Het centrum van Londen op een vrijdagavond in februari: twee tienermeisjes zijn met de bus op weg naar een avondje filmplezier. Een van hen haalt haar gsm boven en laat de beltoon weerklinken, een blikkerige versie van een nieuwe pophit. Nog een stuk of tien keer wordt het melodietje herhaald en zelfs meegezongen. Wie de advertenties in kranten en tijdschriften bekijkt, weet dat dit ene stukje muziek ongeveer 3,5 euro gekost moet hebben - terwijl het volledige nummer op internet voor minder dan een euro te koop is.
...

Het centrum van Londen op een vrijdagavond in februari: twee tienermeisjes zijn met de bus op weg naar een avondje filmplezier. Een van hen haalt haar gsm boven en laat de beltoon weerklinken, een blikkerige versie van een nieuwe pophit. Nog een stuk of tien keer wordt het melodietje herhaald en zelfs meegezongen. Wie de advertenties in kranten en tijdschriften bekijkt, weet dat dit ene stukje muziek ongeveer 3,5 euro gekost moet hebben - terwijl het volledige nummer op internet voor minder dan een euro te koop is. Mobiele operatoren hebben - wellicht tot hun eigen verbazing - vastgesteld hoe (jonge) consumenten bereid zijn veel geld neer te tellen voor bel- tonen, logo's en aangepaste voicemail. De verkoop van beltonen alleen al was in 2004 goed voor 1 miljard dollar, meer dan 750 miljoen euro. De sector is erop gebrand dit succes te bestendigen door nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. Niet alleen omdat ze vrezen dat de rage morgen wel eens voorbij zou kunnen zijn, maar vooral ook om de nieuwe UMTS-netwerken te gelde te maken. Hutchison Whampoa, de industriële groep uit Hongkong die onder de merknaam 3 in een aantal Europese landen aanwezig is, schoof aanvankelijk videotelefonie naar voren, waarbij gesprekspartners elkaar dus ook te zien krijgen. Maar consumenten wilden niet mee. Ze liepen ook niet warm voor korte videoclips van voetbalwedstrijden, zelfs niet in Groot-Brittannië of Italië. Hoewel 3 in Groot-Brittannië nog steeds de geneugten van videotelefonie verkondigt, lijkt men er vandaag vooral klanten aan te trekken met goedkope tarieven voor gewone, ouderwetse telefoongesprekken, net de toepassing waar men geen dure UMTS-netwerken voor nodig heeft. En dus richten marketeers opnieuw hun blik op de muziekwereld. Het onderweg beluisteren, aankopen en opslaan van songs moet de operatoren een mooie winstmarge opleveren, net zoals ze vandaag een graantje meepikken wanneer gespecialiseerde aanbieders via hun netwerken beltonen of logo's verkopen. "Consumenten hebben niet de gewoonte om onderweg videoclips te bekijken, maar ze luisteren wel graag naar hun muziek," verklaarde Peter Erskin, grote baas van de Britse operator Mm02 al een jaar geleden. Bovendien neemt digitale muziek veel plaats in, waardoor de extra capaciteit van 3G-netwerken goed gebruikt kan worden. In Cannes schaarde de hele sector zich dan ook achter het hoopvolle idee dat 2005 het jaar van de mobiele muziek wordt en dat consumenten door hun appetijt voor nieuwe hits naar 3G zullen worden geleid. Het optimisme bij operatoren is niet alleen ingegeven door het (irrationele) succes van de beltonenverkoop. Ze kijken ook met een jaloerse blik naar Apple, de Amerikaanse computerfabrikant die met de iPod een bijzonder populaire draagbare muziekspeler op de markt bracht. De veronderstelling is dat straks ook mobiele telefoons als walkman zullen fungeren én het zal in tegenstelling tot bij iPod mogelijk zijn om waar dan ook nummers aan de collectie toe te voegen. Zowat alle grote gsm-fabrikanten kondigden nieuwe modellen aan. Nokia, Motorola en Sony-Ericsson brengen nog dit voorjaar toestellen op de markt die honderden digitale liedjes kunnen opslaan en weergeven via de luidspreker of een hoofdtelefoon. Siemens wacht liever op de CeBIT-beurs in Hannover die binnen enkele dagen van start gaat, maar de Duitse fabrikant gaf wel aan met gelijkaardige toestellen