Drieëndertig vrouwen staan aan het hoofd van een van de duizend grootste Belgische bedrijven. Vorig jaar waren dat er 27, het jaar daarvoor 30. Vrouwenland kent geen revolutie. Emancipatie lijkt na vijftig jaar voornamelijk een modewoord. Logisch. De maatschappij bekijkt vrouwen nog vaak als arme wezens die niet voor zichzelf kunnen opkomen. De cijfers aan de basis van dat idee liegen natuurlijk niet. In alle landen is de arbeidsdeelname van mannen nog steeds hoger dan die van vrouwen. In België verricht slechts 54 procent van de vrouwen betaalde arbeid ten opzichte van 68 procent bij de mannen. Volgens de Lissabondoelstellingen moet dat aantal vrouwen binnen drie jaar 60 procent bedragen.
...

Drieëndertig vrouwen staan aan het hoofd van een van de duizend grootste Belgische bedrijven. Vorig jaar waren dat er 27, het jaar daarvoor 30. Vrouwenland kent geen revolutie. Emancipatie lijkt na vijftig jaar voornamelijk een modewoord. Logisch. De maatschappij bekijkt vrouwen nog vaak als arme wezens die niet voor zichzelf kunnen opkomen. De cijfers aan de basis van dat idee liegen natuurlijk niet. In alle landen is de arbeidsdeelname van mannen nog steeds hoger dan die van vrouwen. In België verricht slechts 54 procent van de vrouwen betaalde arbeid ten opzichte van 68 procent bij de mannen. Volgens de Lissabondoelstellingen moet dat aantal vrouwen binnen drie jaar 60 procent bedragen. Er is dus werk aan de winkel. Hoe leggen we dat best aan de dag? Met betutteling, denken verschillende overheden. In Scandinavië is een kwart van de leden van raden van bestuur al een vrouw dankzij dwingende quota. Zover wil Vlaams minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt (SP.A) niet gaan om de Belgische 5,8 procent stijging te realiseren. Wel vindt ze dat er stimulansen nodig zijn om vernieuwing te forceren. Weinig bewindslui lijken erbij stil te staan dat volgens ambitiestudies niet alle vrouwen die geforceerde vernieuwing hoeven. Dat moderne moeders ondertussen vrijwel net zo vaak een baan buitenshuis hebben als vrouwen zonder kinderen lijkt de meesten ook te zijn ontgaan. Kortom, er bestaan nog heel wat mythes rond (carrière)vrouwen. Zo klinkt het vooroordeel. Maar mama's hebben niet altijd te klagen in vergelijking met hun kinderloze seksegenoten. De combinatie van werk en een kroostrijk gezin maakt de vrouwen zelfs gezonder. Dat blijkt uit een Brits onderzoek waaraan 1200 vrouwen tussen 15 en 54 jaar deelnamen. Zij die zowel partner, mama en werkneemster zijn, hebben duidelijk minder last van ziektes. Meer nog. Wie het grootste deel van haar leven huisvrouw was, klaagde tijdens het onderzoek vaker over een slechte gezondheid. Van deze huisvrouwen was 38 procent zwaarlijvig, terwijl maar 23 procent van de werkende moeders daarmee kampte. Het Nederlands Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) bracht recent een studie uit waaruit blijkt dat alleenstaande werkzame vrouwen gevoeliger zijn voor een burn-out dan de collega's met kinderen. Met zestien procent hadden zij het vaakst last van burn-outklachten. Ook opvallend is dat veel of weinig uren huishoudelijk werk weinig relatie heeft met burn-outklachten. Conclusie? De combinatie van een baan, huishoudelijk werk en de zorg voor kinderen gaat niet automatisch gepaard met een burn-out. Goed nieuws dus voor de werkende moeders. Belgische vrouwen én mannen kwamen dan ook heel gelukkig uit een tevredenheidenquête van Eurobarometer over de taakverdeling tussen de partners. Maar