Voor het bedrijfsleven is 2014 een beetje vergelijkbaar met de tweede helft van de jaren veertig. De kommer en kwel van de Tweede Wereldoorlog was geschiedenis en zelfs al voelde alles beter aan, toch vergat niemand hoe moeilijk het was geweest.
...

Voor het bedrijfsleven is 2014 een beetje vergelijkbaar met de tweede helft van de jaren veertig. De kommer en kwel van de Tweede Wereldoorlog was geschiedenis en zelfs al voelde alles beter aan, toch vergat niemand hoe moeilijk het was geweest. Zo voelt het ook aan in de kantoren van de grote ondernemingen. De managers die de opeenvolgende ontslaggolven overleefden, worden zelfverzekerder. Maar de nieuwe geest van optimisme is niet onverdeeld. Er moet voor de budgetten gestreden worden en de winnaars zijn degenen die de minste risico's nemen. Vrouwen hebben het nog nooit zo goed gehad. De bijdehante, zelfverzekerde jonge vrouwen die in de voorbije tien jaar binnenstroomden, passen perfect bij de stemming die in de bedrijven heerst. Ze krijgen promotie, niet alleen omdat zo nodig de diversiteitsdoelstellingen moeten worden gehaald, maar gewoon omdat het vanzelfsprekend is. Kantoren worden veel minder harde plekken dan ze in jaren geweest zijn. Nu er geen banenverlies meer te verwachten valt, voelen de mensen zich veilig. Gezworen vijanden sluiten niet-aanvalspacten. Omdat er zo veel afdankingsgolven geweest zijn, is elk spoor van overlevingsschaamte verdwenen. Wie het overleefd heeft, wordt vervuld met een gevoel van zelfingenomenheid: we zijn het waard. Dat wil niet zeggen dat het in 2014 comfortabel wordt op de werkplek. Maar wie 'up' is en wie 'down', wordt minder bepaald door machiavellistisch gekonkel dan wel door naakte gegevens. Ondernemingen beginnen de mensen te evalueren op basis van hoe goed ze het doen op sociale netwerken. Niemand interesseert zich voor eenvoudige statistieken, zoals het aantal volgers of het onnozele geklik op likeknoppen. In de plaats daarvan worden gesofisticeerde algoritmische instrumenten met mank gespelde namen als Klout en Kred steeds vaker ernstig genomen. Een enorm volume tijd gaat naar het eindeloze checken van hoe goed u het wel doet vergeleken met uw rivalen. Nu de economie zich hervat, worden de onkostenrekeningen iets minder krap. Anticorruptiewetten en een afkeer voor uitspattingen maken dat paraderen op kosten van de onderneming er niet meer inzit. De reisbudgetten worden ruimer en managers mogen weer in businessclass vliegen, maar worden wel aangemoedigd om op zaterdagavond te blijven logeren om de vliegkosten te drukken. In het volgende jaar wordt weer grote vooruitgang geboekt op de weg naar het papierloze kantoor. De twintigers, die hoe dan ook het nut van papier nooit inzagen, zullen de achterblijvers bekeren. Wie nu nog op vergaderingen verschijnt met een pak prints, ziet er belachelijk achterhaald uit. Nu iedereen overschakelt op steeds kleinere tablets, wordt ook de communicatie beknopter. Twee zaken maken een flinke comeback in de kantoren. Ten eerste de werkkledij. Wie op het werk verschijnt, is daar ook op gekleed. Mark Zuckerberg mag in 2014 dan wel vasthouden aan zijn hoody, maar de meeste werknemers bij Facebook en anderen die in Silicon Valley werken, zijn het stilaan beu op het werk te verschijnen alsof ze net uit de tuin komen. De auteur is columniste van de Financial TimesLUCY KELLAWAYBedrijven evalueren de mensen op basis van hoe goed ze het doen op sociale media.