Economisten voorspellen hoe lang de crisis nog duurt en de speculaties variëren. De eerste, beperkte, groeicijfers die de Franse en de Duitse economie vertoonden in het tweede trimester van 2009 worden door velen gezien als teken dat deze locomotieven het volledige Europese treinstel met zich meetrekken en zo de Europese economie weer op de rails plaatsen. Anderen menen dat we nog een kille herfst tegemoet gaan met massale afdankingen en bedrijfssluitingen. Maar één ding is zeker: na de crisis komt de heropleving. De fundamentele vraag is dus niet zozeer hoe lang de crisis nog duurt en hoe diep hij nog zal zijn, maar wat er na de crisis komt.
...

Economisten voorspellen hoe lang de crisis nog duurt en de speculaties variëren. De eerste, beperkte, groeicijfers die de Franse en de Duitse economie vertoonden in het tweede trimester van 2009 worden door velen gezien als teken dat deze locomotieven het volledige Europese treinstel met zich meetrekken en zo de Europese economie weer op de rails plaatsen. Anderen menen dat we nog een kille herfst tegemoet gaan met massale afdankingen en bedrijfssluitingen. Maar één ding is zeker: na de crisis komt de heropleving. De fundamentele vraag is dus niet zozeer hoe lang de crisis nog duurt en hoe diep hij nog zal zijn, maar wat er na de crisis komt. Immers, een van de weinige wetmatigheden van de economie die tot nog toe door het popperiaanse verificatieprincipe niet werd ontkracht, is dat na de crisis een heropleving komt. Indexen die proberen het verleden in kaart te brengen, zijn dan ook minder van belang dan zij die proberen de toekomst in te schatten. Gezien de toekomst moeilijker in te schatten is dan het verleden in kaart te brengen, moeten wij verschillende indexen naast elkaar leggen om een zo getrouw mogelijk beeld van de toekomst te kunnen ophangen. Laat ons er even een paar in kaart brengen. De economische stresstest wordt in kaart gebracht door het IMD-instituut van Lausanne. Het beoogt te meten welke landen het best zijn uitgerust om de crisis te boven te komen. De test is dus toekomstgericht en meet de veerkracht van de economie en de mate waarin de economie klaar is om deel te nemen aan de heropleving. De vier factoren die de basis vormen voor de test zijn de economische perspectieven, de overheidsrol, de zakenwereld en de maatschappij in haar totaliteit. In Europa scoren de Scandinavische landen en Nederland zeer goed. De Middellandse Zeegebieden en België scoren zwak. Vooral op de factor 'overheid' scoort België uiterst zwak, 47ste plaats op 57 onderzochte landen. De index toont aan dat de competitiviteit van de stressgevoelige landen, ceteris paribus, op termijn afneemt. Een andere manier om naar de toekomst te kijken, is zien in welke mate de Europese landen op de sporen zitten die uitgetekend zijn door de Lissabon-strategie. Deze Europese strategie inzake groei en tewerkstelling moest van Europa tegen 2010 de meest competitieve regio ter wereld maken. Deze monitor (growth and employment monitor 2009, Allianz Research and Development) is gebaseerd op de determinanten economische groei, arbeidsproductiviteit, jobcreatie, investeringsactiviteiten en publieke financiën en betreft veertien Europese landen. Waar Europa in 2008 nog 12 procent boven het uitgetekende traject lag, bevindt het er zich nu 12 procent onder. Vooral Ierland deelde zwaar in de klappen en tuimelde van de vierde plaats naar de laatste plaats. De Keltische tijger werd een tam poesje. België behoort met Duitsland tot de middenmoot en staat op de achtste plaats. Maar het criterium waar België het laagste scoort, en slechts op de twaalfde plaats staat, is de stijging van de arbeidsproductiviteit. Met een index van 0,52 (de benchmark zijn de Verenigde Staten met 1) betekent dit dat de productiviteitsstijging in België slechts half zo hoog was als in de Verenigde Staten en 30 procent lager dan het gemiddelde van Europa. Tot de absolute top inzake productiviteitsgroei behoort Polen met een groei die 80 procent hoger is dan die van de Verenigde Staten. Maar ook Finland en het Verenigd Koninkrijk doen het 40 procent sneller dan de Verenigde Staten. De groei in productiviteit in deze twee landen is dus drie keer zo hoog als in België. Dat kan erop wijzen dat België, dat in absolute termen tot de productiefste landen van Europa behoort (behoorde?), de grenzen van de technologische productiviteitsgroei bereikt. We kunnen uit dit cijfer ook afleiden dat de crisis en de negatieve economische groei in België niet voldoende werden vertaald in afvloeiing van jobs, wat op zich nefast is voor de productiviteit. Dit kan vanuit humaan oogpunt als positief worden beschouwd, maar zadelt ons land op met een structurele handicap die er toe zal leiden dat de economische heropleving in België minder vlug zal vertaald worden in jobs dan in de meeste Europese landen, en überhaupt in de Verenigde Staten, het geval zal zijn. Beide toekomstgerichte studies tonen eigenlijk hetzelfde aan. Onze competitiviteitpositie zal in de toekomst zwaar worden aangetast en zonder ingrijpende, structurele maatregelen wijst alles erop dat, zeker in België, de grootste afvloeiingen nog voor de deur staan. De vraag is dus niet wanneer de crisis voorbij zal zijn, maar wat er zal gebeuren na de crisis en hoe wij ons daar nu het best tegen wapenen. DE AUTEUR IS PROFESSOR ECONOMIE EN DIRECTEUR GENERAAL VAN OLPC EUROPE. Rudy AernoudtZonder ingrijpende, structurele maatregelen wijst alles erop dat in België de grootste afvloeiingen nog voor de deur staan.