liefst 82 procent van de vrouwen en 83 procent van de mannen noemt zich tevreden over de taakverdeling. Alleen de inwoners van Denemarken prezen zich gelukkiger in hun rol. Het verschil in totale tijd die mannen en vrouwen besteden aan verplichtingen als betaald werk, het huishouden en de kinderzorg, is verwaarloosbaar: respectievelijk 59,5 en 60,7 uren per week. De mannen staan wat minder hun mannetje in het huishouden, vrouwen besteden beduidend minder tijd aan betaald werk. Niet altijd omdat ze niet anders kunnen, maar omdat ze daarvoor kiezen. Iets minder dan de helft van de koppels wenst dat één van de partners deeltijds aan het werk gaat en dan valt in veel Europese landen de keuze vrijwillig op de vrouw. De combinatie van een carrière en een gezinsleven hoeft niet fataal te zijn. Integendeel, zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), in landen waar veel vrouwen werken, worden er meer kinderen geboren. Een knelpunt steekt wel de kop op als ouders opvang zoeken voor hun kind. In Antwerpen alleen al staan 3741 kinderen op de wachtlijst voor stedelijke kinderkribbes. Maandelijks komen er maar 53 plaatsen vrij waardoor de wachttijd ten minste zes maanden bedraagt. De hoop ligt er bij de private crèches, maar die zijn soms duurder. Op Europees niveau doen we het blijkbaar nog niet zo slecht. België kent volgens de Emancipatiemonitor 2006 van het Nederlandse CBS het meest uitgebreide aanbod aan formele opvang en het hoogste gebruik ervan. 34,2 procent van de kleintjes onder de drie jaar kunnen worden opgevangen in Vlaanderen, het Belgische gemiddelde bedraagt 30,6 procent. Dat is maar drie procent minder dan het streefcijfer dat de Europese Unie vastlegt tegen 2010. Geen slechte prestatie, zo blijkt, want enkel Zweden en Denemarken doen beter. Bovendien mogen ouders hier de kosten van kinderopvang gedeeltelijk aftrekken van de belasting, iets wat in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk nog ondenkbaar is. 2007 wordt al het jaar van de vrouwelijke leiders genoemd, in de politiek dan. Denk maar aan Hilary Clinton of Ségolène Royal. Ook in het bedrijfsleven worden vrouwen aanzien als de hoop voor de toekomst. Hun inlevingsvermogen zou groter zijn, ze werken liever in team, ze communiceren op een opener manier. Toch heeft gender geen enkele invloed op de manier waarop iemand leiding geeft. Tot die conclusie komt Rudi Plettinx, directeur van het Center for Creative Leadership (CCL), na heel wat onderzoek. CCL bestudeerde samen met Catalyst en IMD Lausanne de verschillen in leiderschapsstijl van 30.000 leidinggevenden, mannen en vrouwen, uit Amerikaanse en Europese landen. "Daaruit komt naar voor dat er enkel minieme nuances zijn tussen de stijl die feminiene en masculiene leidinggevenden eropna houden," stelt Plettinx. Vrouwen belonen volgens de studie hun werknemers net iets vaker voor goede prestaties en zijn soms iets meer wat men noemt een 'transformational leader'. Daarmee is bewezen dat ze net zulke goede leiderschapskwaliteiten bezitten als hun mannelijke tegenhangers. Dat ze er meer bezitten, staat niet vast. Mannen met dezelfde positieve kenmerken functioneren evengoed in topfuncties. Waarom worden vrouwen dezer dagen dan als betere leiders voorgesteld? "Door de inhaalbeweging die de carrièrevrouwen de laatste jaren maakten, hebben ze zich volledig kunnen ontplooien. Daardoor komt tot uiting dat ze meer in hun mars hebben dan oorspronkelijk werd gedacht en lijkt het misschien alsof ze betere