laatste stuk gaat over de Duitse kunstenaars in ballingschap, die berooid en zonder toekomstperspectief uit het leven stapten, zoals de expressionist Ernst Toller, Walter Benjamin en Kurt Tucholsky.