DE WETENSCHAPPELIJKE molen maalt langzaam. Pas nu is de studie Over scoren voor de rust gepubliceerd, die al in 2016 bij het vrijgeven van het discussieartikel veel aandacht kreeg in de pers. Het is een knap voorbeeld van hoe wetenschap haar werk doet, namelijk niet-bewezen wijsheden, populaire mythes onderuithalen. Of het nu om verkoopcijfers gaat, het effect van marketingcampagnes of 'HR-analytics', heel vaak haalt de mythe het van de feiten. Of niet? Management zoekt voortdurend inspiratie bij sport, omdat daar de resultaten zo ondubbelzinnig zijn: er zijn duidelijke winnaars en verliezers.
...

DE WETENSCHAPPELIJKE molen maalt langzaam. Pas nu is de studie Over scoren voor de rust gepubliceerd, die al in 2016 bij het vrijgeven van het discussieartikel veel aandacht kreeg in de pers. Het is een knap voorbeeld van hoe wetenschap haar werk doet, namelijk niet-bewezen wijsheden, populaire mythes onderuithalen. Of het nu om verkoopcijfers gaat, het effect van marketingcampagnes of 'HR-analytics', heel vaak haalt de mythe het van de feiten. Of niet? Management zoekt voortdurend inspiratie bij sport, omdat daar de resultaten zo ondubbelzinnig zijn: er zijn duidelijke winnaars en verliezers. Het onderzoek van Stijn Baert en Simon Amez (UGent) heeft zo'n voetbalmythe doorprikt. Elke voetbalkenner weet dat niets zo pijnlijk is voor een bezoekende ploeg als een doelpunt te slikken vlak voor de rust. Dan zal de fut er wel uit zijn in de tweede helft. Als verliezende partij naar de kleedkamer, dat voorspelt niet veel goeds. De bezoekers zullen tegen de stroom in moeten roeien in een kolkend stadion. Maar is dat wel zo? Krijg je echt beter het doelpunt tegen een half uur voor de rust? Je kunt het haast niet geloven dat je zoiets met wetenschappelijke methodes kan uitklaren. BAERT EN AMEZ analyseerden 1179 UEFA-matchen, lieten daar gesofisticeerde statistische methodes op los, met de typisch wetenschappelijke houding van je moet niet zomaar alles geloven wat 'ze' zeggen. Zo loopt dat nu eenmaal. Ik weet het uit ervaring, ik heb zelf nog meegewerkt aan zulk geraffineerd onderzoek om uit te vlooien of een trainersontslag in voetbal helpt. Het antwoord loog er toen niet om: uitzonderingen kunnen, maar het is waarschijnlijk beter je trainer te houden. Bijzonder boeiend natuurlijk, want de collectieve wijsheid der clubbesturen ontslaat trainers bij bosjes. Maar dat behoort tot het ritueel, tot wat sociologen 'institutionele mythes' noemen, wijdverspreid in management. De menigte roept om trainersontslag, en zal het krijgen. De resultaten van Baert en Amez zijn ronduit sensationeel. Laat scoren in de eerste helft, is 'een statistisch half doelpunt' in het nadeel van de thuisploeg. Je moet wat hogere statistiek kennen om zulke coëfficiënten te begrijpen. Je scoort uiteraard beter wel dan niet. Het nadeel is niet absoluut, maar relatief: in vergelijking met ploegen die vroeger scoren, heb je een nadeel. Mythe doorprikt. Wetenschap 1 - Mythe 0. DIT SOORT BOEIENDE STUDIES roept uiteraard vele vragen op. Ten eerste, 'zien' commentatoren dat dan niet, heeft de ervaring hun dan niet geleerd daar niet te veel aandacht aan te schenken? Antwoord: neen, honderden studies hebben al aangetoond dat mensen in zulke situaties een volkomen onbetrouwbaar oordeel hebben. Ten tweede, gelden zulke mythes alleen in het voetbal? Antwoord: neen. Beleggers, ook professionele, trappen even vlot in dit soort valkuilen. Ook dokters, verkopers, rechters slaan in analoge gevallen de bal mis, als ik mij die uitdrukking mag veroorloven. Als je leest welke nonsens verteld worden over leiderschap en coaching, besef je dat ook daar mythes hoger worden ingeschat dan feiten. DE DERDE VRAAG is voor mij de meest boeiende. Hoe zou dat in hemelsnaam komen, dat relatieve nadeel voor de thuisploeg van laat te scoren? Speculeren staat vrij. De auteurs verwijzen onder meer naar wat zich in de kleedkamers afspeelt. Terwijl de scorende ploeg zichzelf feliciteert, kan de andere ploeg focussen op de tweede helft. Zelden zoekt men 'verklaringen' in het toeval. Ik doe dat wel graag. Als je pas laat scoort, kan dat wijzen op een goed georganiseerde defensie van de bezoekende ploeg, en is het doelpunt net iets toevalliger dan normaal. Waarschijnlijk houdt die puike defensie ook wel stand in de tweede helft. Gelukkig dragen de auteurs zelf gegevens aan om mijn wilde hypothese te bevestigen. Het opvallende effect komt er omdat de thuisploeg nauwelijks nog aan scoren toekomt, niet omdat de bezoekende ploeg opvallend meer scoort.