leiders zijn," legt Plettinx uit. "Niet te vergeten, veel mensen vinden het ook gewoon erg politiek correct om vrouwen betere leidinggevenden te noemen."Dries Berings kwam in 2004 voor Ehsal met een studie op de proppen die de verschillen in geslacht niet ziet als doorslaggevende factor voor verschil in stijl van leidinggeven. Hij besloot dat vooral de persoonlijkheid van de manager de manier van leidinggeven, bepaalde. Toch bracht zijn onderzoek een verschil tussen de geslachten aan het licht. Vrouwen bleken minder geneigd om zichzelf of andere seksegenoten leiderschapscompetenties toe te schrijven. Dat lage zelfvertrouwen verklaart gedeeltelijk waarom vrouwen minder ambitieus zijn voor topkaderfuncties. Vrouwen willen zo snel mogelijk naar de top. Om daar te geraken, is een zeer vrouwvriendelijk beleid nodig, wordt algemeen aangenomen. Misschien is het nuttig om de hele denkoefening eens om te keren. Komen vrouwen makkelijker aan de top naarmate het overheidsbeleid vrouwvriendelijker wordt? Bedrijven beseffen maar al te goed dat het een risico wordt een belangrijke positie te laten bekleden door een vrouw. Zwanger worden betekent niet langer even buiten carrièrestrijd, maar gaat vaak gepaard met zorgverlof en, wie weet, met loopbaanonderbreking. Dat vrouwen daarom niet doorstromen uit het middenkader en op glazen plafonds stoten, lijkt volgens studies een logische redenering. Daar zijn ze. De onvermijdelijke glazen plafonds, maar evengoed glazen muren en glazen liften - waar vrouwen bijvoorbeeld uitstappen voor zwangerschapsverlof. Als het zo doorgaat, hebben bedrijven binnenkort zelfs te maken met glazen ramen en deuren. Hoe dan ook, die glazen plafonds blijken eveneens te wijten aan de zelfselectie bij vrouwen en dus niet enkel aan de onwil van hun mannelijke collega's of oversten. Het zijn trouwens vooral de vrouwelijke collega's die gewantrouwd moeten worden, zo blijkt uit een onderzoek van de Berlijnse universiteit. Als het op het uitdelen van promoties aankomt, stemmen vrouwen nog eerder mannelijke collega's naar de top dan elkaar. Trendonderzoeker Nathalie Bekx van Bexpertise verklaart. "Vrouwen vinden het inderdaad vaak lastig om onder een vrouwelijke baas te werken. Logisch, want meer dan de helft van de Belgen gelooft dat een hoge functie combineren met de zorg voor een gezin een mission impossible is. Het is niet zo dat vrouwen elkaar geen carrière aan de top gunnen, ze zijn gewoon bang. Meestal hebben ze het zelf erg moeilijk om hun loopbaan te combineren met hun privéleven en daarom vertrouwen ze er niet op dat het een andere vrouw, in een hogere functie bovendien, wel zal lukken. De vrouwen vrezen dus dat het werk weer naar hen wordt gedelegeerd. Waarom ze minder kritisch zijn voor mannen? Omdat vrouwen zich erbij hebben neergelegd dat er geen nieuwe man, die werk en gezin evenzeer combineert, bestaat."Vrouwen kijken dus best eerst in eigen boezem. Belgische vrouwen zijn trouwens allesbehalve ambitieus. Een baan met goede promotiekansen vinden Belgische vrouwen minder belangrijk dan de meeste andere Europese seksegenoten. Op de vraag 'vind je het idee dat je iets kunt bereiken met je baan belangrijk', antwoordde de Belgische vrouw nog meer met 'neen'. Alleen de Nederlandse vrouwen koesteren op dat vlak minder ambitie. Die lage score kan volgens het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat de Europese studie uitvoerde, worden verklaard door de aanwezigheid van goede sociale voorzieningen. Hierdoor is het