op de markt te komen. Helaas zitten de fabrikanten en operatoren niet op dezelfde golflengte. Dat blijkt het duidelijkst bij Sony-Ericsson: de Zweeds-Japanse combinatie heeft voorlopig alleen concrete plannen voor een nieuwe 3G-telefoon die men via de computer met digitale muziek kan voeden. "Op een later tijdstip" komen ook toestellen op de markt die via een mobiele verbinding muziek kunnen downloaden. Daarmee kiest Sony-Ericsson voor het model dat merken als Apple, Creative of Sony al enkele jaren toepassen. Nummers worden gekopieerd van cd of via internet aangekocht om ze vervolgens met een aangepaste kabel op een draagbaar toestel te plaatsen, in dit geval een telefoon. Het is duidelijk dat Proximus, Mobistar of Base op die manier geen geld kunnen verdienen, maar dat het voor gsm-fabrikanten een manier is om met nieuwe snufjes uit te pakken, nu bijna elk nieuw toestel al over een ingebouwde camera beschikt. Nokia zet de deur wel op een kier en kondigde op 3GSM een samenwerking met Loudeye aan. Dat Amerikaanse bedrijf is vandaag de stille kracht achter een aantal muziekshops op internet en werkt in ons land onder meer samen met Tiscali, MSN en Belgacom Skynet. Voor Nokia bouwt Loudeye een mobiele variant van zijn platform uit, waardoor operatoren zonder veel eigen inbreng een mobiele muziekwinkel kunnen opstarten. Dat moet nieuwe klanten aanlokken en de uitgaven van bestaande klanten de hoogte induwen. Operatoren hebben het voordeel dat ze de betaling via de factuur van de klant of via zijn belkrediet kunnen regelen, zodat er geen kredietkaarten nodig zijn. De aankondiging werd overschaduwd door een andere deal die Nokia afsloot met Microsoft. Beide bedrijven, in het verleden niet bepaald goede vrienden, gaan technologische standaarden uitwisselen voor het opslaan en beveiligen van muziek. In mensentaal: nieuwe Nokia-modellen kunnen voort-aan muziek afspelen die vanaf cd of internet afkomstig is, terwijl het ook mogelijk wordt om onderweg aangekochte songs op de pc te beluisteren. Ook dat zorgt voor zure gezichten bij de operatoren, omdat consumenten op die manier zelf kunnen kiezen hoe ze muziek op hun 3G-toestel plaatsen. In het slechtste geval wordt alleen de eigen collectie gekopieerd waardoor er net zoals bij Sony-Ericsson niets te verdienen valt. In het beste geval doen mobiele gebruikers een beroep op de diensten van Loudeye, waardoor de operatoren in principe toch nog een commissie opstrijken. In principe, want de concurrentie met internet-shops is bikkelhard. Zo geeft Apple ruiterlijk toe dat men op de verkoop van digitale muziek - net zoals bij andere shops tegen 99 eurocent per nummer - helemaal niets verdient, een groot deel van het bedrag wordt doorgestort aan de platenmaatschappijen. De lage prijs is alleen een manier om de iPod in de kijker te plaatsen, de digitale muziekspeler waar men wel een mooie marge op heeft. Motorola kondigde aan nog dit voorjaar een toestel op de markt te brengen dat compatibel is met de iTunes-winkel van Apple. De gsm-sector werkt echter heel anders. In de meeste landen, maar voorlopig niet in België, worden operatoren verondersteld een flink deel van de aankoopprijs van een nieuw toestel op zich te nemen in de vorm van een subsidie. Op die manier proberen ze klanten aan hen te binden en het subsidiebedrag terug te winnen door de verkoop van diensten. Valt er in hun ogen met de verkoop van muziek niet genoeg te verdienen, kunnen operatoren ervoor kiezen de introductie van nieuwe toestellen niet te ondersteunen. Daarmee tonen ze hun macht, maar ondergraven ze tegelijkertijd de toekomst van 3G. Uiteindelijk moeten alle partijen uit de sector proberen in te schatten waar de voorkeuren van de consument liggen. Net dat is in het verleden, onder meer met de introductie van WAP, bijzonder moeilijk gebleken. Raphael Cockx Raphael CockxDe verkoop van beltonen was in 2004 goed voor meer dan 750 miljoen euro.