wellicht minder noodzakelijk promotie te maken dan in landen met minder goede voorzieningen als Groot-Brittannië en Portugal. Hoe zit het eigenlijk met de zelfstandige onderneemsters? Zijn zij competent genoeg om hun portemonnee te vullen? Volgens Robert Blom van het onderzoeksbureau Graydon Nederland zijn vrouwen betere ondernemers. Ze doen het zuiniger aan en stappen vaak beter voorbereid in het bedrijfsleven. Uit een onderzoek dat dateert van 2003, concludeert Blom bovendien dat amper veertien procent van de vrouwelijke ondernemers betrokken is bij een faillissement, terwijl een kwart van de ondernemers een vrouw is. Toch zijn dat niet de kwaliteiten waar kredietverleners naar op zoek zijn, merkte de onderzoeker op. In zijn studie vond 23 procent van de ondervraagde vrouwen dat ze worden gediscrimineerd door banken, vooral omdat de kredietverleners hen vragen stellen als 'vindt uw echtgenoot het wel goed dat u een eigen bedrijf start'. Banken blijven te vrouwonvriendelijk. Dat liet Fortis recent weten naar aanleiding van een eigen studie die uit de doeken doet dat het vrouwelijke geslacht het nog steeds moeilijk heeft met mannelijke waarden als het vakjargon van de financiële instellingen. Fortis wil daaraan werken, maar daar wachtten ze in München niet op. De financiëledienstverlener Frauenvermögen begon er in 2004. Net als Global Alliance of Banks for women in Business, een alliantie van Fleet (Boston, VS), Bank of Ireland (Ierland), Royal Bank (Canada) en Westpac (Australië), wil de Duitse bank vrouwelijke ondernemers bijstaan in het realiseren van hun ondernemingsdoelen. Ook bij loontrekkende vrouwen is geld een heikel thema. Uit een rapport van het Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming (WAV) blijkt dat het algemeen verschil in loon van mannen en vrouwen in 2004 nog twintig procent bedroeg, vier procent minder dan tien jaar vroeger. Twintig procent lijkt misschien nog veel, maar de loonkloof is vertekend door een aantal factoren - de gecorrigeerde loonkloof is wel nog steeds 7,7 procent. Vrouwen zijn vaker actief in minder goed betaalde sectoren, hebben vaker een deeltijdse baan en bouwen in veel gevallen minder anciënniteit op omdat ze gemiddeld jonger zijn dan werkende mannen. Volgens Koenraed Claeys, adviseur bij de HayGroup, verdienen vrouwen in echte topfuncties zelfs meer dan mannen, maar zijn weinigen van hen bereid de zware druk die bij dat hoogste niveau komt kijken, te aanvaarden. Of ze nemen loopbaanonderbreking, een keuze die in nogal wat gevallen financieel wordt afgestraft. Zo blijkt uit de Grote Vacature KU Leuven salarisenquête. "Werknemers die 36 maanden of meer werkloos zijn geweest, verdienen gemiddeld 14,3 procent minder dan werknemers met een gelijkaardig profiel die geen loopbaanonderbreking hebben meegemaakt," zeggen de Leuvense professoren Luc Sels en Gert Theunissen in Vacature. Maar wat blijkt ook? Vooral mannen moeten inboeten. Zij verdienen nadien 13,84 % minder dan seksegenoten die geen loopbaanonderbreking namen, tegenover 2,13 % loonverlies voor de vrouwen. Dat moeders ervoor kiezen zelf de zorg voor hun kinderen op zich te nemen, is nog steeds de normaalste zaak van de wereld. Dat mannen daarvoor kiezen, wordt als een signaal van tanende betrokkenheid en een gebrek aan ambitie gezien. Dan hebben we het alweer over een heel ander soort mythes. Die zijn voor een volgende keer. Als er ooit een internationale mannendag in het leven wordt geroepen. An Goovaerts Sjoukje Smedts